Nederlandse Antillen

Hero Brinkman blijft schofferen

6 mei 2008 

De politieke relatie tussen Nederland en de Nederlandse Antillen is moeizaam. Het is lastig te bepalen wat daarvan de oorzaken zijn, maar het voelbare wederzijdse onbegrip hangt ongetwijfeld samen met culturele en economische verschillen. Vooroordelen spelen daarbij een rol. Vooroordelen krijgen ruim baan wanneer de betrokkenen zich weinig of geen moeite getroosten zich werkelijk in elkaar te interesseren en te verdiepen. Een onbevangen houding en wederzijds respect zijn daarvoor noodzakelijke voorwaarden. En daar gaat het mis.

Enerzijds zijn er de Nederlands Antilliaanse politici die vrezen voor te veel inmenging vanuit Nederland, terwijl de Nederlandse Antillen in feite nog midden in (de afwikkeling van) een proces van dekolonisatie zitten (de formele dekolonisatie vond in 1954 plaats). Een dergelijke overgangsfase, waarmee niemand geleerd heeft goed om te gaan, levert spanningen op. Spanningen die deels worden veroorzaakt door onthechtingspijn en deels door verschillende visies en verwachtingen. De Nederlandse Antillen, in feite alleen nog de individuele eilanden Curacao en Sint Maarten, stellen eisen teneinde binnen het Koninkrijk zoveel mogelijk autonomie te verwerven, waarbij nog wel voor een aantal zaken op het ‘moederland’ kan worden teruggevallen. Nederland stelt eisen ten aanzien van de financiele huishouding, de deugdelijkheid van het openbaar bestuur en de rechtspleging op de verschillende eilanden. Het gaat daarbij in de kern om onderwerpen waarover men het eens kan worden, al zijn daarvoor soms harde onderhandelingen nodig.

Met harde onderhandelingen is niets mis. Als de wil er is om eruit te komen en de toon getuigt van respect, dan komt er vroeg of laat een voor alle partijen acceptabel voorstel. Een lastig punt daarbij is dat niet over ‘de’ politici kan worden gesproken. Aan de Antilliaanse kant zijn er politici en politieke partijen die het liefst volledig met Nederland willen breken en streven naar volledige onafhankelijkheid (statelijke soevereiniteit), en daarbij stevig taalgebruik niet schuwen. Nederland wordt door hen als een kolonisator afgeschilderd. Met hun opvattingen en woordkeus vallen zij meer op dan de ‘mainstream’ politici en hebben ‘dus’ meer nieuwswaarde.

In Nederland is het met name de PVV die snoeiharde taal niet schuwt. Dat geldt niet alleen voor Geert Wilders, maar vooral voor Hero Brinkman. Als Brinkman het over de Nederlandse Antillen heeft dan noemt hij dat een ‘grotendeels corrupt boevennest‘. De Nederlands Antilliaanse politici noemde hij bij Pauw & Witteman (5 mei 2008) “een stel blèrende kinderen“, waarbij hij zichzelf de rol van ‘opvoeder’ toebedeelde. Dat getuigt niet van respect voor de door de bevolking gekozen volksvertegenwoordigers en is zonder meer beledigend en denigrerend. En dat is jammer, want de discussie zou over de inhoud van zijn kritiek moeten gaan en niet over de vorm. Misstanden in de Nederlandse Antillen moeten, net als bijvoorbeeld de Nederlandse bouwfraude, publiekelijk aan de kaak kunnen worden gesteld.

Het verweer van Brinkman dat hij in het geheel niet beledigend is en dat hij het alleen maar over duidelijke, feitelijke aanduidingen heeft gaat uiteraard niet op. Het gaat in de eerste plaats om wat de anderen, in dit geval de Nederlands Antilliaanse politici, ervaren. Zij ervaren dergelijke uitlatingen als beledigend en dat heeft niets met lange tenen te maken. Ook anderen, zoals ik zelf, ervaren deze uitlatingen als beledigend. En ik denk dat deze uitlatingen, als wordt gekeken naar de norm als het gaat om maatschappelijke omgangsvormen in Nederland en de Nederlandse Antillen, ook in meer objectieve zin als beledigend moeten worden aangemerkt. En onder beledigend versta ik dan ‘krenkend’, ‘grievend’, ‘denigrerend’, ‘kwetsend’, ‘oneerbiedig’, ‘minachtend’ en ‘onbeschoft’. Als je collega politici uitmaakt voor “een stel blèrende kinderen” dan is dat geen feit, maar een kwalificatie, en wel een die mijns inziens als ‘onbeschoft’ heeft te gelden.

Brinkman weet wat hij zegt en hij weet welke reacties hij losmaakt. Hij is het prototype van een ‘populist’, in de zin van iemand die - bewust - simplistische ideeën en meningen verkondigt om ‘het volk’ maar te bekoren, maar die enkel uit is op stemmen en politieke macht in plaats van echte oplossingen. Volgens Brinkman wordt het predicaat ‘populist’ gebruikt om te trachten mensen die zeggen waar het op staat de mond te snoeren. Dat is niet zo. Hij mag en moet zeggen waar het op staat; hij mag en moet pijnlijke onderwerpen ter sprake kunnen brengen; hij mag en moet daarbij duidelijk en helder zijn: dat hoort bij zijn rol als volksvertegenwoordiger. Maar ‘helder en duidelijk taalgebruik’ betekent niet - en zeker niet per definitie - ’krenkend taalgebruik’. Je kunt ook helder en duidelijk zijn zonder anderen te beledigen. Maar daar kiest Brinkman niet voor. Met zijn ‘onbeschofte’ gedrag heeft hij nu eenmaal meer nieuwswaarde. En daar is het hem om te doen. Jammer, maar waar.

Karel Frielink 

Ook gepubliceerd in de Amigoe op 6 mei 2008

Karel’s Legal Blog 

Pesten is een probleem

8 mei 2008

Pesten is een groot maatschappelijk probleem: kinderen die worden gepest op school, werknemers die worden gepest op kantoor. Pesten kan fysiek en/of psychisch plaatsvinden en verschilt wezenlijk van plagen. Een kenmerk van pesten is dat degene die wordt gepest zich daar niet of niet adequaat tegen kan verweren. Een groot en sterk meisje pakt bijvoorbeeld een kleine jongen stelselmatig fysiek aan om hem te vernederen. Of een mentaal sterke jongen scheldt keer op keer een mentaal minder sterk meisje uit. Of iemand wordt stelselmatig van activiteiten uitgesloten. Er zijn vele vormen van pesten.

Bij pesten wordt er een slachtoffer uitgezocht, waarover degene die pest de baas wil spelen. De pestkop beledigt, vernedert of kleineert de ander. Soms heeft de omgeving dat door, maar vaak ook niet. Als het probleem wordt onderkend dan is praten vaak een goede remedie: praten met het slachtoffer om te kijken of er een probleem is en welke oplossingen mogelijk zijn, maar ook praten met de pestkop om hem of haar te laten inzien wat pesten voor het slachtoffer betekent. De pestkop moet worden geleerd om op een positieve manier relaties met anderen te onderhouden.

Ik moest aan dit onderwerp denken door de aanhoudende aanvallen van Hero Brinkman op de politici van de Nederlandse Antillen. Hij praat niet met deze politici, maar over hen. Hij doet dat op een manier die beledigend en denigrerend is; hij noemt ze blèrende kinderen en plaatst zichzelf in de superieure rol van opvoeder. Brinkman kiest er dus bewust voor om deze politici publiekelijk te kleineren. En is ook dat niet een vorm van pesten?

Brinkman laat geen onduidelijkheid over zijn motieven bestaan: hij wil af van de Nederlandse Antillen. Hij wil geen gesprekken over een andere staatkundige structuur, maar hij wil dat Nederland simpelweg afscheid neemt van de Nederlandse Antillen dan wel dat de Nederlandse Antillen uit zichzelf uit het Koninkrijk stappen. De staatkundige vragen in dat verband laat ik even terzijde. Mij gaat het om de gekozen tactiek: kennelijk beoogt Brinkman een sfeer van haat en nijd te creëren die ertoe leidt dat de Nederlandse Antillen – om de eer aan zichzelf te houden, of om van het gepest af te zijn – zelf alle banden met Nederland verbreken. Brinkman weet immers dat er géén politiek draagvlak is in Nederland voor het uit het Koninkrijk stoten van de Nederlandse Antillen.

Een debat daarover met Brinkman heeft kennelijk ook niet zoveel zin, want hij heeft zijn doel met bijbehorende tactiek en strategie bewust bepaald. Dat de Nederlands Antilliaanse politici zich door hem geschoffeerd voelen heeft hij niet alleen vooraf ingecalculeerd, maar is waarschijnlijk ook zijn vooropgezette doel. De gebruikelijke methoden om het fenomeen pesten te bestrijden werken dan ook niet. De negatieve reacties die Brinkman op zijn optreden krijgt interesseren hem niet, of brengen in zijn gedachtegang zijn doel alleen maar naderbij. De filosoof R.G.M. Ritzen heeft een weblog over drogredenen. Hij bespreekt en analyseert het debat dat is ontstaan naar aanleiding van het door Brinkman gesteunde voorstel om de Nederlandse Antillen in de uitverkoop te doen. Eén verhelderend punt haal ik eruit: een verwijt treft een tegenpartij alleen maar als deze zich aangesproken voelt. En daar zit bij Brinkman het probleem. Hij kiest ervoor om geen positieve relatie met de Nederlands Antilliaanse politici te onderhouden, en hem dat verwijten raakt hem niet.

Maar wat moet er dan gebeuren? Het blijft lastig om niet op Brinkman te reageren, want de wijze waarop en de frequentie waarin hij zijn uitlatingen doet schreeuwen bijna om een weerwoord. Maar juist zijn superieure houding en toon maken het zo moeilijk om een zinvol inhoudelijk debat met hem te voeren. Niemand houdt er immers van om bij voortduring beledigd en gekleineerd te worden. Bovendien betekent een inhoudelijk debat, en vooral een inhoudelijk weerwoord, dat niet in populaire, het publiek aansprekende ‘one-liners’ wordt gesproken, maar over feiten en omstandigheden, waarbij het aankomt op nuancering, context en (historisch) perspectief. En dat is nu eenmaal geen makkelijk verteerbare kost voor kranten, radio en TV. De publicitaire slag is door de Nederlands Antilliaanse politici dus nauwelijks te winnen. En misschien moeten ze daar ook maar niet (meer) naar streven. Ze kunnen zich wellicht beter concentreren op constructieve gesprekken met die andere politici in Nederland. Want met alle publiciteit die Brinkman krijgt, zou je bijna vergeten dat de overgrote meerderheid zijn houding en zijn toon afwijst.

Karel Frielink

Karel’s Legal Blog

Eerst schelden, dan praten?

15 mei 2008

Hero Brinkman was gisteren te gast in Studio NL Live op BVN. Hij gaf nog eens onomwonden aan dat hij zijn uitlatingen over de Nederlands Antilliaanse politici bij iedere gelegenheid zal herhalen. Ook aan het begin van het geplande Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties (POK). Eerst schelden dus, voordat er inhoudelijk overleg kan plaatsvinden. Dat vinden de Nederlands Antilliaanse politici vanzelfsprekend bijzonder onaangenaam. Maar Hero Brinkman heeft daar geen enkel probleem mee. Als deze politici zijn scheldkanonnade niet willen aanhoren, dan moet het overleg maar niet doorgaan. Dat bespaart de belastingbetaler volgens hem sowieso een hoop geld.

Hij voegde daar nog een waarschuwing (dreigement?) aan het adres van de Nederlandse Antillen aan toe: de meeste politici in Nederland zijn het niet met hem eens, maar een belangrijk deel van het Nederlandse volk wel. Dus na de komende verkiezingen ziet het politieke landschap er geheel anders uit en zal het uitstoten van de Nederlandse Antillen uit het Koninkrijk een ‘hard punt’ worden…

In de wereld van Brinkman zijn de dingen simpel: als het hem niet lukt de Nederlandse Antillen vóór de Tweede Kamer verkiezingen uit het Koninkrijk te pesten, dan zullen ze er daarna zonder pardon worden uitgezet. Maar horen we dan niet bij elkaar? Zijn we niet één grote familie? Hebben we dan geen historische, politieke, culturele en economische banden? Natuurlijk wel. En nog los van de juridische problemen die de benadering van Brinkman met zich brengt, zijn die banden nog steeds zo sterk dat het zo goed als uitgesloten is dat Curaçao en Sint Maarten over zeg 15 jaar geen deel meer zouden uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden. Het Koninkrijk is van ons allemaal, voor ons allemaal.

Brinkman heeft voor een bijzondere debateertechniek gekozen en hanteert die consequent. Hij zegt bij iedere gelegenheid precies hetzelfde en precies dat wat de Nederlands Antilliaanse politici persoonlijk sterk raakt. Brinkman ziet hen daarbij als tegenstanders en niet als gesprekspartners. Hij rekent zijn methode en ‘stijl’ tot de verworvenheden van de democratie, terwijl hij iedere kritiek daarop als een aanval op de democratie beschouwt. Op die manier maakt hij zich immuun voor kritiek: in zijn optiek heeft hij altijd gelijk, ook al vindt verder (nagenoeg) iedereen dat hij het niet heeft. Zijn gedrag is tenenkrommend onfatsoenlijk.

De door Brinkman gehanteerde ‘one-liners’ zijn als kwetsend bedoeld. Maar ze zijn ook bedoeld voor de Nederlandse kiezers, althans die kiezers die dergelijke stoere-mannen-macho taal wel mooi vinden. Brinkman gebruikt die ‘one-liners’ steevast in combinatie met een verwijzing naar wat de Nederlandse Antillen de Nederlandse betastingbetaler wel niet kosten. En dat soort kreten gaan er bij velen in zoals Gods woord bij een ouderling. Natuurlijk: het bedrag dat in het kader van de schuldsanering wordt genoemd – ongeveer € 2,4 miljard - is hoog. Het klinkt zelfs astronomisch hoog. Het gaat overigens niet om een volledige overname van deze schuld, maar deels ook om herstructurering en herfinanciering. Niet dat het daarmee een gering bedrag wordt, maar het is wel goed om dit te relativeren. Over de schuldsanering zijn bindende afspraken gemaakt, zodat Nederland, zoals Brinkman kennelijk wil, daarop niet meer eenzijdig kan terugkomen. Ook is afgesproken dat maatregelen worden genomen om tot een deugdelijke begroting te komen en er voor te zorgen dat de schulden niet eindeloos blijken oplopen.

In de Nederlandse Miljoenennota 2007 is te lezen dat de totale uitgaven van de rijksoverheid in 2007 ongeveer € 162.161.100.000,- bedragen. Bij de totale belasting- en premieontvangsten in Nederland gaat het in 2007 om ongeveer € 207.450.000.000,-. Als naar deze bedragen wordt gekeken dan vallen de in vele jaren opgebouwde Nederlandse Antilliaanse schulden wel mee. Wat zou de bouwfraude in Nederland, een fraude die ook corruptie bij ambtenaren aan het licht bracht, de Nederlandse belastingbetaler hebben gekost? Deelname aan de ontwikkeling van het Amerikaanse gevechtstoestel Joint Strike Fighter (JSF) kost de Nederlandse belastingbetaler bijna € 5,7 miljard. En dan hebben we het nog niet over de mogelijke aanschaf van dergelijke toestellen. De ISAF-missie van Nederland in Uruzgan kost de belastingbetaler zeker € 1,2 miljard. Aan de HSL-Zuid (hoge snelheidstrein) hangt een prijskaartje van ongeveer € 6,5 miljard en aan de Betuwelijn van € 4,8 miljard. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan. En nu weet ik wel dat de PVV van Brinkman zich uiteraard tegen (een deel van) deze en vergelijkbare zaken verzet, hoewel de PVV in ieder geval wel meer geld aan defensie wil uitgeven, maar het gaat mij hier om de relativering. Als we echt iets voor ‘de’ belastingbetaler willen doen, dan is er wel iets beters te bedenken waaraan veel tijd en energie kan worden besteed dan het voortdurend schoppen tegen de Nederlandse Antillen.

Brinkman stelt dat de Nederlandse Antillen zelf maar hun schulden moeten aflossen. Hij suggereert dat die schulden het gevolg zijn van corruptie en financieel wanbeheer. Erg concreet is hij op dat punt niet. Laat hij eens beginnen om ‘man en paard’ te noemen en precies – en onderbouwd - aan te geven welk deel van de schuld daardoor is veroorzaakt. Vooruitlopend op de discussie die daarover vervolgens kan worden gevoerd, merk ik vast op dat een deel van de problemen in de Nederlandse Antillen door Nederland is veroorzaakt. En dan moet niet alleen worden gedacht aan de fiscale concurrentie: Nederland gunt landen buiten het Koninkrijk fiscale voordelen, die aan de Nederlandse Antillen niet worden gegund. Dat is alles behalve bevorderlijk voor de ontwikkeling van de Nederlandse Antillen.

Een belangrijker punt is echter dat de toenmalige minister-president, Miguel Pourier, in samenwerking met Nederland en het IMF een herstelprogramma voor de Nederlandse Antillen heeft opgesteld. Nederland zou daarvoor borg staan. Onder leiding van Pourier zijn grootschalige bezuinigingen doorgevoerd, onder meer in het ambtenarenapparaat, waar fors in gesneden werd en veel ontslagen vielen. Hierdoor steeg de werkloosheid en de onvrede onder de bevolking. Ook werd besloten tot het invoeren van een omzetbelasting en tot investeringen om het onderwijs te verbeteren. Ondanks afspraken met het IMF kwam de Nederlandse regering (Paars II) niet de verplichting na om financieel bij te springen. De gevolgen waren desastreus. Pourier voelde zich hierdoor ook persoonlijk bedrogen en besloot na de verkiezingen van 2002 uit de politiek te stappen. Nederland is dus op zijn minst medeverantwoordelijk voor de problemen waarmee de Nederlandse Antillen zich thans geconfronteerd zien. Het is wel erg makkelijk en goedkoop om vervolgens het standpunt in te nemen dat Nederland eenvoudigweg zijn handen van de Nederlandse Antillen moet aftrekken.

Brinkman zal voor dit alles niet gevoelig zijn. Zijn politieke neus zegt hem kennelijk dat er meer stemmenwinst is te behalen met het blijven schofferen van de Nederlandse Antillen. Dat tienduizenden arme Antillianen daarvan de dupe worden neemt hij op de koop toe. Het kan hem eigenlijk ook niet schelen: ze kunnen immers toch niet stemmen voor de Tweede Kamer.

Karel Frielink

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.