Mijn opinie

Op deze pagina geef ik periodiek – op persoonlijke titel - mijn soms ongezouten mening. Daarbij moeten met name intolerante politici het ontgelden. Maar ook anderen komen aan bod.

 

Karel’s Legal Blog

 

De financiering van verkiezingscampagnes

Op 13 juli 2010 hier geplaatst, maar onderdeel van een voordracht over corruptie die ik heb gehouden op verzoek van NIVRA-VERA op 24 mei 2004: nog steeds actueel!

“In 1997 ontstond grote commotie in het Verenigd Koninkrijk, omdat de Labour Party een donatie van 1 miljoen Britse ponden van Bernie Ecclestone (de Britse Formule 1-magnaat) had ontvangen. Toeval (of niet?), in de week waarin deze gift bekend werd, maakte de Britse Minister van Volksgezondheid bekend dat de Formule 1 races niet door het verbod op reclame voor tabaksproducten zou worden getroffen, hoewel de Labour Party de kiezers tijdens de campagne anders had beloofd. De Labour Party heeft dit bedrag teruggestort, maar de discussie over de financiering van politieke campagnes verstomde niet.

Gelijk in Groot-Brittannië en in de Verenigde Staten al jaren een hevige discussie wordt gevoerd over de financiering van politieke campagnes, zou deze bij ons in de Nederlandse Antilllen ook gevoerd mogen worden. De beginselen van behoorlijk openbaar bestuur brengen immers mee dat ambtsdragers zonder verplichte ‘last of ruggespraak’ het landsbelang of eilandsbelang behoren te dienen en hun oren niet moeten laten hangen naar de ‘toevallige grootheden’ die hun politieke campagne hebben gefinancierd. Zelfs iedere schijn van belangenverstrengeling dient te worden vermeden.

Afgezien van een verbod op dergelijke financieringen, waaraan natuurlijk nadelen kleven, is er maar één goede remedie en dat is: transparantie. Ik zou ervoor willen pleiten dat in de Nederlandse Antillen een wettelijke regeling tot stand komt die politieke partijen verplicht om publiekelijk verantwoording af te leggen van giften die zij hebben ontvangen. In Nederland is een politieke partij thans verplicht om een gift die op jaarbasis boven Euro 4537,80 uitkomt en die van een bedrijf of maatschappelijke instelling afkomstig is openbaar te maken (art. 18 Wet subsidiëring politieke partijen). Giften van natuurlijke personen vallen niet onder de openbaarmakingsverplichting. Ondanks allerlei privacy-argumenten is er wat voor te zeggen om ook die giften openbaar te maken, althans wanneer een bepaald drempelbedrag wordt overschreden.

Het is ook het overwegen waard om de bedragen die gedoneerd mogen worden aan een maximum te koppelen: bijvoorbeeld NAf 2500,- per individu per partij per campagne en NAf 10.000 per bedrijf (groep van bedrijven) per partij per campagne, al dan niet met een overall maximum (bijvoorbeeld natuurlijke personen maximaal NAf 25.000 en bedrijven maximaal NAf 100.000).
 
Of er wordt gekozen voor een systeem waarin belangengroepen en bedrijven in het geheel geen donaties mogen doen. Of er komt een systeem waarin er bijvoorbeeld van overheidswege een ‘campagnekas’ wordt beheerd, waarin iedereen vrijelijk kan storten en die vanuit de algemene middelen wordt aangevuld, waar politieke partijen voor hun campagne een beroep op kunnen doen, waarbij er natuurlijk wel een adequate verdeelsleutel moet zijn (campagnesubsidie). Denkbaar is ook een maximum aan de uitgavenkant, waardoor voor politieke partijen op voorhand vaststaat hoeveel ze maximaal aan een campagne mogen uitgeven. Ik zeg niet dat het zo moet, maar wel dat het zinvol is om daarover na te denken. (…)”

Wordt het anno 2010 niet eens tijd om hier echt werk van te maken? Welke politieke partij heeft lef genoeg om als eerste en vrijwillig volledige openheid van zaken te geven?

Karel Frielink

.

Zie ook de Amigoe (13 juli 2010) en het Antilliaans Dagblad (14 juli 2010) 

En luister naar ‘Partijfinanciering moet transparant’ – interview Paradise FM (14 juli 2010)

 

Karel’s Legal Blog

 

De PVV kreeg 1,5 miljoen stemmen en 24 zetels

12 juni 2010

Voor de PVV-stemmers die het nog steeds niet doorhebben, Geert Wilders staat gelijk aan (2x) Drs. Hans Janmaat (Centrumpartij / Centrumdemocraten) en aan Filip Dewinter van het extreemrechtse Vlaams Belang. Kijk in het PVV verkiezingsprogramma 2010-2015, waaruit ik 9 standpunten/stellingen haal die stuk voor stuk reden zijn de PVV af te wijzen en 1 voor de PVV heel principieel breekpunt dat direct na de verkiezingen is losgelaten:

  1. Nederlanders zijn een volk dat zijn gelijke niet kent… (dus beter?? Iets van Uber….?)
  2. Eeuwen wapperde onze vlag over alle zeeën en was de driekleur het symbool van vrijheid… (ook vrijheid voor de slaven waarin Nederland handelde??)
  3. Er moet een etnische registratie van iedereen komen… (Waar hebben we zoiets eerder gehoord??)
  4. Henk en Ingrid betalen voor Ali en Fatima… Wat doen ze hier eigenlijk? Wie heeft ze binnengelaten?…. (En wie hebben in de jaren 50, 60, 70, 80 en 90 Nederland dan helpen opbouwen tot een van de rijkste landen ter wereld??)
  5. De islam brengt ons geen culturele verrijking maar sjaria-fatalisme, jihadterrorisme en haat tegen homo’s en Joden… (Alles en iedereen binnen de Islam wordt hier over een kam geschoren)
  6. Vrijheid van onderwijs is een grondrecht, maar alle islamitische scholen moeten dicht… (Waar is de tolerantie gebleven??)
  7. Verbied de boerka en de koran, belast hoofddoekjes… (Boekverbrandingen?? Kennen we ook al uit de geschiedenis)
  8. Stop de overheidspropaganda (tegen het roken, voor de klimaathysterie)… (Doet de overheid eens iets goeds, mag ook dat niet…)
  9. De Nederlandse Antillen en Aruba alsnog uit het Koninkrijk… (Ik zou eerst de internationale verdragen nalezen op wat daarin staat over het zelfbeschikkingsrecht van voorheen gekoloniseerde/uitgebuite landen)
  10. En vooral: de AOW blijft op 65 jaar, geen dag later… (Een keihard breekpunt… maar slechts tot en met de dag van de verkiezingen!! Dat heet in de taal van Wilders de ‘nuancering’ van een standpunt, maar is gewoon kiezersbedrog!!)

Als het nu nog niet duidelijk is…. Op Facebook hebben verontruste burgers zich verenigd: klik hier.

Karel Frielink

.

ps

Limburg – de provincie waar de PVV uitzonderlijk veel stemmen kreeg - is in 1815 aan Nederland toegevoegd als voorlaatste provincie. Curacao werd al in 1791 een echte Nederlandse kolonie. In 1804, 1805 en in 1807 vielen de Engelsen Curacao aan. De tegenstand in 1807 was erg gering en de Engelsen namen het eiland in. In 1814 werd Curacao tijdens de Conventie van Londen aan Nederland teruggegeven. Curacao hoort dus langer bij het Koninkrijk dan de provincie Limburg. Toch moet Curacao van de PVV uit het Koninkrijk worden gezet…

 

 

Karel’s Legal Blog

 

Geert Wilders: “Er is niets mis met de Islam”

24 februari 2010

Op 24 september 2001 was Geert Wilders te gast in het programma Barend en Van Dorp. Hij werd geinterviewd over de Islam, omdat hij in 1999 had gewaarschuwd voor de gevaren van het Moslim extremisme. Op de vraag hoe hij tot die waarschuwing kwam antwoordde hij:

Door goed in de wereld te kijken wat er gebeurt. Door niet over een nacht ijs te gaan. Ik heb landen bezocht in het Midden-Oosten en daarbuiten, van Amerika, Iran, Syrie tot Israel. Ik heb daar veel mensen gesproken die goede analyses konden maken, die in Nederland helaas niet worden gemaakt.

Wilders stelt vervolgens:

De opmerking van Fortuyn om een koude oorlog tegen de Islam te starten is verwerpelijk, omdat hij daarmee alle Moslims op één hoop gooit. Ik heb vanaf het begin gezegd: de Islam daar is niks mis mee, dat is een te respecteren godsdienst. Het gaat om dat kleine stukje Moslim extremisme. (…) Ik heb niets tegen de Islam.

Wat is er met de ‘goede analyses’ van destijds gebeurd dat Geert Wilders vandaag de dag een hele andere toon aanslaat? Heeft het extremisme ook hem besmet? Of is het gewoon politiek opportunisme vanuit de gedachte dat angst een sterke stemmentrekker is?

Karel Frielink

 

ps

4 maart 2010: het is triest dat de PVV het bij de gemeenteraadsverkiezingen zo goed heeft gedaan in Den Haag en Almere. We moeten ons collectief schamen dat dit heeft kunnen gebeuren. Wat is er met die PVV-stemmers aan de hand? Waar komt deze onverdraagzaamheid vandaan? Zijn deze mensen echt zo angstig dat ze daarom PVV stemmen? Veelzeggend is dat partijleider Filip Dewinter van het extreemrechtse Vlaams Belang de PVV van Geert Wilders heeft gefeliciteerd met haar succes bij deze verkiezingen. Blijkens zijn website heeft Dewinter deze felicitatie uitgesproken:

Ruggengraat en karakter, politieke moed en overtuigingskracht hebben geleid tot het succes van Wilders. Als enige in Nederland zegt hij luidop wat de bevolking stilletjes denkt. Islamisering en de immigratie-invasie stoppen, Europa teruggeven aan de Europeanen, het failliet van de multicultuur aanklagen en de criminaliteit hard aanpakken en terugdringen … zijn Wilders’ en onze gemeenschappelijke doelstellingen.

Het is net of je Drs. Hans Janmaat van de Centrumpartij / Centrum Democraten hoort praten, maar dan scherper en nog krasser … Hier volgen enkele van zijn uitspraken (zie ook de uitzending van Andere tijden van 23 april 2009):

Nederland in de eerste plaats voor de Nederlanders. Wij schaffen, zodra we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af. Vol = Vol.

Niemand kan achteraf zeggen niet te zijn gewaarschuwd: Wilders = 2 x Janmaat!

 

Karel’s Legal Blog

 

Een citaat dat tot nadenken stemt…

3 februari 2010

De recente publicatie van de rijksten der aarde door het tijdschrift Forbes biedt ook perspectief. Volgens Forbes kent de wereld momenteel ongeveer 950 miljardairs, met een geschatte rijkdom van in totaal 3,5 biljoen dollar. Dat is een stijging van maar liefst 900 miljard dollar in slechts een jaar. Zelfs nadat alle jachten, huizen en luxe appartementen die met geld te koop zijn, vele malen zijn betaald, hebben deze miljardairs nog bijna 3,5 biljoen dollar over om de wereld te veranderen. Stel dat ze hun geld bij elkaar zouden leggen, zoals Buffett heeft gedaan met Bill en Melinda Gates. Volgens de financiele principes voor het beheer van een vermogen, levert dat bij een vermogen van 3,5 biljoen dollar en een rendement van 5% rond de 175 miljard dollar op. Dit bedrag is voldoende om basisgezondheidszorg beschikbaar te stellen aan alle armsten van de wereld, een einde te maken aan de massale pandemieen van aids, tb en malaria, op korte termijn een groene revolutie te starten in Afrika, een eind te maken aan de digitale kloof en te voorzien in de dringende behoefte aan veilig drinkwater voor een miljard mensen.

Bron: Jeffrey. D. Sachs, Welvaart voor de wereld. Economie voor een overbevolkte planeet, Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Business Contact, 2008, blz. 334.

 

 

Karel’s Legal Blog

 

 

Schuldsanering: de pijnlijke gevolgen van het maken van afspraken

24 december 2009

De (gedeeltelijke) stopzetting (opschorting) door Nederland van de schuldsanering houdt de gemoederen sterk bezig. Los van de vraag of een (gedeeltelijke) stopzetting van de schuldsanering wel zo aardig is voor met name de bevolking, omdat de bevolking toch al de dupe is van politieke spelletjes, komt steeds weer de vraag aan de orde of Nederland juridisch gezien wel mag stoppen?

Het is goed om in de eerste plaats in herinnering te brengen dat de Nederlandse Antillen, Curacao en Sint Maarten zelf om schuldsanering hebben gevraagd. Nederland was aanvankelijk niet van plan om daarvoor de portemonnee te trekken. Toen Nederland zich daartoe wel bereid verklaarde is aangegeven dat de schuldsanering afhankelijk diende te worden gesteld van het nakomen van de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de staatkundige veranderingen. Die afspraken zijn vastgelegd in het Slotakkoord van 2 november 2006, in vervolgakkoorden en in het Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curacao en Sint Maarten (P.B. 2008, 90).

In het Slotakkoord van 2 november 2006 (hoofdstuk II, onderdeel I, nr. 5 onder b) is vastgelegd dat gedurende de transitieperiode naar de nieuwe staatkundige structuur de daadwerkelijke overname van schuldendiensten (rente- en aflossingsverplichtingen) door Nederland afhankelijk blijft van de tijdige en volledige uitvoering van de afspraken in het Slotakkoord tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en de bestuurscolleges van Curacao en Sint Maarten. Indien de uitvoering niet plaatsvindt binnen het tijdschema, staakt Nederland de gefaseerde overname en wordt deze hervat vanaf het moment dat de toezichthouder van oordeel is dat weer aan de voorwaarden wordt voldaan. Overname door Nederland van de resterende hoofdsom van de geconsolideerde schuld van Land, Curacao en de aan Sint Maarten toegerekende Landsschuld, alsmede de betalingsachterstanden van Sint Maarten, Cuacao en het Land de Nederlandse Antillen, vindt plaats op het moment dat de nieuwe staatkundige structuur ingaat.

In de preambule van het Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curacao en Sint Maarten is vastgelegd:

Dat op basis daarvan de regeringen van Nederland en de Nederlandse Antillen, met instemming van de eilandgebieden Curacao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn overeengekomen om te bewerkstelligen dat bij de start van de nieuwe staatkundige verhoudingen sprake is van een gezonde financiële positie van de eilanden”.

Hieruit kan worden afgeleid dat er een direct verband bestaat tussen een gezonde financiële positie van de eilanden (schuldsanering) en de start van de nieuwe staatkundige verhoudingen. In de Nota van Toelichting op het Besluit financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curacao en Sint Maarten is vastgelegd dat het stopzetten van de schuldsanering mogelijk is wanneer Nederland oordeelt dat er geen reëel zicht meer is op een succesvolle afronding van het staatkundige veranderingsproces:

Het eventueel stopzetten door Nederland van de schuldsanering in andere gevallen dan het niet nakomen van financiële afspraken is een ingrijpende stap in het kader van het proces van staatkundige veranderingen. Het ligt niet in de rede een dergelijke stap te overwegen indien er niet sprake is van ernstige en bijna niet meer te redresseren tekortkomingen bij het nakomen van afspraken. De Nederlandse regering zal een dergelijke stap in het algemeen pas zetten indien zij, alles afwegende, van oordeel is dat er door de opstelling van de overige partners in het proces geen reëel zicht meer is op een succesvolle afronding van de staatkundige veranderingsoperatie. In ieder geval zal de Nederlandse regering overleg plegen over een dergelijk voornemen met de overige partners en ook overigens de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen. Gegeven de ingrijpendheid van het voornemen en de impasse in het proces zal consultatie van de raad van ministers van het Koninkrijk plaatsvinden. Bij de start van de nieuwe staatkundige verhoudingen, na de volledige uitvoering van de afspraken in de Slotverklaring van 2 november 2006 en die in de verdere akkoorden neemt Nederland de dan resterende hoofdsom over van de schulden.

Tegen deze achtergrond moet ook art. 35 van het Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curacao en Sint Maarten, dat de intrekking van dit Besluit regelt, worden geïnterpreteerd: die intrekking is pas aan de orde als de schuldsanering stopt om andere dan afgesproken redenen. Ik wijs er op dat de Nederlandse regering heeft aangegeven overleg te zullen plegen over een voornemen tot het (gedeeltelijk) stopzetten van de schuldsanering (een stopzetting op grond van afgesproken redenen) met “de overige partners” en dat dan ook consultatie van de raad van ministers van het Koninkrijk zal plaatsvinden.

Er is dus sprake van een “package deal”: tussen alle partijen is afgesproken dat de schuldsanering is gekoppeld aan de voortgang van de staatkundige herziening en (gedeeltelijk) door Nederland kan worden stopgezet (opgeschort) als sprake is van ernstige tekortkomingen bij het nakomen van afspraken. Deze koppeling is ook altijd zo bedoeld geweest en de afspraken zijn ook altijd zo opgevat, zowel bij ons als in Nederland, behalve dan natuurlijk nu door de politici voor wie deze afspraak niet goed uitkomt. Maar ook hier geldt, hoe pijnlijk dat uiteindelijk ook is voor met name de bevolking: een man een man, een woord een woord.

Karel Frielink

 

 

Karel’s Legal Blog

 

Wat is het verschil tussen een buschauffeur en een barman? Verder geen commentaar

24 september 2009

De Telegraaf:

PVV’er geeft barman ram – Brinkman zou ruzie met de medewerker hebben gekregen toen deze hem ‘nee’ verkocht op een nieuwe bestelling. Daarop probeerde de PVV’er zelf achter de bar te komen om drank te pakken. Toen de barman dat wilde beletten, werd hij geslagen in zijn gezicht.

NU.NL:

‘PVV’er deelt klappen uit’ PVV – Kamerlid Hero Brinkman zou dinsdagnacht klappen hebben uitgedeeld aan een barman van Nieuwspoort omdat hij geen drank meer kreeg. (…) Het Kamerlid erkent verder dat hij een drankprobleem heeft.

RNW:

PVV-Kamerlid Hero Brinkman is in opspraak geraakt omdat hij een barman van de Haagse sociëteit Nieuwspoort zou hebben geslagen. Het bestuur van de sociëteit heeft het Kamerlid een mondelinge waarschuwing gegeven voor het incident.

De kelner had met de alarmknop achter de bar de beveiliging gewaarschuwd, nadat Brinkman zelf achter de bar probeerde te komen. De barman wilde het Kamerlid niet meer bedienen omdat die al zwaar beschonken zou zijn.

PVV:

Verklaring Hero Brinkman incident Nieuwspoort – PVV-Kamerlid Hero Brinkman: “Ik heb enorme spijt van het feit dat ik me dinsdagnacht in Nieuwspoort in dronken toestand heb misdragen. Daarom heb ik excuses aangeboden aan de barmedewerker van Nieuwspoort die zich door mijn gedrag geïntimideerd heeft gevoeld. Ik hecht er wel aan te benadrukken dat ik hem niet geslagen heb. Ik erken een drankprobleem te hebben en ga er hard aan werken om dit snel tot het verleden te laten behoren”. 

Het Parool (10 maart 2009): 

Buschauffeur is klappen beu – AMSTERDAM – Schelden, spugen en slaan. Agressie tegen buschauffeurs komt de laatste jaren vaak voor. Deze week doen de chauffeurs hun verhaal bij de vakbond. (…) De agressieve passagier heeft overigens geen herkenbaar profiel. Van Eerden: ”Het kan iedereen en overal zijn, het is niet te voorspellen.” Eergisteravond nog, stond er een groep ‘bekakte hockeylui’ op de bus van Van Eerden te wachten. ”Die hadden een slok te veel op en begonnen met hockeysticks tegen de deur te rammen. Dat verwacht je niet.”

PVV (29 mei 2007):

Politieagenten hoeven helemaal geen ‘begrip’ of ontzag te hebben voor deze hondsbrutale (…) criminelen. Ze hoeven enkel begrip te hebben voor de Nederlandse wet. Agenten moeten weer ‘ordehandhavers’ kunnen zijn in plaats van ingezet te worden als multiculturele welzijnswerkers. Daarom stel ik (Geerst Wilders -KF) voor in de wet vast te leggen dat de burgemeester – of desnoods de minister van Binnenlandse Zaken – in het kader van de handhaving van de openbare orde de politie opdracht moet kunnen geven om bij ernstige rellen met scherp te schieten. Hieraan voorafgaand moet er eerst een duidelijke waarschuwing gegeven worden, daarna een waarschuwingsschot en vervolgens dient de politie relschoppers uit te schakelen middels een schot bij voorkeur in het been. Het onomwonden wettelijk vastleggen dat bij het volgen van deze procedure de politie straffeloos is, zal aarzeling bij agenten om relschoppers hard aan te pakken wegnemen en de relschoppers effectief bestrijden. Het maakt overigens geen verschil of de relschoppers bestaan uit voetbalhooligans (Marokkaans of niet), krakers, antiglobalisten of ander verwerpelijk tuig.

NRC (19 januari 2009):

Zonder gezag, verklaarde Brinkman, „krijgt degene die het hardst schreeuwt, het meeste gedaan. De politieman op straat heeft daar last van.”

 

Karel’s Legal Blog

 

De nieuwe hufters

29 mei 2009

Tijdens het jaarlijkse Verantwoordingsdebat in de Tweede Kamer sprak PVV-voorman Geert Wilders op 28 mei 2009 over een journaliste die op zoek ging naar de Taliban in Afghanistan en daar meerdere keren werd verkracht. Volgens Wilders toonde zij ook begrip voor de Taliban en gaf zij aan dat er ook respect was voor haar.

Wilders is hier boos over. Blijkens de website van de PVV zei hij hierover het volgende:

“Voorzitter, ik begin met deze gebeurtenis, omdat hij tekenend is voor het morele verval van onze elite.  Die is  zo verblind door haar eigen ideologie dat het bereid is weg te kijken voor de waarheid. Verkrachting? Nou, ik wil nuances aanbrengen in het verhaal, zegt de linkse journaliste. De Taliban bestaat heus niet uit monsters. Liever de werkelijkheid ontkennen dan hem onder ogen zien. 

Onze elite, of het nou gaat om politici, journalisten, rechters, subsidieslurpers of ambtenaren, is volledig de weg kwijt. Elk gevoel voor realiteit is verdwenen. Elk gezond verstand wordt overboord gezet om de werkelijkheid te ontkennen. Niet alleen deze helaas verkrachte journaliste lijdt aan het Stockholm-syndroom, maar de hele Nederlandse elite. 

Ze praten alles goed. Alles relativeren ze weg. Goed en kwaad, logica en gezond verstand, het is 1 grote grijze streep geworden – zonder begin of eind. Het enige morele ijkpunt dat ze nog hebben is: als het moslims maar niet irriteert – want dan zijn ze er wel tegen.”

Door minister-president Balkenende en diverse Kamerleden is er direct en fel op de woorden van Wilders gereageerd. Wilders zou zich volgens de Kamerleden moeten schamen, maar hij antwoordde: “Voor nog geen millimeter”. De minister-president wierp hij toe: “Pak uw biezen, vertrek en kom nooit meer terug.

Dat de minister-president en de Kamerleden boos en verontwaardigd reageerden op het verhaal van Wilders over deze journaliste is terecht en begrijpelijk. Ieder fatsoenlijk mens zou op die wijze reageren. Maar de oproep aan Wilders om zich te schamen was bij voorbaat kansloos. Van schaamte kan pas sprake zijn als je teleurgesteld bent in jezelf. En dat is Wilders niet; integendeel. Wilders voldoet in zijn beleving volledig aan de verwachtingen die hij van zichzelf heeft. Hij is dan ook niet of nauwelijks te genezen, omdat hij niet ontvankelijk is voor wat andersdenkenden hebben te melden. Wilders weigert consequent de waardigheid van andersdenkenden te erkennen. In zijn zelfbeeld is hij De Weg en De Waarheid. Wilders is een exponent van de hufterigheid die in de afgelopen decennia in Nederland is ontstaan.

Hufterigheid sloeg oorspronkelijk alleen op een persoon met een slecht karakter. Het staat nu symbool voor een meer algemene morele verloedering. Een verloedering die zich dagelijks uit in onder meer het niet in acht nemen van fatsoensnormen. Het is een misvatting om te denken dat het daarbij voornamelijk gaat om het elkaar al dan niet een hand geven. Zowel het geven van een hand als het respecteren dat een ander dat uit een diepe geloofsovertuiging niet doet, getuigen beide van fatsoen.

Die genoemde verloedering verklaart ook het succes van de PVV van Wilders in de peilingen. Het gaat niet langer om kleine groepen, maar het is een maatschappelijk probleem geworden. En het is vooral de schaamteloosheid waarmee die hufterigheid ten toon wordt gespreid die grote zorgen baart. Er is kennelijk iets goed mis met het zelfbeeld van een grote groep mensen. En misschien wordt het gewoon tijd om ook die zaken bij de naam te noemen: de nieuwe hufters.

Wat Wilders niet begrijpt, of niet publiekelijk wil erkennen, is dat het slaan van ambulancepersoneel of politieagenten moreel even verwerpelijk en maatschappelijk even onaanvaardbaar is, als het verbaal beschadigen van de genoemde journaliste of van vredelievende mensen die er andere overtuigingen op nahouden. Maar ja, je bent ook pas een groot politicus als zowel vriend als vijand eerbied hebben voor zowel je inborst als je kunde. Wilders is daar nog mijlenver van verwijderd!

Karel Frielink

 

Karel’s Legal Blog

 

Samen bouwen aan de toekomst van Curacao

14 mei 2009

Mijn gewaardeerde collega Chester Peterson mengt zich publiekelijk in de discussie tussen de heer Don Martina en mij (klik hier). Bij zijn betoog plaats ik puntsgewijs een aantal kanttekeningen, waarbij ik opmerk dat hij zoveel te berde heeft gebracht dat ik hier een deel onbesproken moet laten.

1. Het debat tussen de heer Martina en mij ging over de vraag of uitspraken van minister-president Balkenende en staatssecretaris Bijleveld over de mogelijke stopzetting van de schuldsanering ingeval ‘no’ het referendum zou winnen, nu wel of niet een schending van mensenrechten opleveren. Volgens de heer Martina leiden deze uitspraken tot oneigenlijke druk op de bevolking van Curacao, waardoor de bevolking wordt belemmerd om bij het referendum in vrijheid een keuze te maken. Mijn standpunt is dat minister-president Balkenende en staatssecretaris Bijleveld in duidelijke bewoordingen hebben aangegeven welke afspraken zijn gemaakt en onder welke omstandigheden de schuldsanering kan worden stopgezet. Met de schending van mensenrechten heeft dat niets te maken.

2. De opmerking van de heer Peterson dat ik de ‘gedocumenteerde toelichting’ van de stelling van de heer Martina niet met documenten weerleg en het bij een ‘loze uitspraak’ laat, is – zacht uitgedrukt – zwak te noemen. Dat in dit geval sprake zou zijn van een schending van mensenrechten staat namelijk niet vast, laat staan dat de heer Martina dat met documenten zou hebben gestaafd. Het internationale toetsingskader is bekend en het verschil van mening gaat over de interpretatie daarvan. Mijn interpretatie baseer ik op de talloze stukken die ik over dit onderwerp heb gelezen en die mijns inziens voldoende basis voor mijn opvatting verschaffen.

3. Volgens de heer Peterson had Nederland zelfs geen voorwaarden aan de schuldsanering mogen stellen, want dat levert reeds een schending van mensenrechten op. Het staat hem vrij deze opvatting te verkondigen, maar deze vindt geen steun in het (internationale) recht.

4. De heer Peterson is nogal ‘economical with the truth’ waar hij stelt dat ik inzake de discussie over mensenrechten al eens door mijn kantoorgenoot Douwe Boersema terecht zou zijn gewezen. Dat is simpelweg niet waar. De overigens niet door de heer Boersema beargumenteerde opmerking, waarop de heer Peterson kennelijk doelt, ging over een heel ander onderwerp, namelijk over de staatsrechtelijke kant van de aanwijzingsbevoegdheid. Als de heer Peterson wil weten hoe de heer Boersema over mensenrechten denkt, dan moet hij zijn proefschrift maar eens lezen (Dr. D.A.A. Boersema, ‘Mens mensura iuris. Over rechtsbewustzijn, gelijkheid en mensenrechten’).

5. In de discussie tussen de heer Martina en mij ging het niet om de vraag of bij het referendum ‘si’ of ‘no’ gestemd zou moeten worden. De heer Peterson brengt dit element nu in de discussie door mij te verwijten dat ik een ‘in juridische zin niet goed te verdedigen voorkeur’ voor ‘si’ heb en dat ik daarvoor dus andere ‘niet gegronde motieven’ heb. Ik zou niet weten welke juridische gronden er zouden zijn om niet voor ‘si’ te zijn. In dat verband verwijs ik de heer Peterson overigens naar de reactie van rechter Bob Wit op een interview van Radio Direct met zijn kantoorgenoot “Peppie” Sulvaran (klik hier).

6. Overigens ben ik, maar dat is genoegzaam bekend, voor ‘si’. Die optie geeft namelijk de beste startpositie om te werken aan belangrijke onderwerpen als scholing, werkgelegenheid, culturele ontplooiing, gelijke kansen, een schoon milieu, betere gezondheidszorg, goede huisvesting en noem maar op. Dat zijn de mensenrechten die er hier en nu concreet toe doen. Ik stem dan ook niet ‘si’ om er zelf beter van te worden, maar voor Curacao en de bevolking van Curacao. Het gaat om de toekomst van ons allemaal.

7. Volgens de heer Peterson is wat betreft Nederland sprake van een koloniale mentaliteit, waarvan machtsmisbruik een kenmerkende eigenschap is. Het koloniale verleden, de slavernij en de slavenhandel zijn inktzwarte bladzijden in de geschiedenis, waaraan alleen maar met afschuw kan worden gedacht. Maar de tijden zijn gelukkig wel veranderd, ook al drukken Nederlandse politici zich niet zelden uit in bevoogdende en dus ook mij irriterende bewoordingen. Maar wie mocht denken dat Nederland uit is op rekolonisatie van Curacao begrijpt weinig tot niets van de gedachtewereld van de Nederlandse politici. President Obama heeft zich bij herhaling uitgelaten over het slavernijverleden van de Verenigde Staten. Zijn boodschap is helder: ‘De treurigheid van de geschiedenis biedt geen aanknopingspunten voor een betere toekomst. Alles van vroeger is jammer. Wij moeten de bladzijde omslaan. Wij beginnen opnieuw.

8. Dat er ook op Curacao, bij tijd en wijle, sprake is van racisme is mij inderdaad niet ontgaan. Curacao is een smeltkroes van culturen en dan gebeuren er wel eens dingen die niet zouden mogen gebeuren. Onheus is de persoonlijke aanval van de heer Peterson wanneer hij mij verwijt dat ik niet oprecht ben als het gaat om de strijd tegen racisme. Dat verwijt is enkel gebaseerd op het feit dat ik een aantal door de heer Peterson nu pas genoemde punten in de discussie met de heer Martina niet heb aangekaart. Maar dat is volstrekt onvoldoende basis om mijn integriteit, en dan nog wel publiekelijk, in twijfel te trekken.

9. Ronduit schokkend is de stelling van de heer Peterson dat op Curacao sprake is van ‘apartheid’, waarbij hij wijst op ‘baaien of horecagelegenheden, waar vrijwel alleen in Nederland als autochtoon aangemerkte Nederlanders komen of zelfs de meest simpele banen krijgen’. Dat is een uitspraak die erg lijkt op sterk rechtse geluiden in Nederland en die er op neerkomen dat ‘buitenlanders’ de banen (en baaien) inpikken die van ‘ons’ zijn. Nog even los van de formeel-juridische benadering over de toelating van mensen ‘van buiten’, want die toelating is wettelijk geregeld, is het niet zo dat uitbaters van bijvoorbeeld horecagelegenheden op Curacao selecteren op ras of huidskleur. Door de hotel- en horecawereld op Curacao is in de afgelopen jaren bij herhaling aangegeven dat het moeilijk is om vooral Curacaose jongeren te interesseren voor een baan in bijvoorbeeld de bediening en dat er een zekere weerstand lijkt te bestaan tegen banen waarbij het gaat om serviceverlening. Er zijn daarom ook initiatieven ontplooid om met name die jongeren ook in deze sector aan werk te helpen, waarbij ik slechts het opleidingshotel Academy Hotel Curacao als voorbeeld noem.

10. De heer Peterson maakt er melding van dat er door sommige ‘si’-aanhangers intimiderend campagne zou zijn gevoerd tegen burgers van Latino-afkomst en dat gezegd zou zijn dat zij bij een ‘no’-uitslag hun Nederlandse nationaliteit en paspoort zouden verliezen en dat medici onder hen geen SVB-vergoedingen meer zullen genieten. Ik weet simpelweg niet of er individuen zijn die dat hebben gezegd, maar ik neem daar zonder voorbehoud afstand van. Mijn zorgen over de ‘no’-campagne betroffen echter niet alleen individuen, want er zijn diverse gevallen van individuele intimidatie bekend, maar ook groepen binnen en officiële vertegenwoordigers van het ‘no’-kamp. Ik volsta hier met te verwijzen naar het stuk ‘Stop racisme op Curacao’. Ook deze bladzijde in onze geschiedenis moeten we zo snel mogelijk omslaan. Vanaf nu moeten we eendrachtig aan onze gezamenlijke toekomst gaan bouwen!

Karel Frielink

 

(Dit stuk werd ook gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad van 15 mei 2009)

 

Karel’s Legal Blog

 

Over mensenrechten, schuldsanering en het referendum (III)

11 mei 2009

Het doet mij deugd dat de heer Don Martina op mijn opiniestuk heeft gereageerd in het Antilliaans Dagblad van 11 mei 2009 (klik hier en hier). Ik zal zijn reactie puntsgewijs bespreken.

1. Volgens de heer Martina leg ik hem woorden in de mond die hij niet heeft gebruikt. Ik schreef, kort gezegd, dat de heer Martina Nederland, en met name minister-president Balkenende en staatssecretaris Bijleveld, beschuldigt van machtsmisbruik en van het schenden van mensenrechten, omdat Nederland zou hebben gedreigd de schuldsanering stop te zetten als ‘no’ bij het op 15 mei 2009 te houden referendum zou winnen, waarbij hij zich beroept op VN Resolutie 2625. Ik heb de heer Martina daarbij niets in de mond gelegd. Hij heeft dit immers gezegd. Van het radio-interview van René Roodheuvel met de heer Martina, waarin hij dit zegt, heb ik een kopie gemaakt.

2. Interessant is dat de heer Martina in dat interview ook aangeeft dat het Koninkrijk de eerstverantwoordelijke is als het gaat om het waarborgen van de mensenrechten. Moet die opmerking wellicht als een uitnodiging aan de Koninkrijksregering worden opgevat om zich bij ons te bemoeien met bijvoorbeeld Bon Futuro en de Isla Raffinaderij?

3. Over de inhoud van VN Resolutie 2625 wil ik hier kort zijn. Op mijn weblog ben ik daar meer uitvoerig over geweest (zie hieronder het stuk gedateerd 7 mei 2009). Ik verwijs daarbij naar het proefschrift van Steven Hillebrink, ‘The Right to Self-Determination and Post-Colonial Governance: The Case of the Netherlands Antilles and Aruba’ (2008). Hoewel dit een lastig onderwerp is, waarover talloze rapporten, boeken, artikelen, VN resoluties en bindende adviezen zijn verschenen, gaat het er in de kern om dat een volk in vrijheid van het zelfbeschikkingsrecht gebruik moet kunnen maken.

4. In mijn opiniestuk in het Antilliaans Dagblad van 8 mei 2009 wijs ik op twee onderwerpen die in Resolutie 2625 aan de orde zijn: enerzijds de relatie tussen soevereine staten en anderzijds dat een volk in vrijheid over zijn toekomst moet kunnen beslissen. De heer Martina doet het ten onrechte voorkomen alsof ik mij op het eerste onderwerp richt en hij op het tweede, waarbij hij slechts een deel van mijn tekst citeert. Herlezing van mijn opiniestuk leert dat ik het nu juist wel over dat tweede onderwerp heb.

5. De referendumcommissie is overigens niet van oordeel dat het bij het komende referendum om een zelfbeschikkingsreferendum gaat, zoals de heer Martina stelt. De referendumcommissie geeft aan dat in het komende referendum ook – ten minste impliciet – de vraag aan de orde is of hetgeen nu voorwerp van het referendum is, in meer algemene zin overeenkomt met het resultaat van het zelfbeschikkingsreferendum van 2005. Omdat het referendum van 15 mei 2009 “aspecten vertoont” van een zelfbeschikkingsreferendum, moet het referendum naar het oordeel van de Commissie voldoen aan internationaal aan een zelfbeschikkingsreferendum gestelde eisen. Alleen al voor de morele legitimiteit van het referendum lijkt het mij verstandig dergelijke internationale eisen te respecteren. Dat is met name van belang nu er groeperingen zijn die van oordeel zijn dat sommige elementen van het onderhandelingsresultaat een aantasting zouden zijn van de in 2005 gekozen autonomie. Over de vraag of een dergelijk oordeel juist is laat de referendumcommissie zich niet uit, omdat zij in deze discussie geen stelling wil nemen.

6. Niet zo heel sterk vind ik de opmerking van de heer Martina dat “Frielink hetzij niet geheel bekend is met het vraagstuk van zelfbeschikking en mensenrechten dan wel niet beschikt  over alle relevante informatie en documenten”. Dat is een argument gericht op de persoon die aan het debat deelneemt, niet op wat deze persoon inhoudelijk zegt. Een serieus debat behoort inhoudelijk te worden gevoerd. Bovendien, zelfs een dwaas kan het nu en dan bij het rechte eind hebben. Maar daar staat tegenover dat ook als 50 miljoen mensen iets zeggen dat dwaas is, het dan toch iets dwaas blijft. Het moet er dan ook niet om gaan ‘wie’ iets zegt, maar om ‘wat’ er wordt gezegd. In de campagne die wordt gevoerd lijkt vaak van het omgekeerde te worden uitgegaan.

7. Voor wat betreft ‘machtsmisbruik’ verwijst de heer Martina enkel naar een uitspraak van prof. Alex Reinders, die van mening is dat Nederland de “bovenliggende partij is” die Curacao een “aantal dingen door de strot wil drukken”. Dat Nederland in de onderhandelingen heeft geprobeerd voor haar van belang zijnde onderwerpen erdoor te krijgen levert op zichzelf nog geen ‘machtsmisbruik’ op. Onze onderhandelaars hebben dat overigens ook geprobeerd. Bovendien gaat het hier om een mening, waaraan kennelijk autoriteit wordt toegekend, daar waar het hoort te gaan om een inhoudelijk debat over concrete voorbeelden en omstandigheden. Waar het om gaat is dat minister-president Balkenende en staatssecretaris Bijleveld ons eraan hebben herinnerd dat de Nederlandse Antillen, Curacao en Sint Maarten zelf om schuldsanering hebben gevraagd en ermee hebben ingestemd dat de schuldsanering door Nederland kan worden stopgezet als er naar het oordeel van Nederland geen reëel zicht meer is op een succesvolle afronding van de staatkundige veranderingsoperatie. Onderdeel van die veranderingsoperatie is overigens regelgeving die beoogt te waarborgen dat in de toekomst sprake is van een gezond budgettair beleid, zodat de schulden niet opnieuw ongecontroleerd oplopen. Het is tamelijk evident dat als in meerderheid ‘no’ wordt gestemd, het proces van staatkundige herziening wordt gestremd en Curacao dus niet kan voldoen aan de gemaakte afspraken. Het logische gevolg daarvan is dat ook de schuldsanering dan zeer waarschijnlijk stopt. Dat zou op zich zeer schadelijk zijn voor de toekomst van Curacao, maar levert geen schending van mensenrechten op. Voor wat het waard is: ook prof. Reinders is het hiermee eens en hij meent dat een klacht bij de VN dan ook “weinig kansrijk” is.

8. De heer Martina vraagt een bijdrage aan het debat van de Orde van Advocaten en de Juridische Faculteit van de UNA, en wel voor 15 mei 2009, over de geloofwaardigheid, legitimiteit en zorgvuldigheid van het referendum. Kennelijk heeft hij problemen met de bemoeienis van het Bestuurscollege en de Regering. Het is logisch en juridisch ook toegestaan dat het Bestuurscollege en de Regering het onderhandelingsresultaat, en daar gaat het referendum over, aan de bevolking van Curacao uitleggen. Het is bijvoorbeeld evenzeer toegestaan dat het Bestuurscollege als werkgever voorlichting geeft aan ambtenaren. De Orde van Advocaten heeft zich reeds tweemaal over juridisch van belang zijnde onderwerpen uitgelaten. De Orde heeft zich verzet tegen een aanwijzingsbevoegdheid van de Nederlandse Minister van Justitie. Dat verzet is door de Raad van State overgenomen en dit onderwerp is nu ook politiek van tafel. De Orde heeft zich in meerderheid positief uitgelaten over de toetsing door het Hof van Justitie van een aanwijzing van de toekomstige Minister van Justitie van Curacao waar het gaat om het vervolgen van burgers. Die toetsing is nodig om burgers te beschermen tegen willekeurige of politieke vervolgingen. Een brede discussie over het referendum zal zeker nog worden gevoerd, maar vergt niet alleen distantie, omdat door de campagne de gemoederen op dit moment oververhit zijn, maar ook een zorgvuldig feitenonderzoek. Aan de door de heer Martina genoemde onderwerpen moet naar mijn idee worden toegevoegd de wijze waarop bepaalde groepen campagne hebben gevoerd, omdat een groot deel van de campagne niets met de inhoud van het referendum te maken heeft.

9. Tenslotte merk ik op dat ik in mijn opiniestuk zorgen heb geuit over het feit dat door bepaalde groepen in het ‘no’ kamp ongemeen fel en onheus campagne wordt gevoerd. Tegenstellingen worden daarbij vergroot en aangescherpt, mensen worden ongerust gemaakt, misleidende informatie is aan de orde van de dag en dat geldt ook voor het opwekken van vals sentiment. De heer Martina heeft hier helaas niet op gereageerd. Er is door anderen in (ingezonden) stukken gewezen op onder andere intimidatie en racisme (zie ook hier). Die wijze van campagnevoeren moet ook de heer Martina pijn doen. Het zou goed zijn als hij nog vóór het referendum publiekelijk afstand zou nemen van de mensen die zich bedienen van deze oneigenlijke campagnetactieken.

Karel Frielink

 

(Dit stuk werd ook gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad van 12 mei 2009 en in verkorte vorm in de Amigoe van eveneens 12 mei 2009)

 

Karel’s Legal Blog

 

Over mensenrechten, schuldsanering en het referendum

7 mei 2009

De voormalige minister-president van de Nederlandse Antillen, Don Martina, beschuldigt Nederland van het schenden van mensenrechten, omdat Nederland zou hebben gedreigd de schuldsanering stop te zetten als “NO” bij het op 15 mei 2009 te houden referendum zou winnen. Hij beroept zich in dat verband op VN Resolutie 2625 (XXV): “Declaration on Principles of International Law concerning Friendly Relations and Cooperation among States in accordance with the Charter of the United Nations“.

Resolution 2625 (XXV) of 24 October 1970 states that no State may use or encourage the use of economic, political or any other type of measures to coerce another State in order to obtain from it the subordination of the exercise of its sovereign rights and to secure from it advantages of any kind. The Resolution gives a further extension of the right to self-determination to the transition to whatever political constellation, provided that it is freely decided by a people. The exercise and implementation of the right of peoples to self-determination presupposes the free and genuine expression of their will. (Confer, Resolution 1514 (XV) and Resolution 1541(XV). Zie ook Steven Hillebrink, The Right to Self-Determination and Post-Colonial Governance: The Case of the Netherlands Antilles and Aruba (2008))

Het is goed om in de eerste plaats in herinnering te brengen dat de Nederlandse Antillen, Curacao en Sint Maarten zelf om schuldsanering hebben gevraagd. Nederland was aanvankelijk niet van plan om daarvoor de portemonnee te trekken. Toen Nederland zich daartoe wel bereid verklaarde is aangegeven dat de schuldsanering afhankelijk diende te worden gesteld van het nakomen van de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de staatkundige veranderingen. Die afspraken zijn vastgelegd in het Slotakkoord van 2 november 2006, in vervolgakkoorden en in het Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten.

Bij het komende referendum kan de bevolking van Curacao zich uitspreken over het resultaat van de Ronde Tafel Conferentie (RTC) van 15 december 2008 door “SI” of “NO” te stemmen. Wordt in meerderheid “SI” gestemd, dan stemt de bevolking in met de afspraken die zijn gemaakt over de inkleding van de nieuwe staatkundige structuur. Wordt overwegend “NO” gestemd, dan wordt het bereikte akkoord verworpen. Het is tamelijk evident dat als in meerderheid “NO” wordt gestemd, het proces van staatkundige herziening wordt gestremd en Curacao dus niet kan voldoen aan de gemaakte afspraken. Het logische gevolg daarvan is dat ook de schuldsanering dan zeer waarschijnlijk stopt. In de toelichting op het Besluit financieel toezicht is immers vastgelegd dat het stopzetten van de schuldsanering mogelijk is wanneer Nederland oordeelt dat er geen reëel zicht meer is op een succesvolle afronding van het staatkundige veranderingsproces:

Het eventueel stopzetten door Nederland van de schuldsanering in andere gevallen dan het niet nakomen van financiële afspraken is een ingrijpende stap in het kader van het proces van staatkundige veranderingen. Het ligt niet in de rede een dergelijke stap te overwegen indien er niet sprake is van ernstige en bijna niet meer te redresseren tekortkomingen bij het nakomen van afspraken. De Nederlandse regering zal een dergelijke stap in het algemeen pas zetten indien zij, alles afwegende, van oordeel is dat er door de opstelling van de overige partners in het proces geen reëel zicht meer is op een succesvolle afronding van de staatkundige veranderingsoperatie.

De Nederlandse premier Balkenende en staatssecretaris Bijleveld hebben hier enkele keren uitdrukkelijk op gewezen. Zij hebben in dat verband niet meer gedaan dan nog eens helder onder woorden brengen welke afspraken er aan beide kanten van de oceaan zijn gemaakt. De heer Martina is – terecht – een gerespecteerd (oud) politicus. Het valt daarom te betreuren dat hij premier Balkenende beschuldigt van machtsmisbruik en Nederland van het schenden van mensenrechten. Voor zijn beschuldigingen bestaat echter geen enkele feitelijke basis. Reeds op die grond moet worden geconcludeerd dat van schending van mensenrechten eenvoudigweg geen sprake is.

Er wordt door Nederland (dus) ook niet gebruik gemaakt van bijvoorbeeld economische drukmiddelen om de bevolking van Curacao te beïnvloeden bij de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht. Het referendum van 15 mei 2009 gaat ook niet over de vraag of Curacao onafhankelijk moet worden of onderdeel wil blijven uitmaken van het Koninkrijk. Het (nog steeds bestaande) zelfbeschikkingsrecht is nu niet aan de orde. Het referendum daarover vond in 2005 plaats. Ruim 95% van de bevolking heeft ter gelegenheid van het in 2005 gehouden referendum gekozen voor de opties waarbij Curacao deel blijft uitmaken van het Koninkrijk. Het referendum dat nu wordt gehouden gaat enkel over de vraag of daaraan met het slotakkoord op een aanvaardbare manier invulling wordt gegeven. Ook om die reden komen we aan toepassing van Resolutie 2625 niet toe. Van enige schending van mensenrechten in dit verband is simpelweg geen sprake.

De heer Martina houdt Nederland verantwoordelijk voor de grote verdeeldheid die nu op Curacao bestaat. Daar heeft hij voor een deel gelijk in. Nederland heeft te hard en met de verkeerde toon ingezet bij de onderhandelingen. Als de aanpak anders was geweest, dan zou de acceptatie van het Slotakkoord bij ons op Curacao ook groter zijn geweest. Maar minstens even belangrijk is dat er hier op Curacao mensen en groepen zijn die kennelijk belang hebben bij verdeeldheid. Door bepaalde personen in het “NO” kamp wordt ongemeen fel en onheus campagne gevoerd. Tegenstellingen worden daarbij vergroot en aangescherpt, mensen worden ongerust gemaakt, misleidende informatie is aan de orde van de dag en dat geldt ook voor het opwekken van vals sentiment. Er wordt deze weken veel kapot gemaakt op Curacao. Behalve dat menselijke verhoudingen onnodig verstoord worden, heeft een dergelijke campagne ook schadelijke gevolgen voor de reputatie en de economie van Curacao. Ik ben benieuwd wie de rekening daarvan zal betalen. Maar wat de uitslag op 15 mei 2009 ook zal zijn, we moeten uiteindelijk toch samen verder en samen bouwen aan een toekomst voor ons en onze kinderen.

Karel Frielink

 

(Dit stuk werd – in iets kortere vorm – ook gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad van 8 mei 2009)

PS

Op grond van VN Resolutie 1514 kan worden verdedigd dat het zelfbeschikkingsrecht van bijvoorbeeld Bonaire nog niet is uitgewerkt. Bonaire zou dus in de toekomst nog kunnen kiezen voor volledige onafhankelijkheid, zoals ook Curacao of Sint Maarten dat nog kunnen.

 

Karel’s Legal Blog

 

The Age of the Unthinkable

1 mei 2009

Eens in de zoveel tijd lees je een boek dat ertoe doet. Een boek dat je opzadelt met nieuwe inzichten, maar ook met nieuwe onzekerheden. Het boek van Joshua Cooper Ramo (The Age of the Unthinkable. Why the new world disorder constantly surprises us and what we can do about it) is zo’n boek. Een ‘must read’.

Complexe verhoudingen of problemen nemen in complexiteit toe naarmate de tijd verstrijkt. Systemen, of het nu gaat om bijvoorbeeld ecologische of economische systemen, worden nooit simpeler, uitsluitend complexer. Dit soort systemen zijn ‘nonlineair’. Dat betekent dat een bepaalde actie niet altijd dezelfde reactie teweeg hoeft te brengen. Bekend is het experiment van Glenn Held, welk experiment door tallozen is herhaald. Glenn Held kwam op het idee op basis van een hypothese van de Deense natuurkundige Per Bak. Ik bespreek nu eerst het experiment.

Als je steeds op dezelfde plek op een vlakke ondergrond voorzichtig een zandkorrel laat vallen, dan zullen de korrels zich aanvankelijk opstapelen en ontstaat er een hoop zand, een soort piramide. Nu kan het gebeuren dat een volgende zandkorrel de piramide uit evenwicht brengt en er een soort (kleine) lawine ontstaat. Als je dit experiment herhaalt kun je constateren dat die lawine soms al vrij snel, dus bij een kleine piramide, ontstaat, maar dat het andere keren veel langer duurt en de piramide die ‘instort’ veel groter is.

Bak constateerde een soort fundamentele onvoorspelbaarheid. Vanuit de traditionele wetenschap werd de hoop zand gezien als een stabiele, in evenwicht verkerende massa. Een lawine kon worden veroorzaakt ingeval sprake was van een sterke, van buiten komende kracht, wanneer die kracht op voldoende korrels impact had. De hypothese van Bak, die door het experiment werd bevestigd, is dat zich aanvankelijk een stabiel ogende piramide vormt, maar dat die piramide zich op enig moment organiseert als een instabiele hoop zand, met als gevolg dat de instorting daarvan reeds het gevolg van een zeer kleine impact – bijvoorbeeld één zandkorrel – kan zijn. Die ‘georganiseerde instabiliteit’ brengt mee dat het ‘gedrag’ van de piramide onvoorspelbaar is. Zo weet je niet welke zandkorrel uiteindelijk de instorting zal veroorzaken. Bak kwam tot zijn hypothese doordat hij die ‘fundamentele onvoorspelbaarheid’ waarnam in onder andere de natuurkunde en de biologie.

Hetgeen hier uiteengezet is lijkt ook van toepassing te zijn op andere complexe systemen, waaronder de economie. Joshua Cooper Ramo illustreert dit aan de hand van allerlei voorbeelden. Hier wordt er – samengevat – een genoemd (p. 55-56):

In the summer of 2007, the investor Bill Browder (of the $2 billion Hermitage Fund) spotted a small news item in his morning paper. For the first time an American auction of debt from leveraged buyout deals failed to draw enough bidders and had to be shut down. Browder recognized this seemingly insignificant event for what it was: the world had run out of its ability to absorb new debt. It was the end of a Ponzi-like scheme and, he knew, the start of an avalanche that might reach a historic, tragic scale.

Waar het dus om gaat is dat relatief kleine gebeurtenissen een enorme impact op een heel systeem kunnen hebben. Ik noem hier de ‘subprime-mortgage’ crisis in de Verenigde Staten. De economische modellen waren en zijn niet in staat om het gedrag van dergelijke complexe systemen te voorspellen, omdat die modellen uitgaan van ‘normal rules of behavior’ en geen rekening kunnen houden met ‘nonlineaire’ ontwikkelingen. Economische systemen worden ook met de dag complexer, mede door een groeiende interdependentie. De complexiteit is zo groot dat er ook geen duidelijk zicht (meer) bestaat op wat er allemaal met wat in verbinding staat. En net als bij de zandhoop, is niet op voorhand vast te stellen wanneer er een kritieke situatie ontstaat die tot ineenstorting leidt, maar bovendien is niet te voorspellen wat tot die ineenstorting zal leiden. En net als bij de zandhoop kan die ineenstorting het gevolg zijn van een geringe gebeurtenis.

Aan de hand van de ineenstorting van de USSR laat Joshua Cooper Ramo zien dat deze theorie ook op politiek niveau een rol speelt (p. 64 e.v.). Michail Gorbatsjov, president van de Sovjet-Unie (USSR) van 1990 tot 24 augustus 1991, introduceerde onder andere ‘glasnost‘ (openheid) en ‘perestrojka‘ (hervorming), in een poging zijn land uit de diepe malaise te halen. Dat leverde veel verzet op bij de elite die trachtte de oude, vertrouwde machtsstructuren te herstellen. Uiteindelijk is de Sovjet-Unie ineengestort. Over de oorzaken daarvan wordt nog steeds gedebatteerd, maar simpele verklaringen als ‘het communisme is ten ondergegaan aan de import van westerse ideeën’ zijn bepaald speculatief en ontoereikend. Wat mogelijk een rol heeft gespeeld is het gedrag van de nomenklatura. De elite onder het Politbureau die op allerlei niveaus de leiding had. Deze elite zag dat een hervorming van het systeem zou leiden tot aantasting van hun rechten en privileges. Een groot deel van deze elite heeft zich vervolgens van het systeem afgekeerd vanuit de gedachte dat zij bij een ineenstorting de ‘brokstukken’ zouden kunnen oppakken om vanuit nieuwe structuren op de oude voet verder te leven. De door Gorbatsjov gewenste democratisering leidde aldus niet tot de beoogde stabiliteit, maar nu juist tot instabiliteit. Gorbatsjov heeft het gedrag van de elite niet voorzien.

Met deze en andere voorbeelden wordt aangetoond dat ‘onvoorspelbaarheid’ inherent is aan allerlei uiteenlopende, complexe systemen. Dat betekent dat we daarmee ook anders moeten omgaan. Daaraan wordt in het boek uitvoerig aandacht besteed. Een van de conclusies is dat ook wat op individueel niveau gebeurt invloed heeft. Een ieder moet dus ook bij zichzelf te rade gaan hoe hij of zij het leven beter kan inrichten: “We can each start to live more resiliently” (p. 261). En bovendien moeten we op allerlei niveaus leren leven met ‘onzekerheid’ en ‘onvoorspelbaarheid’. Voor wat betreft de economie als systeem kan bijvoorbeeld worden vastgesteld dat wanneer het streven steevast en uitsluitend is gericht op groei, en ook het overheidsbeleid of dat van de Fed daarop is gericht, het systeem niet ‘leert’ om te gaan met een crisis, omdat bij de eerste tekenen daarvan de symptomen direct worden onderdrukt (p. 181). Juist door dat vroegtijdig onderdrukken kan er geen ‘veerkracht’ groeien, met als gevolg dat een systeem op enig moment door een (relatief) kleine gebeurtenis ineen kan storten. Daarenboven is het onlogisch om ervan uit te gaan dat we in staat zijn om een systeem te controleren en te beheersen, wanneer de complexiteit van dat systeem ons voorstellingsvermogen vele malen te boven gaat (p. 199). Bij de inrichting van het door zovelen nu gewenste ‘nieuwe toezicht op de financiele sector’ zal daarmee rekening moeten worden gehouden.

Het Tweede Kamerlid Jan de Wit wordt voorzitter van de parlementaire commissie die onderzoek zal doen naar de kredietcrisis. De Tweede Kamer wil weten hoe de crisis heeft kunnen ontstaan en, neem ik aan, wie daarvoor verantwoordelijk kunnen worden gesteld. Het boek van Joshua Cooper Ramo laat zien dat die vragen niet eenvoudig te beantwoorden zullen zijn. De commissie zal niet tot conclusies kunnen komen als de leden daarvan dit boek niet hebben gelezen. Hopelijk heeft de commissie ook nog tijd om mijn stuk ‘Wie heeft de economische crisis veroorzaakt?’ van 23 februari 2009 (hieronder te vinden) nog even te lezen.

Karel Frielink

 

Karel’s Legal Blog

 

 

OORDEEL ZELF

20 april 2009

Op de website van “NO” prijkte afgelopen weken prominent de foto van rechter mr Bob Wit, die als een medestander van “NO” werd gepresenteerd. Mr. Wit heeft daarop op 16 april 2009 een reactie op die website geplaatst, maar die is er nu gauw vanaf gehaald. Tevens is de fotogalerij vervangen door een krantebericht waarin diezelfde fotogalerij staat. Hier volgt de tekst zoals die op 16 april 2009 op die website was geplaatst en waarvan de NO-campagne niet wil dat anderen daar kennis van nemen:

Mijne heren,

Ik ben erop gewezen dat ik thans op deze website bij de “vota no” groep ben ingelijfd. Het is juist dat ik mij publiekelijk kritisch over een aantal zaken, welke de nieuwe staatkundige structuur betreffen, heb uitgelaten. Deze kritiek handhaaf ik onverkort. Ik moet echter constateren dat het punt waartegen ik mij het sterkst heb gekeerd (de aanwijzingsbevoegdheid van de “Koninkrijks MinJus”) thans geheel van tafel is, zoals inmiddels ook vermeld wordt op de website van de referendumcommissie. Het kan niet genoeg worden benadrukt dat daarmee een zeer groot bezwaar tegen het “pakket” verdwenen is en het zou de “nee-groep” sieren zulks ook te erkennen. Betekent dit nu dat alles wat mij betreft zonder meer koek en ei is? Zeker niet.

Er zijn nog meer kritische opmerkingen te maken. Maar dit is ook het geval met betrekking tot een flink aantal stellingen welke door de “nee-groep” worden verkondigd. Ik zal daarop te gelegener tijd nog terugkomen. Weet wel dat ik de argumenten (daaronder niet begrepen de vele irrationale en emotionele uitlatingen die, overigens aan beide zijden van het debat, lastimamente en in toenemende mate de ether worden ingeslingerd) in alle rust aan het bestuderen ben en dat ik niet van plan ben om ook maar enig argument van welk kamp dan ook voor zoete koek te slikken.In mijn dagelijks werk als rechter pleeg ik beide partijen aan kritische vragen en opmerkingen te onderwerpen om op die manier te weten te komen wat hun sterke en zwakke punten zijn. Ik ban thans nog volop in die fase. Enige speculatie over wat mijn “eindoordeel” zal zijn, is derhalve op dit moment geheel voorbarig.

Un kordial saludo,

Jacob “Bob” Wit

Comment made on April 16th, 2009 at 4:20 pm

Karel Frielink

 

Karel’s Legal Blog

 

 

 WE ZIJN ÉÉN VOLK: OOK NA HET REFERENDUM

15 april 2009

Het is niet zo moeilijk om iets kapot te maken. Het is veel moeilijker om samen iets op te bouwen. In de campagne die wordt gevoerd voor het referendum dat op 15 mei 2009 wordt gehouden, wordt veel kapot gemaakt. Er wordt respectloos gescholden, tegenstellingen worden onnodig aangewakkerd, en groepen worden tegen elkaar opgezet. Het lijkt soms wel erg sterk op haat zaaien. Maar wat de uitslag ook wordt, we zullen ook na 15 mei 2009 de kar samen moeten trekken.

Ik verbaas mij met name over de toon en de uitlatingen van de ‘nee-campagne’. De uitspraak van Helmin Wiels dat de duivel gebruik maakt van vrouwen, is een belediging voor alle vrouwen op Curacao. Zijn persoonlijke aanvallen op Emily de Jongh-Elhage getuigen ook van zwakte. Zij is de moeder van ons volk: een warme, hartelijke en integere moeder. De stelling van Wiels dat wij onze vrijheid verkopen voor een zak geld is onzin. Hij is slim genoeg om dat weten, maar houdt er kennelijk een eigen politieke agenda op na. Als je hem hoort praten lijkt het wel alsof op Curacao sprake is van een bevolking die zwaar wordt onderdrukt en die moet strijden voor zijn vrijheid. De werkelijkheid is gelukkig anders.

In een ingezonden stuk in de Amigoe van 14 april 2009 wordt zonder enige schroom gesteld dat als je voor het slotakkoord bent je (a) of heel stom bent, (b) of je eigens volk intens haat, (c) of dat je je ziel aan de duivel hebt verkocht. Het slotakkoord wordt in dat ingezonden stuk geplaatst in de sleutel van een koloniale geest, een zeer boze geest die bezworen moet worden. Volgens de schrijver is sprake van een herkolonisatiecomplot, tot stand gekomen met medewerking van de marionetten in Willemstad (waarmee de regering wordt bedoeld), waarbij omkoperij, verraad (gelijk aan dat van NSB’ers), bedreiging, chantage, intimidatie, manipulatie en bemoeienis niet worden geschuwd. Het is ongelooflijk, maar het staat er echt. Ik heb het stuk meerdere keren gelezen, omdat ik wil begrijpen hoe iemand die zichzelf een ‘ontwikkelde geest’ noemt tot zulke aperte onzin komt. Wat is deze man aangedaan, en door wie? En welk lijden heeft hij moeten ondergaan dat hij met zoveel venijn en zoveel haat campagne voert tegen zijn eigen mensen?

Het valt op dat iedereen op dit moment precies weet wat ‘het’ volk wil en wat goed is voor ‘het’ volk. Ik heb daar moeite mee. Zoals ik ook moeite heb met de talloze oneigenlijke argumenten die bij voortduring worden gehanteerd. Wie stelt dat Nederland uit is op rekolonisatie van Curacao, begrijpt niets van de opvattingen die in Nederland leven. Van links tot rechts in de Nederlandse politiek, enkele uitzonderingen daargelaten, zou men het liefst afscheid nemen van Curacao. Maar het is niet aan Nederland om daarover te beslissen. Daarover beslist alleen de bevolking van Curacao. En ruim 95% van de bevolking heeft in het in 2005 gehouden referendum gekozen voor de opties waarbij Curacao deel blijft uitmaken van het Koninkrijk. Het referendum dat nu wordt gehouden gaat enkel over de vraag of daaraan met het slotakkoord op een aanvaardbare manier invulling wordt gegeven. Daarbij is het van belang op te merken dat het slotakkoord het resultaat is van langdurige en intensieve onderhandelingen. En zoals dat bij onderhandelingen gaat, krijg je nooit voor 100% je zin. Maar een beter resultaat dan nu is bereikt zit er simpelweg niet in. Het is van belang dat de bevolking daarover op een eerlijke manier wordt voorgelicht.

Als gezegd, wat de uitslag op 15 mei 2009 ook zal zijn, we moeten samen verder en samen bouwen aan een toekomst voor ons en onze kinderen. Daarbij zal het belangrijk zijn dat we niet teveel stilstaan bij en terugkijken naar het verleden, maar een visie voor de toekomst ontwikkelen. Het is Singapore, dat ongeveer even groot is als Curacao, gelukt om bedrijvigheid te ontwikkelen en welvarend te worden. Er is geen enkele reden om ervan uit te gaan dat het ons niet zal lukken. Maar dan moeten straks wel de ego’s plaatsmaken voor visie. En die visie moet door middel van doortastend en voortvarend leiderschap in praktijk worden gebracht. Dat is waar het volk naar mijn gevoel met smart op zit te wachten.

Karel Frielink

 

Karel’s Legal Blog

 

 

CURACAO HEEFT EEN TOEKOMST!

8 april 2009

Het komende referendum van 15 mei 2009 leidt tot grote verdeeldheid. Voor- en tegenstanders van het met Nederland bereikte akkoord bestrijden elkaar in scherpe bewoordingen. Waarom precies de emoties zo hoog oplopen kan ik niet goed doorgronden. De discussies gaan vaak over de vraag of Nederland zich nu wel of niet koloniaal of neokoloniaal gedraagt. Ik snap heel goed dat uitlatingen van diverse Nederlandse politici bij ons slecht vallen. Vooral de toon van deze politici is verkeerd. Hooghartig, bevoogdend en dwingend wordt ons de les gelezen, alsof we kleine kinderen zijn. Het ontbreekt aan respect en aan wederzijds vertrouwen. Over het ontbreken van warme gevoelens voor elkaar heb ik het dan maar even niet.

Op wat die Nederlandse politici ten aanzien van Curacao willen bestaat beduidend minder kritiek: goed onderwijs, deugdelijk bestuur, gezonde overheidsfinanciën, een schoon milieu, veiligheid, een gevangenis die aan de internationale normen voldoet, een goed draaiende economie, betere gezondheidszorg, een goed draaiend politieapparaat, onafhankelijke rechtspraak, enzovoort.

Met wat Nederland op Curacao graag zou zien is ook niets mis. Het is, naast de verkeerde toon, vooral de wijze waarop Nederland dat wil bereiken, die zorgt voor weerstand. In het referendum van 2005 heeft de bevolking van Curacao gekozen voor de status van zelfstandig land binnen het Koninkrijk. Curacao heeft niet gekozen voor de BES-status. Het is met name die gewenste zelfstandigheid die door Nederland onvoldoende wordt erkend en onvoldoende wordt begrepen. Nederland wil ingrijpen, of op zijn minst kunnen ingrijpen, wanneer Nederland dat nodig oordeelt. En daar nu zit het probleem.

Als Nederland, dat eigenlijk niet goed weet om te gaan met dit soort processen, nu eens was begonnen met aan Curacao zelf te vragen hoe men de toekomst ziet en met welk wensenlijstje men aan de besprekingen met Nederland zou willen beginnen. Nederland had vervolgens ook zelf een wensenlijstje kunnen presenteren. Ik zeg uitdrukkelijk ‘wensenlijstje’, omdat je dit soort onderhandelingen beter niet kunt beginnen met het noemen van onderwerpen die als ‘ononderhandelbaar’ worden gepresenteerd.

Er gingen – ten minste – twee dingen fout. Nederland heeft te hard en met de verkeerde toon ingezet bij de onderhandelingen. De politici van Curacao hebben bovendien een eigen interpretatie aan de uitslag van het referendum van 2005 gegeven, door een of twee dagen ná dat referendum te verkondigen dat de nieuwe status van Curacao ‘ten minste gelijk aan Aruba’ (’un status outónomo meskos ku Aruba‘) moest zijn. Maar dat was helemaal geen optie bij dat referendum; dat is er door de politici bijbedacht. De startpositie voor de onderhandelingen werd door het wederzijds innemen van ‘harde’ stellingen direct al bemoeilijkt.

Dit had geen probleem hoeven zijn als een radicaal andere benadering was gekozen voor het vormgeven van de nieuwe status. Ik zal dat aan de hand van een voorbeeld illustreren. Op het lijstje van Nederland stond als belangrijk punt ‘gezonde overheidsfinanciën’. Dat wil in feite zeggen, dat er met name een einde zou moeten komen aan ongecontroleerde uitgaven en het eindeloos oplopen van de overheidsschuld. Met die wens is niets mis en ook de bevolking van Curacao zal daarmee kunnen instemmen. Nederland had aan Curacao kunnen vragen hoe Curacao dat zelf had willen regelen. Curacao had op dat punt begrotings- en andere regels kunnen voorstellen, die deel zouden gaan uitmaken van de toekomstige Curacaose wetgeving. Het uitgangspunt daarbij had behoren te zijn dat Curacao dit zelf behoort te regelen en ook zelf kan regelen. Nederland heeft dit miskend en heeft als uitgangspunt genomen dat financieel toezicht van buiten, lees: grotendeels vanuit Nederland, in het leven geroepen moest worden. Er werd dus al bij voorbaat van uitgegaan dat het zonder dat toezicht van buiten wel mis zou gaan. Daardoor werd afbreuk gedaan aan de principiële gelijkwaardigheid die er had behoren te zijn. De onderhandelingen zijn vervolgens op basis van deze ongelijkwaardigheid gevoerd. Ik vermoed dat daardoor de weerstand tegen bijna alles wat Nederland heeft voorgesteld en in de onderhandelingen heeft ‘binnengesleept’ is ontstaan.

Als de aanpak anders was geweest, dan zou de acceptatie bij ons op Curacao ook groter zijn geweest. De discussie over de aanwijzingsbevoegdheid die Nederland wilde, waarbij de Nederlandse Minister van Justitie zich met de vervolging van individuen op Curacao zou kunnen bemoeien, is daarvan een goed voorbeeld. Niet alleen had Nederland op voorhand kunnen weten dat er juridische bezwaren kleefden aan een dergelijke bevoegdheid, maar met name politiek gezien ging van deze Nederlandse wens een volstrekt verkeerd signaal uit. De alternatieve aanpak die Nederland had kunnen kiezen was afzien van deze wens, in de wetenschap dat het Statuut reeds decennialang een instrument bevat om in te kunnen grijpen als de rechtsorde van Curacao zodanig wordt bedreigd, dat wij op Curacao niet in staat zijn die bedreiging het hoofd te bieden. Dat instrument is ook met de nodige (procedurele) waarborgen omgeven. Maar Nederland wilde meer en krijgt nu zijn zin niet. En al die tijd is de onderlinge spanning onnodig opgelopen.

De aanpak die Nederland heeft gekozen roept weerstand op. Die aanpak geeft ruimte aan mensen die keer op keer Nederland van bijvoorbeeld neokolonialisme beschuldigen. Een beschuldiging die in Nederland hard aankomt en ook niet goed wordt begrepen. Hedendaagse Nederlandse politici moeten niets van kolonialisme of neokolonialisme hebben; integendeel zelfs. Maar de emoties zijn zo hoog opgelopen dat een zinvol debat daarover (bijna) niet meer mogelijk is. Doordat deze emoties er op Curacao zijn en door sommigen ook bewust voor eigen politieke doeleinden worden aangewakkerd, waarbij het verspreiden van misinformatie niet wordt geschuwd, lijkt het hele akkoord met Nederland besmet te zijn. En dat is jammer: want uiteindelijk gaat het er om dat de bevolking van Curacao een betere toekomst krijgt. En het is evident, voor wie het wil zien, dat je mét zo’n akkoord veel meer bereikt en kunt bereiken, dan zonder zo’n akkoord. Daarom heeft ‘ja’ bij het referendum de toekomst.

Nog een enkel woord over de door sommigen gewenste onafhankelijkheid van Curacao. Bij het referendum in 2005 heeft slechts 5% zich voor onafhankelijkheid uitgesproken. Dat is nu dus geen optie. Het zou in de toekomst weer een mogelijkheid kunnen zijn, maar dan zou er eerst een nieuw referendum moeten worden gehouden. Het gaat immers om het zelfbeschikkingsrecht van de bevolking. Dat recht wordt door de bevolking uitgeoefend en kan alleen door de bevolking worden uitgeoefend, en dus niet door de politici. Op dit moment zou onafhankelijkheid ook geen goede optie zijn. Als Curacao zijn we daarvoor te klein en te kwetsbaar. Wie nu onafhankelijkheid wil speelt met vuur. De daaraan verbonden risico’s zijn te groot. Laten we de komende jaren nu eerst maar eens laten zien dat we binnen het Koninkrijk heel goed in staat zijn om onze eigen boontjes te doppen. Intussen kunnen we onderzoeken welke mogelijkheden er in deze regio zijn, denk aan Caricom, voor samenwerking met anderen. En als de tijd wel rijp is, kunnen we altijd een nieuw referendum houden.

Karel Frielink

 

 

Karel’s Legal Blog

 

 

IK HEB GEDROOMD…

7 april 2009

IK HEB GEDROOMD over de toekomst van Curacao. Het was een droom vol vragen. Hoe ziet ons mooie eiland er over 10 of 20 jaar uit? Hoe kijken we dan terug op deze periode? Hoeveel mensen wonen er dan? Wie wonen er dan? Hoe staat het dan met het onderwijs, de welvaart, de bedrijvigheid, de gezondheidszorg en het milieu? Het is maar een droom. Een droom zonder visie. Alleen maar vragen, vragen, vragen. Geen antwoorden.

IK HEB GEDROOMD dat niemand een visie heeft. Dat iedereen met zichzelf bezig is en niemand met de burgers en met hun toekomst. Dat de bevolking zich steeds meer in de steek gelaten voelt. Dat anderen vertellen wat zij denken of moeten denken, wat zij voelen of moeten voelen en wat zij willen of moeten willen. Dat hen welvaart en geluk wordt voorgespiegeld, als zij maar kiezen voor onafhankelijkheid. Maar onafhankelijkheid is geen optie, zelfs niet in dromenland.

IK HEB GEDROOMD dat Helmin Wiels de onafhankelijkheid van Curacao wil uitroepen. In mijn droom ziet hij zichzelf als de toekomstig leider van Curacao. In mijn droom heeft hij op dat punt de strijd met Charles Cooper gewonnen. Zij droomden allebei van dat leiderschap, maar in mijn droom werd maar één van die twee dromen werkelijkheid. In mijn droom is Cooper nu de schaduw tweede man en straks echt de tweede man.

IK HEB GEDROOMD over de onafhankelijkheidverklaring die Helmin Wiels met veel bombarie zal voordragen:

Proclamatie van Onafhankelijkheid

Volk van Curacao! U bent misleid. U gelooft bepaalde politici, omdat ze u een hand geven, naar de Kerk gaan en op uw moeder lijken. Maar u weet niet wat u wilt. U weet niet wat goed voor u is. Uw gedachten zijn niet de uwe. Ze zijn u aangepraat. Ik weet wel wat u wilt, ook al weet u dat zelf nog niet. Ik wijs u de weg. Ik zal u leiden. Leiden naar de toekomst. Leiden naar onafhankelijkheid.

Ik weet dat bij het referendum in 2005 zo’n 95% van de stemmen is uitgebracht voor de opties die Curacao binnen het Koninkrijk willen houden. Ik weet dat maar 5% heeft gekozen voor onafhankelijkheid. Maar die 5% heeft gelijk. Die 95% heeft een fout gemaakt. Dat zeg ik al 4 jaar, maar er wordt slecht geluisterd. Er zijn er die zeggen dat als 95% van het volk kiest voor iets anders dan onafhankelijkheid, onafhankelijkheid dus een gepasseerd station is. Dat is niet zo. Ik heb keer op keer geprobeerd die 95% te overtuigen van hun ongelijk. Dat is niet gelukt. Het wordt dan ook tijd dat ik nu kies voor mijn eigen optie. Luister allen goed naar mij!

Ik, Helmin Wiels, roep namens het volk van Curacao per direct de onafhankelijkheid van Curacao uit. Vanaf nu zijn wij een eigen staat. Wij zijn niet langer met Nederland verbonden. Totdat er algemene verkiezingen zijn gehouden ben ik uw minister-president. Ik heb hier lang over nagedacht, maar het is in uw belang dat ik dit doe. Mijn motieven zijn zuiver. Geloof mij!

Wij kunnen zelf zorgen voor welvaart, onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid en goed bestuur. We hebben hiervoor geen hulp van anderen nodig. Dat kunnen wij zelf. Ik weet zeker dat we het kunnen. Heel zeker. Geloof mij!

Tot nader order zijn alle wetten en grondrechten opgeschort. Wij zullen daar met een stofkam doorheen gaan. Alleen de wetten en grondrechten waarvan wij denken dat die in het belang van het volk zijn zullen weer van kracht worden. Het onderwijs wordt uitsluitend nog in het Papiaments gegeven. Alleen op Curacao geboren mensen mogen huizen en bedrijven bezitten. We pakken terug, wat van ons is afgepakt. We hebben niemand anders nodig. Geloof mij!

Ik geef leiding aan de emancipatie van het volk van Curacao. Er breken mooie tijden aan voor Curacao. We hebben lang, te lang onder vreemde overheersing geleefd. Het paradijs begint hier en het begint nu. Geloof mij!

Lang leve de Onafhankelijkheid!

IK HEB GEDROOMD over de mensen die, in mijn droom, nu al dromen over hun rol in een onafhankelijk Curacao. Over de mogelijke ministers van de regering Wiels: Errol Cova (minister van economische zaken); Nelson Navarro (minister van justitie); Frank Martinus Arion (minister van buitenlandse zaken), enz. In mijn droom willen ze allemaal het beste voor Curacao en voor het volk van Curacao. Ze willen niets voor zichzelf. Nou ja, wel iets, maar niet veel. Ze dienen immers het algemeen belang en niet hun eigenbelang.

IK HEB GEDROOMD, maar werd wakker. De wekker ging. Wat een gekke droom. Maar dromen zijn gelukkig bedrog. Toch?

Karel Frielink

 

 

Karel’s Legal Blog

 

 

REMKES EN POLITIEK OPPORTUNISME

1 april 2009

Radio Nederland Wereldomroep meldt het volgende: “De VVD-fractie trekt haar steun in voor het slotakkoord over nieuwe verhoudingen tussen Nederland en de Antillen. Tweede Kamerlid Johan Remkes zei op 31 maart dat de liberalen zich niet langer medeverantwoordelijk voelen voor het akkoord, omdat de afspraak is geschrapt dat Nederland aanwijzingen kan geven voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten op Curaçao en Sint Maarten.

De eerste vraag die met betrekking tot de door de heer Remkes wenselijk geachte aanwijzingsbevoegdheid aan de orde behoort te komen, is op grond waarvan Curacao (waartoe ik mij maar even beperk) door Nederland rechtstatelijk de maat genomen zou moeten worden. Weliswaar was de voorgestelde aanwijzingsbevoegdheid, die nu van de baan is, een bevoegdheid die de Minister van Justitie in zijn hoedanigheid van lid van de Raad van Ministers van het Koninkrijk had kunnen uitoefenen, maar in feite gaat het om de Nederlandse Minister van Justitie. Het Land Curacao is niet in mindere mate een rechtsstaat dan Nederland. Dit betekent dat er dus andere, zwaarwegende redenen moeten zijn om deze aanwijzingsbevoegdheid te rechtvaardigen. Het gaat immers om een inbreuk op de autonomie. Het valt echter op dat de wens om deze aanwijzingsbevoegdheid in het leven te roepen door de heer Remkes op geen enkele wijze wordt onderbouwd of gemotiveerd, laat staan deugdelijk.

Het is ook onterecht en niet in het belang van de rechtsbedeling in het nieuwe Land Curacao, dat op voorhand de indruk wordt gewekt dat als ‘Nederlands’ ervaren toezicht op die rechtsbedeling noodzakelijk is. Naar mijn mening zal daardoor het eerder genoemde vertrouwen van de justitiabelen in de eigen rechtsorde en het prestige van de met de handhaving van die rechtsorde belaste magistratuur worden geschaad. Beide behoren tot het fundament van een doelmatige rechtsbedeling. Het gaat er daarbij niet om of in het nieuwe Land Curacao fouten zullen worden gemaakt, maar of in voorkomend geval het eigen zelfreinigend vermogen voldoende zal zijn. Dat alles is immers in Nederland niet anders. Ik ben overigens, gelet op de ervaringen in de laatste decennia, van oordeel dat genoemd zelfreinigend vermogen op Curacao zonder meer en aantoonbaar aanwezig is. Als de heer Remkes daar anders over denkt, dan wordt het tijd dat hij zijn mening nu eens met feiten gaat onderbouwen.

De Raad van State heeft een negatief advies over de voorgestelde aanwijzingsbevoegdheid naar de Koninkrijksregering gestuurd. Kort gezegd werd door de Raad van State geoordeeld dat de voorgestelde aanwijzingsbevoegdheid overbodig is en dat het ontbrak aan waarborgen die de burgers voldoende konden beschermen tegen oneigenlijke aanwijzingen. Inmiddels is op 26 maart 2009 door de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen besloten dat de voorgestelde aanwijzingsbevoegdheid van tafel is. De aanwijzingsbevoegdheid opgenomen in artikel 51 van het Statuut blijft gewoon bestaan; deze regeling is ook met de nodige (procedurele) waarborgen omgeven. De heer Remkes lijkt hieraan in het geheel voorbij te gaan.

Het is evident dat de voorgestelde aanwijzingsbevoegdheid op meerdere juridische gronden niet door de beugel kon. Dit voorstel is dan ook terecht van tafel. Het is, op zijn zachtst gezegd, ongehoord dat de VVD bij monde van de heer Remkes op die grond de steun aan het slotakkoord intrekt. Deze houding getuigt ook van arrogantie, minachting voor de onderhandelaars en het onderhandelingsproces, van weinig realiteitszin en met name ook van politiek opportunisme. De strijd die de VVD voert met de PVV om de gunst van de kiezer, gaat nu ten koste van de bevolking van de Nederlandse Antillen.

Karel Frielink

 

(Dit stuk verscheen, enigszins bewerkt, in het Antilliaans Dagblad van 3 april 2009

 

Karel’s Legal Blog

 

VOORGESTELDE AANWIJZINGSBEVOEGDHEID VAN DE BAAN!

1 april 2009

Het bestuur van de Orde van Advocaten Curaçao heeft in een brief van 9 januari 2009 aan de Raad van State van het Koninkrijk ernstige bezwaren naar voren gebracht tegen de voorgestelde aanwijzingsbevoegdheid van de Nederlandse Minister van Justitie in zijn hoedanigheid van lid van de Raad van Ministers van het Koninkrijk. De voorgestelde regeling ging veel verder dan de aanwijzingsbevoegdheid die al sinds jaar en dag in het Statuut is opgenomen. De Raad van State heeft een negatief advies over de voorgestelde aanwijzingsbevoegdheid naar de Koninkrijksregering gestuurd. Inmiddels is op 26 maart 2009 door de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen besloten dat de voorgestelde aanwijzingsbevoegdheid van tafel is. De aanwijzingsbevoegdheid opgenomen in artikel 51 van het Statuut blijft gewoon bestaan; deze regeling is ook met de nodige (procedurele) waarborgen omgeven.

In verband met de discussie die vervolgens in het kader van het komende referendum op Curacao over dit onderwerp wordt gevoerd moet nog het volgende worden opgemerkt.

Er wordt door diverse personen gesteld dat als de toekomstige Minister van Justitie van Curaçao beleid wil voeren, hij het voornemen hiertoe eerst aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie moet voorleggen. Dit is onjuist. Alleen een bijzondere aanwijzing van de Minister van Justitie aan de Procureur-Generaal (bijvoorbeeld: vervolg Mr. Frielink) dient eerst aan het Hof te worden voorgelegd. Voor algemene aanwijzingen (beleid) geldt dit niet (zie de besluitenlijst van de Stuurgroep d.d. 26 maart 2009).

Als argument wordt voorts aangevoerd dat het aan het Hof moeten voorleggen van een bijzondere aanwijzing in strijd zou zijn met de “trias politica” (de scheiding der machten). Echter, onze eigen landswetgever heeft het niet in strijd met onze “trias politica” geacht om in artikel 15 WvSv het Hof op klacht, of zelfs ambtshalve ingevolge artikel 29 WvSv, vervolging te laten gelasten. Niet duidelijk is waarom het dan wel in strijd zou zijn met de “trias politica” om het Hof te laten toetsen of een bijzondere aanwijzing van de Minister van Justitie die een burger rechtstreeks aan politieke vervolging bloot kan stellen wel door de beugel kan. Dat de bijzondere aanwijzing van de Minister van Justitie eerst ter toetsing aan het Hof wordt voorgelegd biedt immers een waarborg tegen willekeurige of door politieke motieven ingegeven vervolgingen. In de Nederlandse wetgeving bestaat een dergelijke toetsing overigens niet.

Ik zie dan ook geen bezwaar tegen de voorgestelde regeling, omdat deze nu juist bijdraagt aan een betere rechtsbescherming voor de burger.

Karel Frielink

 

(Zie ook het interview met mij in het Antilliaans Dagblad van 6 april 2009)

 

Karel’s Legal Blog

 

 

IS DE CRISIS BIJNA VOORBIJ?

24 maart 2009

Uit de Verenigde Staten komen van officiele zijde berichten dat eind 2009 de crisis zo goed als bezworen zal zijn. De wens is hierbij ongetwijfeld de vader van de gedachte. Als wordt gekeken naar de aard en (wereldwijde) omvang van de crisis, en de snelheid waarmee vooral de negatieve ontwikkelingen zich voltrekken, dan lijkt het op zijn zachtst gezegd lichtvaardig om te veronderstellen dat er nu al (voor ons zichtbaar) licht aan het einde van de tunnel is. De ‘uitbodeming’ is nog lang niet afgelopen.

In Nederland bestaat er verwarring en (licht) optimisme. Dat laatste is niet terecht. Ook hier is de crisis pas net begonnen. De economen buitelen als vanouds over elkaar heen met oplossingen en aanbevelingen. De een weet het nog beter dan de ander, maar niemand is in staat zijn (of haar) gelijk te bewijzen. De PvdA econoom Prof. Rick van der Ploeg (’Keesie Keynes‘) bijvoorbeeld, stelt bij herhaling dat sprake is van Keynesiaanse vraaguitval en dus is zijn remedie het stimuleren van de vraag. Maar zou het, om meerdere redenen, niet verstandiger zijn maatregelen te nemen die zijn gericht op de aanbodkant van de economie? Je kunt, zoals de PVV heeft  gedaan, natuurlijk voorstellen om iedereen Euro 400 te geven, maar daarmee is de vraag niet, en zeker niet noodzakelijk, gestimuleerd. En zelfs als het geld wordt uitgegeven weet je niet waaraan noch in welk land het geld terechtkomt bijvoorbeeld. Wat de vraagkant betreft kan het open (internationale) karakter van de Nederlandse economie niet genoeg worden benadrukt. De meeste economische beschouwingen op de TV gaan teveel uit van de nationale kaders.

Het stimuleren van de aanbodkant kan onder meer door ervoor te zorgen dat door ondernemers weer geld geleend kan worden, uiteraard tegen aanvaardbare condities. Waar wenselijk kunnen pensioenfondsen, hedge funds en anderen worden aangemoedigd om te investeren, waarbij de risico’s met de overheid worden gedeeld. Daardoor kan met name geinvesteerd worden in technologie, duurzaamheid, energiebesparing, de kenniseconomie en noem maar op. Via de aanbodkant kan door de overheid sneller, gerichter en effectiever worden gestuurd dan via de vraagkant van de economie. Investeringen leiden vanzelf tot werkgelegenheid en dus vraag. Wat dat betreft moet er dan wel zoveel mogelijk afstemming in Europees verband en met andere landen plaatsvinden. De economische crisis moet aldus worden benut om buiten bestaande kaders te denken, meer innovatief en creatief te zijn. Juist nu niets meer zeker is, zal het verzet tegen wezenlijke veranderingen het minst zijn.

Wat de banken betreft wil de ironie dat net nu het socialisme definitief ten grave is gedragen (in landen als Venezuela bestaat geen socialisme), banken in de schoot van de Staat worden ‘geworpen’, met nota bene een ’socialistische’ Minister van Financien aan het financiele roer. Is die crisis misschien bijna voorbij? Hoogstwaarschijnlijk niet. Laten we de cijfers in mei aanstaande maar afwachten, maar het ergste moet worden gevreesd. Het zou mij ook niet verbazen als Fortis veel langer in staatshanden blijft dan Minister Bos nu voorspelt. En zou de ABN AMRO Bank dan uiteindelijk toch nog door ING Bank worden opgeslokt? Sommige oude ideeen zijn misschien zo gek nog niet.

Karel Frielink

 

 Karel’s Legal Blog

 

POLITIEKE ROEKELOOSHEID EN HET JURIDISCH DEFICIT

9 maart 2009

Op grond van artikel 6:166 Burgerlijk Wetboek kan het onrechtmatig toebrengen van schade door een lid van een groep, ook voor rekening van de andere groepsleden komen. Dit is het geval wanneer de kans op het aldus toebrengen van schade deze groepsleden ervan had behoren te weerhouden om in groepsverband op te treden en deze gedragingen hen kunnen worden toegerekend. Denk aan een groep stenengooiers, waarbij één lid van de groep raak gooit en een politieauto beschadigt. Alle groepsleden zijn dan ieder voor zich (hoofdelijk zegt de wet) aansprakelijk voor de veroorzaakte schade. Zelfs de groepsleden die er alleen maar bij waren en geen stenen hebben gegooid zijn aansprakelijk. Artikel 6:166 Burgerlijk Wetboek is er om zowel daders als meelopers van (onrechtmatige) baldadigheid, roekeloosheid, misdadigheid en gewelddadigheid in groepsverband aansprakelijk te kunnen stellen. Je was er bij, dus je bent er bij.

Voor politieke roekeloosheid van leden van de Tweede Kamer geldt artikel 6:166 Burgerlijk Wetboek niet. Politieke roekeloosheid is ook niet strafbaar gesteld. Meer in het algemeen geldt dat op grond van artikel 71 van de Grondwet, leden van de Eerste of Tweede Kamer, ministers en staatssecretarissen niet in rechte kunnen worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij daar zeggen of schriftelijk communiceren. In dit verband wordt over parlementaire immuniteit of parlementaire onschendbaarheid gesproken. Leden van de Tweede Kamer kunnen in de Kamer dus zoveel onjuiste, ongefundeerde, ongenuanceerde, ja zelfs roekeloze uitspraken doen over anderen als ze willen, zonder dat daar via de rechter iets aan kan worden gedaan. Dit is een ‘voorrecht’ waarvan politici van links tot rechts gebruik maken.

De achterliggende gedachte is dat er door politici zoveel mogelijk in vrijheid gesproken moet kunnen worden, waarbij zij zich niet steeds de vraag hoeven te stellen of ze een strafbare uiting doen dan wel onrechtmatig handelen. Of zoals de Hoge Raad (28 juni 2002, NJ 2002, 577) de ratio van artikel 71 Grondwet onder woorden brengt: “De parlementaire onschendbaarheid strekt ertoe aan de deelnemers aan de parlementaire beraadslaging een optimale uitingsvrijheid te geven, zonder dat zij behoeven te vrezen dat zij strafrechtelijk vervolgd of civielrechtelijk aansprakelijk gesteld kunnen worden vanwege de door hen gedane uitlatingen.” De reikwijdte van artikel 71 Grondwet is in twee opzichten begrensd, aldus de Hoge Raad: “In de eerste plaats kunnen uitsluitend de leden van de Staten-Generaal, de ministers, de staatssecretarissen en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging, een beroep doen op immuniteit en in de tweede plaats is de immuniteit beperkt tot hetgeen zij in de vergaderingen van de Staten-Generaal of van commissies daaruit hebben gezegd of aan deze schriftelijk hebben overgelegd.

In de Tweede Kamer kan een politicus dus zonder civiel- of strafrechtelijk gevaar te lopen collega Kamerleden, burgers in het land of andere landen voor dief, boef, schurk, crimineel of onbetrouwbaar uitmaken, terwijl de gedupeerden, de gekrenkten, de slachtoffers geen juridisch instrument hebben om die politicus bijvoorbeeld via een kort geding tot rectificatie te dwingen, of om schadevergoeding te eisen, terwijl een strafrechtelijke aangifte uiteindelijk evenzeer op de immuniteitsregel strandt. Buiten het parlement geldt voor iedereen een grondwettelijk en in art. 10 lid 1 EVRM verankerd recht op vrijheid van meningsuiting. Maar er zijn ook grenzen aan de vrijheid van meningsuiting, namelijk daar waar onrechtmatig wordt gehandeld of strafrechtelijke verboden worden overtreden. Zo zijn haat zaaien, discriminerende uitlatingen en laster verboden. Buiten het parlement mag de vrijheid van meningsuiting niet worden gebruikt om iemand publiekelijk, ongefundeerd te beledigen. Wie in zijn eer, goede naam en integriteit wordt aangetast door publieke uitingen van iemand anders, kan in kort geding een rectificatie eisen. Uit rechtspraak blijkt vervolgens dat je over een politicus heel wat meer mag zeggen dan over een gewone particulier voordat een dergelijke vordering wordt toegewezen. Bij een publieke figuur als een politicus nu eenmaal is, wordt van een wat groter incasseringsvermogen uitgegaan.

Hoe begrijpelijk het wettelijke systeem op zichzelf ook is, het leidt tot het onbevredigende resultaat dat, om mij daartoe te beperken, leden van de Tweede Kamer een heleboel schade kunnen aanrichten en een heleboel mensen kunnen beledigen of in hun eer, goede naam en integriteit kunnen aantasten, zonder dat die mensen een instrument hebben om die politici adequaat en effectief te corrigeren. Als je in Nederland kiesgerechtigd bent kun je eens in de vier jaar naar het stemlokaal in een poging betere politici gekozen te krijgen, maar wat moeten de inwoners van de Nederlandse Antillen doen? Met toenemende ergernis moeten we aan deze kant van de oceaan toezien hoe bijvoorbeeld de SP, de VVD en de PVV om het hardst strijden wie het meest ongenuanceerd en het meest ongefundeerd uitlatingen over de Nederlandse Antillen kan doen. De dames en heren politici in Nederland hebben geen idee van de schade die zij hier aanrichten. Voor de zekerheid herhaal ik hier nog een keer wat ik eerder schreef: natuurlijk is er ook bij ons het nodige mis; dat wordt onderkend en daaraan wordt gewerkt. Maar daar gaat het hier niet om. Waar het om gaat is dat er teveel leden van de Tweede Kamer zijn die structureel onverantwoord gedrag vertonen. Dat past kennelijk bij de tijdgeest en bij de economische teruggang, maar het past niet bij de wijze waarop wij binnen het Koninkrijk met elkaar om horen te gaan.

Zou de Ombudsman hier iets kunnen betekenen? De parlementaire immuniteit verhindert immers niet dat een klacht bij de Ombudsman kan worden ingediend. Toch moet worden betwijfeld of van de Ombudsman veel heil valt te verwachten. De overwegingen die ten grondslag liggen aan de parlementaire immuniteit lijken immers ook voor het werk van de Ombudsman relevant. Als de Ombudsman dat ook vindt, dan zal hij zich waarschijnlijk uiterst terughoudend opstellen.

De conclusie moet zijn dat er geen juridische instrumenten voorhanden zijn waarmee de betrokken leden van de Tweede Kamer gecorrigeerd kunnen worden. Wat betreft politieke roekeloosheid is sprake van een juridisch deficit. Hoe nu verder? Er is, kort gezegd, een mentaliteitsverandering nodig. Als je een huwelijk, en daarmee is het Koninkrijk wel te vergelijken, wilt laten slagen, dan moet je beginnen met te kijken naar al hetgeen je bindt, welke plannen en dromen je voor de toekomst hebt, naar waar je over tien, twintig of vijftig jaar met elkaar wilt staan. Als je zonder droom, zonder visie, zonder hoop, zonder verwachtingen en zonder liefde naar je partner kijkt, en je uitsluitend concentreert op wat je niet leuk vindt aan je partner of op het in jouw zin aanpassen of uitleggen van de huwelijkse voorwaarden, dan wordt het nooit wat. Wat is de droom en de visie van de Tweede Kamer? Is er nog liefde? Het wordt hoog tijd dat daarover nagedacht gaat worden. Anders blijft dit huwelijk met een groot politiek en emotioneel deficit zitten.

Karel Frielink

 

 Karel’s Legal Blog

 

 

PVV DE GROOTSTE PARTIJ IN DE PEILINGEN

2 maart 2009

Op grond van een recente peiling van Maurice de Hond blijkt dat circa 18% van de stemgerechtigde Nederlanders op de PVV van Geert Wilders zou stemmen als er nu verkiezingen voor de Tweede Kamer zouden worden gehouden. Dat komt neer op 27 zetels. Niet echt verrassend is dat veel lezers van De Telegraaf op de PVV stemmen. De PVV kiezers zijn gecharmeerd van de door de PVV voorgestelde aanpak van de immigratie, van de Nederlandse Antillen, van de integratie, van uitkeringsfraude en van de Islam. Beduidend minder vertrouwen bestaat er in het door de PVV aanpakken van de economische crisis.

Geer Wilders zelf speculeert inmiddels over een premierschap. Hij ziet het al helemaal zitten: het wekelijkse gesprek met minister-president Wilders. Wilders kan niet wachten tot de volgende Tweede Kamerverkiezingen. “Wat mij betreft zijn die morgen, dan ben ik de volgende minister-president.“, valt op de website van de PVV te lezen.

Dit is wel even slikken. Het is weliswaar maar een peiling, maar de tendens is duidelijk. Wat een van de ‘voorgangers’ van Wilders, ik denk in het bijzonder aan Hans Janmaat, niet is gelukt, lukt hem wel: het aanspreken van een grote groep Nederlanders. Nederland is aan het veranderen. Het land wordt harder, minder verdraagzaam, minder tolerant, meer egoïstisch, kortom: met en door de opkomst van Wilders en de kiezers die achter hem staan wordt Nederland minder leuk en minder leefbaar. De tegenstellingen groeien, het onderlinge wantrouwen wordt aangewakkerd, er is steeds minder respect voor de medemens, terwijl dit ook nog eens een zichzelf, en elkaar versterkend, effect heeft.

Natuurlijk moet worden doorgegaan met het bestrijden Wilders. Zijn inconsistenties moeten worden blootgelegd: hoe kun je bijvoorbeeld volledige vrijheid van meningsuiting voor jezelf opeisen, terwijl je die van Imams wilt inperken? Hoe kun je met droge ogen voorstellen dat ontwikkelingslanden niet langer moeten worden geholpen: Nederland is immers nog steeds een van de rijkste landen. Moeten de allerarmsten en de meest kanslozen het ontgelden, omdat we in Nederland niet bereid zijn een stapje terug te doen?

Maar het (verbaal) bestrijden van Wilders is niet voldoende. De kiezers hebben kennelijk behoefte aan (meer) leiderschap, aan oplossingen voor hun eigen problemen, aan perspectief, aan een helder en consistent beleid, kortom: aan hoop en vertrouwen in de toekomst. Wilders komt niet verder dan trappen en schoppen tegen anderen. Je kunt het schofferen van landgenoten, gelardeerd met bijna ‘eigen volk eerst’-achtige voorstellen, toch niet de kwalificatie ‘deugdelijk beleid’ opplakken? Hier liggen dan ook de kansen voor de andere partijen. Maar dan moeten die wel bereid zijn samen te werken en zich niet bij voortduring te verliezen in geneuzel. De discussie rond het ‘bespreekbaar zijn’ of het ‘ter discussie staan’ van de hypotheekrenteaftrek laat zien dat ‘de’ politiek nog steeds en teveel gaat over geneuzel. Er zijn nog geen Tweede Kamerverkiezingen, maar de tijd dringt. Dames en heren politici: u gaat in de herkansing. Maar die herkansing is niet vrijblijvend. De toekomst van Nederland staat op het spel!

Karel Frielink

 

 Karel’s Legal Blog

 

 

Wie heeft de economische crisis veroorzaakt?

23 februari 2009

Eigenlijk weten we niet goed waardoor de economische recessie (depressie) nu precies wordt veroorzaakt. Veel politici weten het wel. In de actualiteitenrubrieken en praatprogramma’s op de Nederlandse televisie kun je bijna iedere dag horen dat het ligt aan de bankiers, de (andere) graaiers, aan de bonussen ‘aan de top’, aan het kapitalisme en noem maar op. Maar zou het niet zo kunnen zijn dat iedereen in de Westerse wereld zijn of haar steentje aan de crisis heeft bijgedragen? De verspillende en exorbitante manier van leven in de Westerse wereld en de enorme en onstuitbare consumptiedrang moeten welhaast een relatie hebben met wat er nu op economisch terrein gebeurt. Recessies en depressies in de economie zijn immers correctiemechanismen. Ze ontstaan wanneer er ‘iets’ behoorlijk is scheefgegroeid.

Die scheefgroei kan door mensen, maar ook of mede door omstandigheden worden veroorzaakt. Veranderingen in het klimaat, natuurrampen en schaarser wordende grondstoffen bijvoorbeeld hebben invloed op de prijzen. Aannemelijk is bijvoorbeeld dat daardoor de inkomens van mensen in Amerika onder druk zijn komen te staan, hetgeen uiteindelijk tot de hypotheekcrisis (‘credit crunch’) heeft geleid. Maar het is evenzeer van belang vast te stellen dat die crisis niet zou zijn ontstaan als mensen niet zo idioot veel hadden kunnen lenen. Maar ‘de’ politiek in Amerika wilde dat iedereen huiseigenaar zou kunnen worden, en degenen die eigenlijk niet genoeg inkomen hadden om zich een hypotheek te kunnen veroorloven maakten maar wat graag gebruik van deze buitenkans. De bomen groeien immers toch tot in de hemel, is lang de gedachte geweest. Huizenprijzen en beurskoersen zouden toch wel blijven stijgen…

Het beleggen in aandelen en andere effecten (met geleend geld!) is in de Westerse wereld een ware volkssport geworden. Maar we moeten wel constateren dat decennialang de beurskoersen van effecten in geen verhouding stonden tot de reële waarde van de ondernemingen (dat was ook ten tijde van de Grote Depressie zo). Ondernemingen werden en worden afgerekend op hun beurskoers, niet op hun eigenlijke prestaties. En die beurskoers is afhankelijk van wat ‘de markt’ doet en verwacht. Veelal gaat het dan ook om een emotionele of verwachtingswaarde die aan bepaalde aandelen wordt toegekend. Die verwachtingen worden steeds meer hooggespannen; beleggers willen steeds meer en op steeds kortere termijn rendement. Op ondernemingen werd en wordt aldus een idiote druk uitgeoefend om te presteren. En de onderneming die het tempo niet kon bijhouden met een verantwoorde uitbreiding van zijn productiecapaciteit, kocht in het wilde weg andere bedrijven in binnen- en buitenland op. Er is zo een bijna onbeheersbaar proces van ellende in gang gezet. Het was een grote zeepbel en die is nu voor een belangrijk deel uiteengespat. Iedereen die aan deze (inter)nationale sport heeft meegedaan, draagt medeverantwoordelijkheid voor de economische crisis, hoe klein zijn of haar individuele bijdrage ook is geweest.

Deze analyse is van belang, omdat het voor het oplossen van het probleem noodzakelijk is dat het besef doordringt dat wij allen hebben bijgedragen aan het ontstaan van het probleem en dus ook gezamenlijk aan de oplossing daarvan moeten werken.

Niemand weet hoe de crisis moet worden aangepakt en niemand weet wanneer het herstel zich zal inzetten. De economische wetenschap biedt ook niet direct uitkomst: er zijn meer economische theorieën dan er economen zijn. De oorzaak daarvan is meerledig: (i) de economische wetenschap is voor een groot deel gebaseerd op aannames (veronderstellingen), simpelweg omdat er niet voldoende gegevens beschikbaar zijn; (ii) de economische wetenschap kan niet of nauwelijks adequate voorspellingen doen, omdat economische activiteit uiteindelijk activiteit van mensen is, waarvan het gedrag maar beperkt voorspelbaar is; en (iii) de economische wetenschap is geen empirische wetenschap, het is geen waardevrije wetenschap, maar is doorspekt met allerlei normatieve opvattingen van degenen die deze wetenschap bedrijven (bijvoorbeeld dat mensen altijd streven naar meer welvaart; dat mensen rationele economische keuzes maken).

De snelheid waarmee bijvoorbeeld het Centraal Plan Bureau in Nederland zijn cijfers en voorspellingen moet bijstellen, laat de beperkingen van wat economen kunnen goed zien. Economen zijn eigenlijk net weermannen: ze kunnen je precies vertellen hoe het weer vorige maand was, maar de regenbui die over twee weken valt kunnen ze niet zien aankomen. En het gaat al helemaal fout als vervolgens politici met de adviezen van economen aan de haal gaan. Een gezond wantrouwen voor politici die zeggen zich op economische theorieën te baseren is op zijn plaats.

Wereldwijd zien we dat de economische crisis zich in alle hevigheid voltrekt. De armste landen worden – op termijn – het meest getroffen, en dat geldt in het bijzonder voor de armste mensen in die landen, mede omdat de Westerse wereld minder in die arme landen zal willen investeren. Denk aan Centraal Afrika. Tel daarbij op dat juist in de armste gebieden de bevolkingsgroei het sterkst is. Die groei wordt met name veroorzaakt doordat men kinderen als een pensioenvoorziening ziet. Geheel begrijpelijk, maar macro-economisch met op termijn rampzalige gevolgen. Een zesde van de wereldbevolking zit nu al vast in extreme armoede! Als de groei van de wereldbevolking niet snel en sterk wordt afgeremd zal dat tot enorme drama’s kunnen leiden.

Jeffrey D. Sachs heeft daarover een indrukwekkend boek geschreven: ‘Welvaart voor de wereld. Economie voor een overbevolkte planeet’. Zijn conclusie is dat er een wereldwijde samenwerking nodig is om de problemen het hoofd te bieden. Daarvoor is minimaal nodig dat landen niet langer strijden om macht, natuurlijke grondstoffen (olie) en internationale afzetmarkten. Daarvoor is dan wel een mondiale mentaliteitsverandering nodig, terwijl volgens Sachs de mensen op dit moment de oorzaken van de crisis nog niet willen begrijpen. Die mentaliteitsverandering lijkt een utopie, maar naarmate de crisis erger wordt, zou men best eens tot zo’n samenwerking kunnen worden gedwongen. De ideeën van Sachs doen erg denken aan die van prof. dr. Jan Tinbergen (1903 -1994). Deze grote Nederlandse econoom heeft zich destijds intensief verdiept in de crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw en daarna in de economie van ontwikkelingslanden.

Het oplossen van de economische crisis is geen kwestie van ‘progressief’ of ‘conservatief’ denken. Die benadering is politiek, té politiek. De discussies in Nederland waaraan leden van de Tweede Kamer deelnemen laten zien dat deze benadering een heilloze is. Er worden slechts stokpaardjes bereden (bijvoorbeeld dat het kapitalisme nu ‘aantoonbaar’ {?} heeft gefaald en door een of andere vorm van socialisme zou moeten worden vervangen); die politici zijn niet echt geïnteresseerd in de oorzaken en mogelijke oplossingen van de economische crisis, tenzij ze er eigen politiek voordeel mee kunnen behalen. En op die manier wordt het natuurlijk nooit wat!

Karel Frielink

 

 Karel’s Legal Blog

 

Hero Brinkman: voer voor psychologen?!

6 januari 2009

Ik ben de weg, de waarheid en het leven!”. Je ziet het Hero Brinkman bijna denken. Als een onverschrokken strijder blijft hij zijn landgenoten in ‘de West’ verbaal vertrappen, kleineren en beledigen. Hij denkt dat ongestraft te kunnen en mogen doen. Wie kan hem wat maken? En wat kan het hem schelen dat hij via Nederlandse en Amerikaanse media dit prachtige deel van ons Koninkrijk kapot praat? Niets. Over de ruggen van tienduizenden mensen – en dat zijn evenzeer Nederlanders! – die nog geen fractie verdienen van wat hij jaarlijks opstrijkt, voert hij permanent campagne voor de volgende verkiezingen voor de Tweede Kamer. En reken maar dat er velen zijn die van zijn optreden smullen. En eerlijk is eerlijk: aan deze kant van de plas zijn de tegengeluiden soms ook van een bedroevend niveau.

Politiek is emotie. Maar emoties zijn er in verschillende soorten en gradaties. Je hebt uit de hand gelopen emoties, diepgewortelde emoties, opwellingen, grote en kleine emoties. Brinkman is een meester in het opwekken en bespelen van emoties. Hij weet hoe hij anderen het bloed onder de nagels vandaan kan halen. Als geen ander ziet hij kans om anderen tot het kookpunt te brengen. Met emoties kun je spelen en je kunt ermee manipuleren. Maar de vraag moet worden gesteld wat het doel daarvan is. Probeer je anderen te helpen of er zelf beter van te worden? Of beide? Of kies je er juist voor om er zelf beter van te worden ten koste van anderen?

Door zijn manier van communiceren wekt Brinkman de indruk contactgestoord te zijn. Hij praat niet met, maar tegen anderen. En bij voorkeur scheldt en schoffeert hij. Hoewel hij dat doet op een vlotte en redelijk welbespraakte wijze, doet het niet minder pijn. Brinkman is geen bouwer, maar een breker. Hij is destructief, juist op de momenten dat van een politicus een constructieve houding mag worden verwacht. Er is niets mis met het aan de kaak stellen van misstanden. Maar als een buschauffeur met een verlopen rijbewijs achter het stuur kruipt en vervolgens nog eens door rood rijdt, wat heeft het dan voor zin om hem tot in het diepst van zijn ziel te krenken, en niet alleen hem, maar ook alle passagiers die in de bus zitten, om er dan nog eens aan toe te voegen dat die bus met alle passagiers het land uit moet? Die chauffeur moet bestraft worden en als dat nodig is worden geholpen. Het is toch de bedoeling dat de wereld er na zo’n actie iets beter uit gaat zien?

Brinkman is voer voor psychologen. Komt datgene wat hij doet nu voort uit bijvoorbeeld een vorm van contactgestoordheid of is Brinkman een politicus met een gebrekkig normbesef die op basis van een koele berekening een vooraf bedachte strategie volgt? Wellicht is er nog een andere verklaring. Hoe dit ook zij, dit soort analyses kunnen nuttig zijn bij het bepalen van de houding die tegenover Brinkman moet worden ingenomen. Zijn publicitaire voordeel is natuurlijk dat hij de complexe werkelijkheid reduceert tot enkele krachtige termen, die hij eindeloos blijft herhalen, als een trommelaar die verslaafd is aan onophoudelijk tromgeroffel. Een redelijke discussie is met Brinkman niet te voeren, omdat een dergelijke discussie alleen tussen ‘gelijken’ kan worden gevoerd. Brinkman behandelt zijn ‘tegenstanders’ echter niet als (gelijkwaardige) volwassenen, maar als infantiele 4-jarigen. Maar is het niet zo dat alleen degene die aangepast is, zich volwassen mag noemen? Brinkman emotioneel en schreeuwerig veroordelen speelt hem alleen maar in de kaart. Dat leidt bovendien tot een eindeloos proces.

Misschien moeten wij niet langer publiekelijk reageren op iemand die de gave mist om in redelijkheid met ons te praten. Daar waar wij zijn kritiek serieus kunnen nemen moeten we er iets mee doen. Maar we hoeven ons niet te laten forceren om deel te nemen aan zijn permanente verkiezingscampagne. Brinkman is niet zijn broeders hoeder. Als mensen zijn wij aan elkaar toevertrouwd, maar wie er, zoals Brinkman, voor kiest zich a-sociaal op te stellen, zal met alle liefde en compassie die wij kunnen opbrengen de weg naar medemenselijkheid gewezen moeten worden.

Brinkman: Hij is de weg (kwijt), (vertekent) de waarheid en (maakt) het leven (van anderen kapot).

Karel Frielink

(Ook verschenen in het Antilliaans Dagblad van 7 januari 2009)

 

Aanvulling (9 januari 2009): Wat doe je als in een klas een leerling stelselmatig en bewust door wangedrag en scheldpartijen de sfeer in en in verziekt? Juist. In het algemeen belang zet je zo’n rotjoch uit de klas. Het heeft lang geduurd, maar de delegatie van leden van de Tweede Kamer, op bezoek in Aruba, heeft Hero Brinkman vandaag uit de delegatie gezet (zie hier). Een volkomen terecht besluit. Het is alleen jammer dat de Tweede Kamer geen instrumenten heeft om Brinkman op te voeden en normbesef bij te brengen.

 

 Karel’s Legal Blog

 

Hoezo knettergek?

26 november 2008

De verdwijning van Natalee Holloway op 30 mei 2005 houdt de gemoederen nog steeds bezig. Er gaat bijna geen week voorbij of er is ergens wel iets over te lezen of te horen. Bij iedereen bekend is natuurlijk de uitzending van Peter R. de Vries, van begin dit jaar, over Joran van der Sloot die heimelijk was gefilmd. Daarbij zijn de nodige kanttekeningen te plaatsen, waarvoor ik verwijs naar wat ik op 5 februari 2008 en 8 februari 2008 heb geschreven.

Op dit moment besteedt iedereen aandacht aan het zoveelste verhaal van Joran van der Sloot. Nu luidt het verhaal dat hij Natalee aan een Venezolaan heeft verkocht, bij wie zij in de boot is gestapt, die daarna is weggevaren. En als gebruikelijk heeft Joran kort daarna laten weten dat ook dit verhaal niet meer is dan een verzinsel.

Documentairemaakster Renee Gielen heeft een documentaire gemaakt onder de titel ‘Natalee. The unrevealed timelines’ (klik hier voor de trailer). Op 28 juni 2008 was ik bij de preview van deze documentaire aanwezig. Gielen beschrijft een aantal feiten die vragen oproepen. In deze documentaire gaat zij uitvoerig in op die feiten. Zij geeft ook aan tot welke relevante vragen die feiten leiden. Vragen waarop zij ondanks vele gesprekken, gedurende twee jaar van intensief onderzoek, geen antwoord heeft weten te krijgen. In het bijzonder de moeder van Natalee heeft iedere medewerking geweigerd.

Peter R. de Vries heeft op de documentaire van Renee Gielen gereageerd met de mededeling dat zij ‘geschift’ en ‘knettergek’ is en kennelijk last heeft van een ‘heel ernstige zonnesteek’. Volgens hem is het een ‘schande’ dat Renee Gielen bij de TV rubriek EenVandaag op de lijst van correspondenten staat. Hij suggereert dat Gielen zou betogen dat het eigenlijk de moeder van Natalee is die de hand heeft gehad in haar verdwijning. Peter R. de Vries geeft daarmee (bewust) een verkeerd beeld van de documentaire.

Waaraan heeft Renee Gielen deze behandeling door Peter R. de Vries te danken? De documentaire zelf is zakelijk en feitelijk van opzet. En uiteraard kun je over de inhoud daarvan discussiëren. Iedereen mag zijn eigen mening hebben. Peter R. de Vries beperkt zich tot een ordinaire scheldpartij. Hij laat zich daarmee van zijn slechtste kant zien. Vanwaar die frustratie? Een mogelijke verklaring is dat Peter R. de Vries steeds heeft geroepen dat hij de zaak definitief had opgelost. Helaas bleek die bewering niet juist te zijn. Maar degenen die daarover met hem willen praten worden door hem weggehoond. Het is evident dat hij niet of slecht tegen kritiek kan. En daarmee wordt een man die ook tot grote dingen in staat is, opeens heel klein. Maar dat is geen reden om je zo te misdragen. Wat mij betreft is Tsaar Peter definitief van zijn voetstuk gevallen.

Karel Frielink

(Ook gepublicerd in het Antilliaans Dagblad op 28 november 2008)

Zie over dit stuk de analyse van Ron Ritzen op Drogredenen.nl

 

Karel’s Legal Blog

 

Gebruikers en kwekers van paddo’s slachtoffer politieke scoringsdrang?

12 november 2008

Ik heb niets met paddo’s, gedroogd of vers. Door het journaal en de krant weet ik dat ze bestaan en waarvoor ze dienen. Droge paddo’s zijn kennelijk al enige tijd geleden verboden op instigatie van politiek Den Haag. Nu zijn de verse paddo’s aan de beurt. Hardwerkende professionele ondernemers in deze business raken nu veel geld kwijt. Daar gaat het mij hier niet om, maar ik schrok wel toen ik een CDA politica op de TV hoorde zeggen dat zij op geen enkele wijze medelijden heeft met deze ondernemers. Ondernemers die hun geld en misschien meer kwijtraken. Alsof het om criminelen gaat, wat dus niet het geval is.

Dit soort politieke arrogantie wil ik nu niet verder uitdiepen. Het gaat mij om de kortzichtigheid. Een kortzichtigheid die in de politiek van alle tijden en alle landen lijkt te zijn. Een hooggeleerde toxicoloog heeft gisteren op TV laten weten dat bijvoorbeeld wiet gevaarlijker is dan paddo’s. Maar wiet wordt niet verboden. Of nog niet verboden, want ook op dat vlak zijn verschillende krachten actief. En we kunnen nog veel meer verbieden: sigaretten, sterke drank, prostitutie enzovoort.

Het behoeft geen betoog dat een van de taken van ‘de’ overheid is om burgers zoveel mogelijk te beschermen. Er zijn genoeg terreinen waarop de overheid dat ook doet. Denk aan iets simpels als verkeersregels of veiligheidsvoorschriften of verplicht gestelde productinformatie. Het verbieden en strafbaar stellen van (het bezit of de handel in) bepaalde producten hoort daar ook bij. Maar weinigen zullen er in bijvoorbeeld Nederland bezwaar tegen hebben dat het verboden is om zonder vergunning wapens en munitie te bezitten. De ratio van een dergelijk verbod is vrij evident. Maar bij paddo’s ligt dat minder voor de hand.

Wanneer het gaat om het (gedeeltelijk) verbieden (of reguleren) van bepaalde producten en diensten moet de vraag worden gesteld wat met een dergelijk verbod wordt beoogd. Het kan zijn dat men de bevolking of groepen daarvan wil beschermen door te verhinderen dat ze met bepaalde producten in contact komen. We zien nu eenmaal niet graag een kind van 10 alcohol drinken en zeker niet op straat. Het verbod op gedwongen prostitutie is ook niet meer dan vanzelfsprekend. Maar wat willen we bereiken met een algeheel verbod op het bezit van en de handel in paddo’s? In de politiek wordt gezegd dat er enkele incidenten met paddo’s aan het licht zijn gekomen en dat daarom een verbod gerechtvaardigd is. Over die incidenten weet ik te weinig om daarop zinvol commentaar te kunnen leveren, maar de eerder genoemde toxicoloog gaf op TV aan dat het door de politiek gelegde verband nog niet vaststaat.

Een meer principiële vraag is natuurlijk of een verbod het meest effectieve instrument is. En dan gaat het niet alleen om het bestrijden van incidenten en uitwassen, maar dan moet ook naar het grotere plaatje worden gekeken. Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld in dat verband is natuurlijk de grote ‘drooglegging’ in de Verenigde Staten in de jaren 20 van de vorige eeuw. In een poging alcoholisme te verbannen werd een algeheel verbod op de consumptie van alcohol ingevoerd. Maar ook alcohol stroomt waar het niet gaan kan en op 5 december 1933 kwam aan die drooglegging dan ook een einde. Al Capone heeft zijn naam en faam (mede) aan de drooglegging te danken. Het gevolg van dat verbod was namelijk het ontstaan van illegale stokerijen, illegale drankgelegenheden, zwart geld en intimidatie, kortom van (zware) criminaliteit.

Criminele groepen zijn actief omdat ze geld willen ‘verdienen’. Geld kun je onder meer verdienen door vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Een verbod op de consumptie van alcohol leidt niet, in ieder geval niet zonder meer, tot een afname van de vraag. Het verbod op consumptie, en dus op het stoken en verhandelen van alcohol, leidt vrijwel direct tot een illegaal en crimineel circuit. Dat is op zich jammer, maar menselijk en waar. Het probleem waarvoor het verbod in het leven is geroepen los je daarmee dus niet op. Integendeel, je creëert een nieuw en misschien wel nog groter probleem. Dat noopt dus tot voorzichtigheid. Een verbod moet je niet zomaar invoeren. Je moet eerst stilstaan bij de effecten en neveneffecten. En van de geschiedenis kunnen we iets leren.

Een verbod op paddo’s doet, zo mogen we vooralsnog aannemen, de vraag niet afnemen. Dat geldt ook voor een verbod op allerlei soorten drugs. Het risico van illegale productie en handel, en van illegaal gebruik, is aanzienlijk. Dat betekent dus meer criminaliteit. Is dat de prijs die we bereid zijn te betalen? Er moet toch een alternatief zijn. Dat alternatief zou legalisering kunnen zijn. Dat ligt politiek natuurlijk gevoelig, niet alleen in Nederland, maar ook internationaal. Legalisering wordt politiek waarschijnlijk pas bespreekbaar als (internationale) wetenschappelijke studies ondubbelzinnig aantonen dat legalisering in combinatie met het bestrijden van symptomen en uitwassen de beste oplossing is. Anders gezegd: de overheid zou zich (meer) moeten richten op bijvoorbeeld de oorzaken van de vraag naar drugs en op de behandeling van verslaafden in plaats van geld en tijd te spenderen aan het bestrijden van drugscriminaliteit. Met het legaliseren (of legaal houden van producten die nu niet verboden zijn) ontneem je aan criminelen de prikkel om zich bezig te houden met illegale kweek alsmede het smokkelen en verkopen van verboden producten. Dat zou, in ieder geval in theorie, ook moeten leiden tot minder crimineel geld en dus tot minder witwasoperaties.

Het wetenschappelijk onderzoek moet een internationaal karakter hebben. Het is vrij evident dat Nederland, als de politiek hiervoor eenmaal rijp is, onder grote Europese en andere internationale druk komt te staan als zij als eenling zou opereren. Er is dus minimaal grootschalig Europees en Amerikaans onderzoek nodig om de politiek, maar misschien eerst de publieke opinie ervan te overtuigen dat het  (hopelijk) ook anders kan. Voor on-line casino’s geldt natuurlijk iets vergelijkbaars. In veel Amerikaanse staten geldt een verbod op virtuele gaming en gambling, maar ook de Nederlandse regering vindt dat alleen een staats gerelateerd bedrijf kansspelen op internet mag aanbieden. Voor alle anderen geldt een verbod. Goede argumenten zijn daarvoor niet aangedragen, maar het is evident dat de belangen van de staatskas hier een rol spelen. Voor de Verenigde Staten geldt dat het opheffen van het verbod en het invoeren van een redelijke kansspelbelasting tot miljarden extra dollars aan inkomsten zal leiden. Tegelijkertijd decriminaliseer je deze tak van sport. Een win-win situatie zou je zeggen.

Misschien heb ik het wel helemaal bij het verkeerde eind. Nieuw is het ook niet wat ik schrijf. Anderen hebben hier ook al voor gepleit. Maar je zou hierover toch op zijn minst een serieus debat in de Tweede Kamer verwachten. Niet een debat waarin de scoringsdrang op korte termijn de boventoon voert, maar een debat waarbij de Kamerleden laten zien dat ze ook beschikken over (een lange termijn) visie. En vervolgens over lef om dit onderwerp, zoals dat in het jargon heet, op de Europese en internationale ‘politieke agenda’ te zetten. Laat de politici die in staat zijn over hun eigen schaduw heen te stappen opstaan! En voor wie twijfelt: Yes you can!

Karel Frielink

 

Karel’s Legal Blog

 

Barack Obama gunstig voor de Nederlandse Antillen?

7 november 2008

Wat zijn de ideeën van Barack Obama? En zijn degenen die hem zo geestdriftig steunen daarvan op de hoogte? Uit recent onderzoek is gebleken dat tot verrassing van veel van zijn aanhangers in Nederland, Obama vóór de doodstraf is, vóór het recht op particulier wapenbezit, vóór het sturen van meer troepen naar Afghanistan, dat hij vóór militair ingrijpen in Irak was en dat hij tegen het homohuwelijk is. Ten aanzien van veel (andere) onderwerpen weet eigenlijk (ook) nauwelijks iemand waar Obama nu precies staat.

Maar de Amerikaanse kiezer heeft gesproken. Barack Obama wordt de 44e Amerikaanse president. Ook in de Nederlandse Antillen is Obama ongekend populair. Hij is intelligent, welbespraakt, retorisch sterk, geloofwaardig en betrokken. Hij is meer dan een ‘reclameproduct’. Zijn woorden (en dat zijn vooral ‘fair minded words’) klinken bijna muzikaal. Hij is voor velen vooral een symbool van hoop en verandering. Vanaf zijn eerste grote optreden, tijdens de Democratische Conventie in 2004, heeft hij consequent en gepassioneerd de boodschap van hoop op persoonlijke wijze verkondigd. Hij heeft daardoor een magische, bijna Messiaanse status verworven. Maar brengt deze hoop nu ook de zegen? Voor de Nederlandse Antillen is dat op economisch vlak nog maar zeer de vraag.

Barack Obama is een van de drie initiatiefnemers van de 2007 Stop Tax Haven Abuse Act. In dit voorstel van wet worden de Nederlandse Antillen op een zwarte lijst geplaatst. Wij worden aangemerkt als een fiscaal vluchtoord. Delaware overigens niet! Obama heeft aangegeven dat hij als president alles in het werk zal stellen ‘to shut down those offshore tax havens’. Het voorstel is niet alleen gebaseerd op onjuiste veronderstellingen en analyses, waarover ik op 9 januari 2008 al op Karel’s Legal Blog heb geschreven (en ook al op 29 april 2007), maar gaat ook veel verder dan het bestrijden van misbruik. Voor het bestrijden van belastingontduiking is uiteraard wat te zeggen. Belastingontwijking is echter legitiem, maar dat gaat dus straks in de Verenigde Staten anders worden. De financiële gevolgen daarvan voor de Nederlandse Antillen kunnen aanzienlijk zijn.

Obama heeft keer op keer benadrukt dat hij kiest voor de bescherming van Amerikaanse banen. In dat verband heeft hij zich bijvoorbeeld kritisch uitgelaten over diverse vrijhandelsakkoorden. Hij wil ook dat de Wereldhandelsorganisatie WTO sterker voor de Amerikaanse belangen opkomt. De vrees bestaat dat Obama niet verder gaat op het pad van verdere liberalisering van de internationale handel en investeringen. Hij wekt de indruk te streven naar een vorm van protectionisme. Daarbij kan bijvoorbeeld aan importheffingen worden gedacht. Als de internationale handel minder vrij wordt, zullen ook de Nederlandse Antillen daarvan de gevolgen kunnen ondervinden.

Onzeker is hoe Obama met de kredietcrisis en de economische recessie zal omgaan. De politiek heeft doorgaans weinig invloed op wat er in de economie gebeurt. Maar waar het gaat om ‘vertrouwen’ kan de politiek wel een rol spelen. Voor de Nederlandse Antillen is van belang wat er met de koopkracht van de Amerikanen gebeurt. Naarmate de koopkracht meer onder druk komt te staan, zullen de Amerikanen minder snel kiezen voor tropische vakantieoorden als Curacao en Bonaire. Ook het Amerikaanse energiebeleid speelt nog een rol. Als de kosten van vliegtuigbrandstof onverminderd hoog blijven, zal dat voor Amerikaanse maatschappijen een reden zijn om minder vaak naar de Nederlandse Antillen te vliegen.

Tenslotte moet nog blijken of en in hoeverre Barack Obama zijn gedane beloften zal waarmaken. Hij begon zijn campagne met de plechtige belofte dat hij binnen het systeem van publieke campagnegelden zou blijven. Die belofte heeft hij gebroken toen bleek dat hij op andere wijze aan veel meer geld kon komen. Obama was aanvankelijk ook fel tegen olie- en gasboringen voor de Amerikaanse kust. Ook daarop is hij teruggekomen. Maar zoals elke nieuwe president verdient hij het voordeel van de twijfel. Die zakelijk ingegeven twijfel is helaas wat groter dan je zou wensen gezien de euforie rond zijn verkiezing.

Karel Frielink

(Ook gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad van 8 november 2008)

21 november 2008: klik hier en hier om te horen wat de historicus Webster Tarpley over het mogelijke buitenlandbeleid van Barck Obama heeft te vertellen en welke personen en belangen daarbij een rol spelen.

 

 Karel’s Legal Blog

  

De 30 punten van Kant

28 october 2008

Als een wolkenkrabber in brand staat moet deze worden geblust. Vervolgens moet worden onderzocht hoe de brand heeft kunnen ontstaan. Als er (weef)fouten in het ontwerp zitten die aan het ontstaan of de verspreiding van de brand hebben bijgedragen, dan moet daarvan worden geleerd. Bij nieuw te bouwen wolkenkrabbers mogen die fouten niet meer voorkomen en bestaande wolkenkrabbers moeten worden verbeterd. Er is misschien ook wat voor te zeggen om het toezicht en de internationale informatie-uitwisseling te verbeteren. Dat zijn allemaal nuttige en begrijpelijke maatregelen.

Je kunt zo’n brand natuurlijk ook aangrijpen om de vraag te stellen of er überhaupt nog wel wolkenkrabbers gebouwd moeten worden. Als je die vraag voorlegt aan boswachters, boeren en andere buitenlui, dan is de kans groot dat zij zullen pleiten voor een verbod op dit soort gebouwen. Stel je die vraag aan projectontwikkelaars, architecten van wolkenkrabbers en ondernemers die in dergelijke gebouwen gehuisvest zijn, dan krijg je waarschijnlijk een ander antwoord.

De kredietcrisis is te vergelijken met een brand. Als je vervolgens een socialist vraagt hoe we in de toekomst zo’n brand kunnen voorkomen, dan ligt het antwoord waarschijnlijk dicht in de buurt van het afschaffen van het kapitalisme, omdat het failliet van het kapitalisme ‘bewezen’ zou zijn (klik hier voor een analyse van de mythe dat de vrije markteconomie heeft gefaald). De socialistische heilstaat als remedie voor al onze problemen…. Dat is het gevoel dat mij bekruipt bij het lezen van het 30-punten plan van de SP, zoals gepresenteerd door Agnes Kant. Zij kwam dat plan gisteren toelichten bij Pauw & Witteman. Al snel bleek dat zij van de wetenschap die economie heet niet veel kaas heeft gegeten. Ze had er beter aan gedaan om iemand met verstand van zaken te sturen.

Een van de voorstellen van de SP is om de macht van de aandeelhouders terug te dringen. Er zouden maar een handjevol aandeelhouders zijn met een middellange en lange termijn visie, terwijl de rest voor de korte termijn winst gaat. Dat werd door Kant onderbouwd met een verwijzing naar de handel in aandelen. Wat er nou precies mis is met die handel werd niet duidelijk. Peter Paul de Vries, die ook bij Pauw & Witteman te gast was, probeerde uit te leggen hoe het werkelijk zit, maar zijn boodschap wilde niet tot haar doordringen. Die aandelenhandel heeft de crisis niet veroorzaakt. Hooguit kun je zeggen dat aandeelhouders in veel gevallen te weinig macht hebben om adequaat invloed uit te oefenen op de beloning van bestuurders. Maar dat is van geheel andere orde.

De SP wil nu ‘de’ macht van de aandeelhouders, dat zijn de kapitaalverschaffers die een financieel risico nemen door in een onderneming te investeren, inperken, en vertegenwoordigers van de werkende klasse een sleutelpositie in bedrijven en financiële instellingen laten innemen. De helft van de commissarissen zou door de ondernemingsraad moeten worden benoemd. Er is echter geen enkele reden om de factor ‘arbeid’ zo’n cruciale positie te laten innemen. Daarbij komt dat de SP in feite aan een Raad van Commissarissen een veel grotere rol wil toebedelen, waardoor de Raad zich actiever en intensiever met het ondernemingsbeleid moet bemoeien in plaats van zich te beperken tot de kerntaken ‘adviseren’ en ‘toezicht uitoefenen’.

De SP doet ook het voorstel om koersmanipulatie op basis van het verspreiden van leugenachtige berichten tegen te gaan. Of de bestaande wetgeving op dit punt in de ogen van de SP onvoldoende is wordt niet duidelijk. Koersmanipulatie is al sinds jaar en dag wettelijk geregeld, er zijn ook strafzaken geweest, maar dat die regeling niet zou werken of dat er sprake zou zijn van onaanvaardbare praktijken die onbestraft zijn gebleven is niet gebleken. Maar misschien beschikt de SP over voorwetenschap en wordt op een gunstig moment gewacht om die met anderen te delen…

Overigens is er een regeling inzake oneerlijke handelspraktijken in de maak, waarin regels worden vastgelegd over de wijze waarop bedrijven consumenten moeten behandelen. Het gaat daarbij om de (nadere) regulering van reclame-uitingen, verkoopgesprekken en direct marketingactiviteiten. Alle financiële instellingen zullen onder de reikwijdte van de nieuwe wet vallen. Het ontwerp is thans in behandeling bij de Eerste Kamer.

Uiteraard zijn er voorstellen of elementen daarvan in het SP plan waar niets mis mee is. Maar daarbij gaat het niet om voorstellen die uniek zijn. Ze zijn ook niet door de SP bedacht. Denk in dat verband aan een verbetering van het (internationale) toezicht op financiële instellingen. Denk ook aan het aan banden leggen van bonussystemen die tot verkeerde prikkels leiden. Een bonus moet gekoppeld zijn aan een duurzame verbetering van een bedrijf of instelling, en niet aan een korte termijn succes, zeker niet wanneer aan dat succes grote risico’s zijn verbonden die zich pas na de bonusuitkering openbaren. Maar er is geen enkele reden om, zoals de SP voorstelt, alle bonussen nu maar af te schaffen. Je moet niet iets afschaffen dat zijn waarde duurzaam heeft bewezen, omdat er ook misbruik van gemaakt kan worden. Aan dat misbruik moet je iets doen, maar meer ook niet.

Niet duidelijk is waarom de SP (en inmiddels ook anderen) een parlementaire enquête naar de kredietcrisis wil laten uitvoeren. Een parlementaire enquête is bedoeld om te onderzoeken of, waar, wanneer en hoe de overheid heeft gefaald. De kredietcrisis, in hoofdzaak overgewaaid uit de Verenigde Staten, is van een geheel andere orde. Het enquêterecht lijkt hier het lot van het spoeddebat te delen: er wordt te pas, maar vooral te onpas naar gegrepen. Enige politieke scoringsdrang lijkt daar debet aan te zijn.

Bij alle negatieve informatie die dagelijks over ons wordt uitgestort, zou men bijna vergeten dat er veel goede financiële instellingen zijn, ook veel goede bestuurders en in Nederland bovendien ook meer dan behoorlijk toezicht. Dat zich in Nederland bij financiële instellingen, banken in het bijzonder, geen grote liquiditeitsproblemen hebben voorgedaan, is met name ook aan het liquiditeitstoezicht van De Nederlandsche Bank te danken. Ook dat toezicht is uiteraard voor verbetering vatbaar, terwijl de financiële instellingen moeten werken aan een beduidend geavanceerdere risicoanalyse van de producten en vehikels waarin zij financiële belangen hebben. Maar er is geen enkele aanleiding om te komen tot een principiële, fundamentele hervorming van het Nederlandse financiële stelsel.

De SP schiet door, voor de meesten te ver, voor enkelen waarschijnlijk niet ver genoeg. Maar dat is op zich geen nieuws. Het is ook wel begrijpelijk dat de crisis door de SP wordt aangegrepen om eigen stokpaardjes te berijden. Maar te denken dat de overheid niet het probleem, maar de oplossing is, is wel erg naïef. Dat zal links en rechts van de SP worden beaamd, zij het om uiteenlopende redenen. De overheid (met name in Amerika) is juist onderdeel van en (hoofd)veroorzaker van het probleem (klik hier voor een meer technische analyse van de ‘credit crunch‘). Die rol vraagt om een fundamentele discussie, niet om een Nederlands parlementair onderzoek. Er is bovendien niet zo heel veel kennis nodig over wat er in de wereld gebeurt of in de recente geschiedenis is gebeurd, om over de rol van ‘de’ overheid heel wat genuanceerder te denken dan de SP doet.

Karel Frielink

 

Karel’s Legal Blog

 

Dubbele nationaliteit een probleem?

15 october 2008

Staatssecretaris Ahmed Aboutaleb is voorgedragen als nieuwe burgemeester van Rotterdam. Aboutaleb is een ervaren bestuurder. Naar verluidt heeft hij de benodigde kwaliteiten om een probleemstad als Rotterdam goed te kunnen besturen. Niets aan de hand dus, zou je denken. Of toch wel?

Aboutaleb heeft een dubbele nationaliteit. Hij is van Marokkaanse afkomst en heeft behalve een Nederlands paspoort ook een Marokkaans paspoort. De reden: een Marokkaan kan zijn Marokkaanse paspoort op grond van de in Marokko geldende regels niet inleveren. Bij herhaling heeft Aboutaleb echter aangegeven dat er bij hem niet sprake is van een dubbele loyaliteit. Hij heeft ervoor gekozen om Nederlander te worden. Van hem is ook de uitspraak dat de buitenlander die in Nederland woont, maar zich niet aan de normen en waarden die daar gelden wil aanpassen, beter zijn koffers kan pakken. Aan duidelijkheid over zijn loyaliteit laat Aboutaleb dus niets te wensen over.

Desondanks zijn er in Nederland en België politici die deze benoeming aangrijpen om stampij te maken. De voorman van Vlaams Belang, Philip Dewinter, heeft het over een islamitische machtsovername in Rotterdam. De PVV van Geert Wilders en Hero Brinkman trekt de loyaliteit van Aboutaleb in twijfel omdat hij twee paspoorten heeft en vraagt nu om een debat in de Tweede Kamer. Leefbaar Rotterdam laat bij monde van Ronald Sörensen weten Aboutaleb een ‘opportunist’ en ‘carrièremaker’ te vinden, terwijl ook hij de loyaliteit van Aboutaleb in twijfel trekt op grond van de twee paspoorten die Aboutaleb heeft.

Al vele jaren zijn er politici en groeperingen die angst zaaien in Nederland. Daarbij wordt in het bijzonder een tegenstelling gecreëerd tussen Nederlanders en buitenlanders. De grenzen tussen die twee groepen zijn echter niet steeds helder. Ook in Nederland geboren kinderen van ouders die zelf in het buitenland zijn geboren (de ‘tweede generatie’) worden vaak tot de groep ‘buitenlanders’ gerekend. De mensen die het daarbij het hardst hebben te verduren zijn de islamieten. Dat zijn aanhangers van een in essentie vreedzaam geloof. Maar het feit dat er in de wereld ook aanhangers van de islam zijn die gewelddadig zijn, wordt gemakshalve aan dit geloof en dus ook aan alle andere islamieten toegerekend. En zo worden mensen bang gemaakt.

Vroeger was het aantal ‘zielige’ politici beperkt en overzichtelijk. U kent misschien nog wel de namen van de soms wat onbeholpen ogende mannen als Joop Glimmerveen en Hans Janmaat. In die tijd kon extreem rechts niet echt een vuist maken. De ‘Janmaten’ van deze tijd zijn onder andere Philip Dewinter in België en in Nederland: Geert Wilders, Hero Brinkman, Marco Pastors en Ronald Sörensen. Ze hebben het tij mee. Ze maken gretig gebruik, beter: misbruik, van het geweld dat door een kleine groep van met name jongeren wordt gepleegd: Antillianen, Marokkanen en Turken (het geweld gepleegd door Nederlanders die niet van buitenlandse afkomst zijn wordt meestal maar even ‘vergeten’…). En we hebben het al bij de islam gezien, de fouten van een beperkt aantal mensen wordt door deze politici maar meteen de hele groep aangerekend.

Het verzet tegen Aboutaleb op grond van zijn dubbele nationaliteit is uiteraard niet serieus te nemen. Er is geen enkele reden om aan zijn loyaliteit te twijfelen. En dus gaat het om iets anders. Philip Dewinter is wat dat betreft het meest duidelijk: een islamiet mag geen burgemeester van een Nederlandse stad zijn. Maar dat durven die Nederlandse politici natuurlijk niet allemaal zo hard te zeggen. Daarom gebruiken ze die paspoortenkwestie maar. Maar hoe zouden ze reageren als Aboutaleb zijn Marokkaanse paspoort wel had kunnen inleveren en dat ook had gedaan? Dan hadden ze een ander argument moeten verzinnen. In de kern gaat het er deze politici naar mijn stellige overtuiging om dat zoveel mogelijk buitenlanders (inclusief de zogeheten tweede en derde generatie) Nederland (of in het geval van Philip Dewinter: België) verlaten en hun geloof meenemen. Een soort ‘zuivering’ of ‘eigen volk eerst’ dus. En dat zijn historisch gezien niet bepaald begrippen waar fatsoenlijke mensen vrolijk van worden.

Waarom liepen er maar zo weinig mensen achter Hans Janmaat aan en lopen er nu zoveel achter zijn opvolgers aan? Is er in Nederland sprake van zo’n sterk moreel verval? Leiden angst en onzekerheid over de toestand in de wereld, de economie, buitenlanders of andere geloven, aangepraat of niet, tot weerstand tegen ‘buitenlanders’ en mensen die een ander geloof aanhangen? Transformeert Nederland van een naar de buitenwereld gerichte samenleving tot een in zichzelf gekeerde, bekrompen samenleving? En kunnen we dat tij nog keren voordat het te laat is? Allemaal vragen waarover serieus moet worden nagedacht, ook omdat de reputatie van Nederland als tolerant en liberaal land op het spel staat.

Karel Frielink

 

Karel’s Legal Blog

 

Spies & Spreken. Presentatiecoaching

29 september 2008

Spreken in het openbaar mag voor veel politici de gewoonste zaak van de wereld zijn, voor veel anderen geldt dat niet. Maar dat iemand in het openbaar durft te spreken, betekent niet dat de betrokkene dat ook goed doet.

Spies & Spreken geeft presentatietrainingen in Nederland, maar ook in de Nederlandse Antillen (Curacao). Presentatiecoaching is nuttig voor mensen die spreekangst hebben, maar ook voor mensen die monotoon praten, slecht zijn te verstaan of die niet durven improviseren.

Spies & Spreken werkt veelal samen met andere bureaus en trainers en biedt trainingen op maat. Waar nodig wordt ook met trainingsacteurs gewerkt. Anne Spies is de drijvende kracht achter Spies & Spreken. Zij heeft een theater- en logopedieopleiding gevolgd en heeft dus de perfecte basis voor het geven van trainingen. Misschien is het niet zo’n gek idee om eens contact met haar op te nemen. Voor tal van mensen en organisaties heeft zij al veel betekend.

 

Karel’s Legal Blog

 

Feiten en fictie

12 juni 2008

Vandaag heeft Hero Brinkman zijn initiatiefnota ‘De Antillen … Maffia binnen het Koninkrijk?’ gepresenteerd. De Nota bevat, aan de hand van krantenberichten, een opsomming van al hetgeen Brinkman als ‘corruptie’ aanmerkt. Van die opsomming maken een aantal ernstige gevallen deel uit. Ook de gevallen waarover de strafrechter al heeft geoordeeld, inclusief de gevallen waarin de rechter tot een vrijspraak kwam.

Het spreekt voor zich dat gevallen van corruptie onderzocht moeten worden en dat degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan strafrechtelijke vergrijpen daarvoor moeten worden veroordeeld. Uit de opsomming van Brinkman blijkt dat de strafrechter zich al meerdere keren over dit soort zaken heeft uitgelaten. De strafrechter heeft ook veroordelingen uitgesproken.

Niet alles wat Brinkman als corruptie aanmerkt kan langs strafrechtelijke weg worden aangepakt. Wat te denken van vriendjespolitiek? Dat is overigens een verschijnsel van alle landen (ook Nederland) en van alle tijden. Bij een dergelijk verschijnsel is het al veel moeilijker om een scherpe grens tussen ‘goed’ en ‘fout’ te trekken. En naarmate een gemeenschap kleiner is, is de kans groter dat bijvoorbeeld een bepaalde benoeming als ‘vriendjespolitiek’ wordt aangemerkt. Natuurlijk moeten er objectieve normen voor een benoeming worden gehanteerd, maar niet in alle gevallen waarin bijvoorbeeld familiebanden bestaan tussen degene die iemand benoemt en degene die wordt benoemd is sprake van nepotisme.

Voor het goed functioneren van het politieke en ambtelijke systeem is het wel noodzakelijk dat er objectieve, toetsbare normen en procedures zijn, maar daarnaast ook transparantie. Verplichte transparantie beperkt de speelruimte van degenen die het minder nauw met de toepasselijke normen zouden willen nemen. Hun doen en laten is dan immers toetsbaar.

De Nota bevat ‘harde’ gevallen, dat wil zeggen, gevallen waarin de strafrechter tot een veroordeling is gekomen en gevallen waarin personen zelf bepaalde handelingen toegeven. De Nota bevat daarnaast vele ‘zachte’ gevallen, waarbij de feiten niet vaststaan, of het nog maar zeer de vraag is of sprake is van corruptie of nepotisme. De Nota bevat tenslotte allerlei gevallen in de categorie ‘suggestief’: als een politicus in dronken toestand iemand dood rijdt heeft dat immers niets met corruptie te maken; als een politicus pleit voor een baangarantie voor ambtenaren heeft dat evenmin iets met corruptie te maken. Het is dan ook zonder meer te vroeg om aan de Nota (verstrekkende) conclusies te verbinden.

Als gezegd is de Nota gebaseerd op krantenberichten. Dat zijn dus berichten die deel uitmaken van hetgeen in het publieke domein bekend is. Datgene wat mis gaat wordt dus al lang aan de kaak gesteld. In die zin zijn de Nederlandse Antillen een ‘open’ samenleving. En mede door die stroom van krantenberichten zijn er al allerlei maatregelen genomen en wordt ook door een groot aantal politici aangedrongen op goed openbaar bestuur.

Brinkman spreekt over ‘maffia’. Daarbij zal doorgaans worden gedacht aan een misdaadsyndicaat. Brinkman koppelt die term aan de Nederlandse Antillen en suggereert dat de Nederlandse Antillen één groot maffiasyndicaat zijn. Dat is een opmerking die niet past, maar op het vlak van schelden en beledigen weten we inmiddels dat Brinkman het met fatsoensnormen niet zo nauw neemt.

De verdienste van Brinkman is dat hij de krantenberichten heeft verzameld en gerubriceerd, zodat we nog een keer worden geconfronteerd met het feit dat er veel mis is. En daar moet ook zeker wat aan gebeuren. Meer nog dan we tot nu toe hebben gedaan. Het zou niet juist zijn om datgene wat echt niet door de beugel kan onaangepakt te laten. En het zou ook te makkelijk zijn om op de Nota van Brinkman te reageren met de stelling dat ook voor Nederland zelf een dergelijk zwartboek is te maken. To be continued.

Karel Frielink

 

Karel’s Legal Blog

 

22 mei 2008

Onze Hero
(vrij naar Gerrit Komrij door Karel Frielink)

Zijn woorden barsten van vals venijn.
Het staat op zijn gezicht. De drang,
De wens, om het meest onbeschoft te zijn.
Nog gauw wat harde taal bedoeld voor de aanhang.

En waag het niet daarover te gaan zeuren.
Het raakt hem niet. Dat zie je bijna elke dag.
Zonder een boete voor schaamteloosheid te verbeuren.
O Grote Politicus, die het licht nooit helder zag.

Maar toch komen ook bij zijn overzeese rijksgenoten
De eigen krachten aan de oppervlakte.
‘Ik mag door niets en niemand worden afgefloten’,
zegt Hero zelf. En toont daarmee zijn karakterzwakte.

 

Karel’s Legal Blog 

 

Eerst schelden, dan praten?

15 mei 2008

Hero Brinkman was gisteren te gast in Studio NL Live op BVN. Hij gaf nog eens onomwonden aan dat hij zijn uitlatingen over de Nederlands Antilliaanse politici bij iedere gelegenheid zal herhalen. Ook aan het begin van het geplande Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties (POK). Eerst schelden dus, voordat er inhoudelijk overleg kan plaatsvinden. Dat vinden de Nederlands Antilliaanse politici vanzelfsprekend bijzonder onaangenaam. Maar Hero Brinkman heeft daar geen enkel probleem mee. Als deze politici zijn scheldkanonnade niet willen aanhoren, dan moet het overleg maar niet doorgaan. Dat bespaart de belastingbetaler volgens hem sowieso een hoop geld.

Hij voegde daar nog een waarschuwing (dreigement?) aan het adres van de Nederlandse Antillen aan toe: de meeste politici in Nederland zijn het niet met hem eens, maar een belangrijk deel van het Nederlandse volk wel. Dus na de komende verkiezingen ziet het politieke landschap er geheel anders uit en zal het uitstoten van de Nederlandse Antillen uit het Koninkrijk een ‘hard punt’ worden…

In de wereld van Brinkman zijn de dingen simpel: als het hem niet lukt de Nederlandse Antillen vóór de Tweede Kamer verkiezingen uit het Koninkrijk te pesten, dan zullen ze er daarna zonder pardon worden uitgezet. Maar horen we dan niet bij elkaar? Zijn we niet één grote familie? Hebben we dan geen historische, politieke, culturele en economische banden? Natuurlijk wel. En nog los van de juridische problemen die de benadering van Brinkman met zich brengt, zijn die banden nog steeds zo sterk dat het zo goed als uitgesloten is dat Curaçao en Sint Maarten over zeg 15 jaar geen deel meer zouden uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden. Het Koninkrijk is van ons allemaal, voor ons allemaal.

Brinkman heeft voor een bijzondere debattechniek gekozen en hanteert die consequent. Hij zegt bij iedere gelegenheid precies hetzelfde en precies dat wat de Nederlands Antilliaanse politici persoonlijk sterk raakt. Brinkman ziet hen daarbij als tegenstanders en niet als gesprekspartners. Hij rekent zijn methode en ‘stijl’ tot de verworvenheden van de democratie, terwijl hij iedere kritiek daarop als een aanval op de democratie beschouwt. Op die manier maakt hij zich immuun voor kritiek: in zijn optiek heeft hij altijd gelijk, ook al vindt verder (nagenoeg) iedereen dat hij het niet heeft. Zijn gedrag is tenenkrommend onfatsoenlijk.

De door Brinkman gehanteerde ‘one-liners’ zijn als kwetsend bedoeld. Maar ze zijn ook bedoeld voor de Nederlandse kiezers, althans die kiezers die dergelijke stoere-mannen-macho taal wel mooi vinden. Brinkman gebruikt die ‘one-liners’ steevast in combinatie met een verwijzing naar wat de Nederlandse Antillen de Nederlandse betastingbetaler wel niet kosten. En dat soort kreten gaan er bij velen in zoals Gods woord bij een ouderling. Natuurlijk: het bedrag dat in het kader van de schuldsanering wordt genoemd – ongeveer € 2,4 miljard – is hoog. Het klinkt zelfs astronomisch hoog. Het gaat overigens niet om een volledige overname van deze schuld, maar deels ook om herstructurering en herfinanciering. Niet dat het daarmee een gering bedrag wordt, maar het is wel goed om dit te relativeren. Over de schuldsanering zijn bindende afspraken gemaakt, zodat Nederland, zoals Brinkman kennelijk wil, daarop niet meer eenzijdig kan terugkomen. Ook is afgesproken dat maatregelen worden genomen om tot een deugdelijke begroting te komen en er voor te zorgen dat de schulden niet eindeloos blijven oplopen.

In de Nederlandse Miljoenennota 2007 is te lezen dat de totale uitgaven van de rijksoverheid in 2007 ongeveer € 162.161.100.000,- bedragen. Bij de totale belasting- en premieontvangsten in Nederland gaat het in 2007 om ongeveer € 207.450.000.000,-. Als naar deze bedragen wordt gekeken dan vallen de in vele jaren opgebouwde Nederlands Antilliaanse schulden wel mee. Wat zou de bouwfraude in Nederland, een fraude die ook corruptie bij ambtenaren aan het licht bracht, de Nederlandse belastingbetaler hebben gekost? Deelname aan de ontwikkeling van het Amerikaanse gevechtstoestel Joint Strike Fighter (JSF) kost de Nederlandse belastingbetaler bijna € 5,7 miljard. En dan hebben we het nog niet over de mogelijke aanschaf van dergelijke toestellen. De ISAF-missie van Nederland in Uruzgan kost de belastingbetaler zeker € 1,2 miljard. Aan de HSL-Zuid (hoge snelheidstrein) hangt een prijskaartje van ongeveer € 6,5 miljard en aan de Betuwelijn een van € 4,8 miljard. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan. En nu weet ik wel dat de PVV van Brinkman zich uiteraard tegen (een deel van) deze en vergelijkbare zaken verzet, hoewel de PVV in ieder geval wel meer geld aan defensie wil uitgeven, maar het gaat mij hier om de relativering. Als we echt iets voor ‘de’ belastingbetaler willen doen, dan is er wel iets beters te bedenken waaraan veel tijd en energie kan worden besteed dan het voortdurend schoppen tegen de Nederlandse Antillen.

Brinkman stelt dat de Nederlandse Antillen zelf maar hun schulden moeten aflossen. Hij suggereert dat die schulden het gevolg zijn van corruptie en financieel wanbeheer. Erg concreet is hij op dat punt niet. Laat hij eens beginnen om ‘man en paard’ te noemen en precies – en onderbouwd – aan te geven welk deel van de schuld daardoor is veroorzaakt. Vooruitlopend op de discussie die daarover vervolgens kan worden gevoerd, merk ik vast op dat een deel van de problemen in de Nederlandse Antillen door Nederland is veroorzaakt. En dan moet niet alleen worden gedacht aan de fiscale concurrentie: Nederland gunt landen buiten het Koninkrijk fiscale voordelen, die aan de Nederlandse Antillen niet worden gegund. Dat is alles behalve bevorderlijk voor de ontwikkeling van de Nederlandse Antillen.

Een belangrijker punt is echter dat de toenmalige minister-president, Miguel Pourier, in samenwerking met Nederland en het IMF een herstelprogramma voor de Nederlandse Antillen heeft opgesteld. Nederland zou daarvoor borg staan. Onder leiding van Pourier zijn grootschalige bezuinigingen doorgevoerd, onder meer in het ambtenarenapparaat, waar fors in gesneden werd en veel ontslagen vielen. Hierdoor steeg de werkloosheid en de onvrede onder de bevolking. Ook werd besloten tot het invoeren van een omzetbelasting en tot investeringen om het onderwijs te verbeteren. Ondanks afspraken met het IMF kwam de Nederlandse regering (Paars II) niet de verplichting na om financieel bij te springen. De gevolgen waren desastreus. Pourier voelde zich hierdoor ook persoonlijk bedrogen en besloot na de verkiezingen van 2002 uit de politiek te stappen. Nederland is dus op zijn minst medeverantwoordelijk voor de problemen waarmee de Nederlandse Antillen zich thans geconfronteerd zien. Het is wel erg makkelijk en goedkoop om vervolgens het standpunt in te nemen dat Nederland eenvoudigweg zijn handen van de Nederlandse Antillen moet aftrekken.

Brinkman zal voor dit alles niet gevoelig zijn. Zijn politieke neus zegt hem kennelijk dat er meer stemmenwinst is te behalen met het blijven schofferen van de Nederlandse Antillen. Dat tienduizenden arme Antillianen daarvan de dupe worden neemt hij op de koop toe. Het kan hem eigenlijk ook niet schelen: ze kunnen immers toch niet stemmen voor de Tweede Kamer.

Karel Frielink

 

Karel’s Legal Blog

 

Pesten is een probleem

8 mei 2008

Pesten is een groot maatschappelijk probleem: kinderen die worden gepest op school, werknemers die worden gepest op kantoor. Pesten kan fysiek en/of psychisch plaatsvinden en verschilt wezenlijk van plagen. Een kenmerk van pesten is dat degene die wordt gepest zich daar niet of niet adequaat tegen kan verweren. Een groot en sterk meisje pakt bijvoorbeeld een kleine jongen stelselmatig fysiek aan om hem te vernederen. Of een mentaal sterke jongen scheldt keer op keer een mentaal minder sterk meisje uit. Of iemand wordt stelselmatig van activiteiten uitgesloten. Er zijn vele vormen van pesten.

Bij pesten wordt er een slachtoffer uitgezocht, waarover degene die pest de baas wil spelen. De pestkop beledigt, vernedert of kleineert de ander. Soms heeft de omgeving dat door, maar vaak ook niet. Als het probleem wordt onderkend dan is praten vaak een goede remedie: praten met het slachtoffer om te kijken of er een probleem is en welke oplossingen mogelijk zijn, maar ook praten met de pestkop om hem of haar te laten inzien wat pesten voor het slachtoffer betekent. De pestkop moet worden geleerd om op een positieve manier relaties met anderen te onderhouden.

Ik moest aan dit onderwerp denken door de aanhoudende aanvallen van Hero Brinkman op de politici van de Nederlandse Antillen. Hij praat niet met deze politici, maar over hen. Hij doet dat op een manier die beledigend en denigrerend is; hij noemt ze blèrende kinderen en plaatst zichzelf in de superieure rol van opvoeder. Brinkman kiest er dus bewust voor om deze politici publiekelijk te kleineren. En is ook dat niet een vorm van pesten?

Brinkman laat geen onduidelijkheid over zijn motieven bestaan: hij wil af van de Nederlandse Antillen. Hij wil geen gesprekken over een andere staatkundige structuur, maar hij wil dat Nederland simpelweg afscheid neemt van de Nederlandse Antillen dan wel dat de Nederlandse Antillen uit zichzelf uit het Koninkrijk stappen. De staatkundige vragen in dat verband laat ik even terzijde. Mij gaat het om de gekozen tactiek: kennelijk beoogt Brinkman een sfeer van haat en nijd te creëren die ertoe leidt dat de Nederlandse Antillen – om de eer aan zichzelf te houden, of om van het gepest af te zijn – zelf alle banden met Nederland verbreken. Brinkman weet immers dat er géén politiek draagvlak is in Nederland voor het uit het Koninkrijk stoten van de Nederlandse Antillen.

Een debat daarover met Brinkman heeft kennelijk ook niet zoveel zin, want hij heeft zijn doel met bijbehorende tactiek en strategie bewust bepaald. Dat de Nederlands Antilliaanse politici zich door hem geschoffeerd voelen heeft hij niet alleen vooraf ingecalculeerd, maar is waarschijnlijk ook zijn vooropgezette doel. De gebruikelijke methoden om het fenomeen pesten te bestrijden werken dan ook niet. De negatieve reacties die Brinkman op zijn optreden krijgt interesseren hem niet, of brengen in zijn gedachtegang zijn doel alleen maar naderbij. De filosoof R.G.M. Ritzen heeft een weblog over drogredenen. Hij bespreekt en analyseert het debat dat is ontstaan naar aanleiding van het door Brinkman gesteunde voorstel om de Nederlandse Antillen in de uitverkoop te doen. Eén verhelderend punt haal ik eruit: een verwijt treft een tegenpartij alleen maar als deze zich aangesproken voelt. En daar zit bij Brinkman het probleem. Hij kiest ervoor om geen positieve relatie met de Nederlands Antilliaanse politici te onderhouden, en hem dat verwijten raakt hem niet.

Maar wat moet er dan gebeuren? Het blijft lastig om niet op Brinkman te reageren, want de wijze waarop en de frequentie waarin hij zijn uitlatingen doet schreeuwen bijna om een weerwoord. Maar juist zijn superieure houding en toon maken het zo moeilijk om een zinvol inhoudelijk debat met hem te voeren. Niemand houdt er immers van om bij voortduring beledigd en gekleineerd te worden. Bovendien betekent een inhoudelijk debat, en vooral een inhoudelijk weerwoord, dat niet in populaire, het publiek aansprekende ‘one-liners’ wordt gesproken, maar over feiten en omstandigheden, waarbij het aankomt op nuancering, context en (historisch) perspectief. En dat is nu eenmaal geen makkelijk verteerbare kost voor kranten, radio en TV. De publicitaire slag is door de Nederlands Antilliaanse politici dus nauwelijks te winnen. En misschien moeten ze daar ook maar niet (meer) naar streven. Ze kunnen zich wellicht beter concentreren op constructieve gesprekken met die andere politici in Nederland. Want met alle publiciteit die Brinkman krijgt, zou je bijna vergeten dat de overgrote meerderheid zijn houding en zijn toon afwijst.

Karel Frielink

 

Karel’s Legal Blog

 

Hero Brinkman blijft schofferen

6 mei 2008

De politieke relatie tussen Nederland en de Nederlandse Antillen is moeizaam. Het is lastig te bepalen wat daarvan de oorzaken zijn, maar het voelbare wederzijdse onbegrip hangt ongetwijfeld samen met culturele en economische verschillen. Vooroordelen spelen daarbij een rol. Vooroordelen krijgen ruim baan wanneer de betrokkenen zich weinig of geen moeite getroosten zich werkelijk in elkaar te interesseren en te verdiepen. Een onbevangen houding en wederzijds respect zijn daarvoor noodzakelijke voorwaarden. En daar gaat het mis.

Enerzijds zijn er de Nederlands Antilliaanse politici die vrezen voor te veel inmenging vanuit Nederland, terwijl de Nederlandse Antillen in feite nog midden in (de afwikkeling van) een proces van dekolonisatie zitten (de formele dekolonisatie vond in 1954 plaats; zie in dat verband ook de rede van Dr. Douwe Boersema). Een dergelijke overgangsfase, waarmee niemand geleerd heeft goed om te gaan, levert spanningen op. Spanningen die deels worden veroorzaakt door onthechtingspijn en deels door verschillende visies en verwachtingen. De Nederlandse Antillen, in feite alleen nog de individuele eilanden Curacao en Sint Maarten, stellen eisen teneinde binnen het Koninkrijk zoveel mogelijk autonomie te verwerven, waarbij nog wel voor een aantal zaken op het ‘moederland’ kan worden teruggevallen. Nederland stelt eisen ten aanzien van de financiele huishouding, de deugdelijkheid van het openbaar bestuur en de rechtspleging op de verschillende eilanden. Het gaat daarbij in de kern om onderwerpen waarover men het eens kan worden, al zijn daarvoor soms harde onderhandelingen nodig.

Met harde onderhandelingen is niets mis. Als de wil er is om eruit te komen en de toon getuigt van respect, dan komt er vroeg of laat een voor alle partijen acceptabel voorstel. Een lastig punt daarbij is dat niet over ‘de’ politici kan worden gesproken. Aan de Antilliaanse kant zijn er politici en politieke partijen die het liefst volledig met Nederland willen breken en streven naar volledige onafhankelijkheid (statelijke soevereiniteit), en daarbij stevig taalgebruik niet schuwen. Nederland wordt door hen als een kolonisator afgeschilderd. Met hun opvattingen en woordkeus vallen zij meer op dan de ‘mainstream’ politici en hebben ‘dus’ meer nieuwswaarde.

In Nederland is het met name de PVV die snoeiharde taal niet schuwt. Dat geldt niet alleen voor Geert Wilders, maar vooral voor Hero Brinkman. Als Brinkman het over de Nederlandse Antillen heeft dan noemt hij dat een ‘grotendeels corrupt boevennest‘. De Nederlands Antilliaanse politici noemde hij bij Pauw & Witteman (5 mei 2008) “een stel blèrende kinderen“, waarbij hij zichzelf de rol van ‘opvoeder’ toebedeelde. Dat getuigt niet van respect voor de door de bevolking gekozen volksvertegenwoordigers en is zonder meer beledigend en denigrerend. En dat is jammer, want de discussie zou over de inhoud van zijn kritiek moeten gaan en niet over de vorm. Misstanden in de Nederlandse Antillen moeten, net als bijvoorbeeld de Nederlandse bouwfraude, publiekelijk aan de kaak kunnen worden gesteld.

Het verweer van Brinkman dat hij in het geheel niet beledigend is en dat hij het alleen maar over duidelijke, feitelijke aanduidingen heeft gaat uiteraard niet op. Het gaat in de eerste plaats om wat de anderen, in dit geval de Nederlands Antilliaanse politici, ervaren. Zij ervaren dergelijke uitlatingen als beledigend en dat heeft niets met lange tenen te maken. Ook anderen, zoals ik zelf, ervaren deze uitlatingen als beledigend. En ik denk dat deze uitlatingen, als wordt gekeken naar de norm als het gaat om maatschappelijke omgangsvormen in Nederland en de Nederlandse Antillen, ook in meer objectieve zin als beledigend moeten worden aangemerkt. En onder beledigend versta ik dan ‘krenkend’, ‘grievend’, ‘denigrerend’, ‘kwetsend’, ‘oneerbiedig’, ‘minachtend’ en ‘onbeschoft’. Als je collega politici uitmaakt voor “een stel blèrende kinderen” dan is dat geen feit, maar een kwalificatie, en wel een die mijns inziens als ‘onbeschoft’ heeft te gelden.

Brinkman weet wat hij zegt en hij weet welke reacties hij losmaakt. Hij is het prototype van een ‘populist’, in de zin van iemand die – bewust - simplistische ideeën en meningen verkondigt om ‘het volk’ maar te bekoren, maar die enkel uit is op stemmen en politieke macht in plaats van echte oplossingen. Volgens Brinkman wordt het predicaat ‘populist’ gebruikt om te trachten mensen die zeggen waar het op staat de mond te snoeren. Dat is niet zo. Hij mag en moet zeggen waar het op staat; hij mag en moet pijnlijke onderwerpen ter sprake kunnen brengen; hij mag en moet daarbij duidelijk en helder zijn: dat hoort bij zijn rol als volksvertegenwoordiger. Maar ‘helder en duidelijk taalgebruik’ betekent niet – en zeker niet per definitie - ’krenkend taalgebruik’. Je kunt ook helder en duidelijk zijn zonder anderen te beledigen. Maar daar kiest Brinkman niet voor. Met zijn ‘onbeschofte’ gedrag heeft hij nu eenmaal meer nieuwswaarde. En daar is het hem om te doen. Jammer, maar waar.

Karel Frielink 

(Ook gepubliceerd in de Amigoe op 6 mei 2008)

 

Karel’s Legal Blog

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.