DIT WAS IK ZELF ALWEER VERGETEN

Uit de oude prospectusaansprakelijkheid doos

Soms kom je een stukje tekst tegen waar je vrolijk van wordt. Hier volgt een citaat uit J.P. Franx, Prospectusaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad en contract (diss. Rotterdam), Deventer: Wolters Kluwer 2017, par. 16.10 (p. 450):

“In zijn annotatie bij de uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake Stichting Lipstick Effect/ABN AMRO bank stelt Frielink dat ‘in theorie een andere benadering denkbaar is’. De beleggers die op basis van een misleidend prospectus hebben ingeschreven op een emissie hebben eenzelfde soort schade geleden. Het komt dan volgens Frielink niet (noodzakelijk) aan op de voorstelling die individuele beleggers zich van de aanbieding zouden hebben gemaakt. Waar het volgens hem om gaat is, dat wezenlijke informatie ontbrak die in abstracto voor elke belegger doorslaggevend is en niet in de publieke oordeelsvorming is verdisconteerd. De markt is dan voor de gek gehouden en daarmee ook de individuele belegger. Daarmee is volgens Frielink de dwaling gegeven. Frielink’s betoog impliceert in feite een pleidooi voor objectivering van de dwalingsregeling. Doorslaggevend is voor hem dat ‘de markt’ – ofwel de gemiddelde belegger – is misleid. Misleiding van de individuele belegger volgt daaruit en hoeft niet afzonderlijk gesteld en bewezen te worden. Ook Sinninghe Damsté bepleit een dergelijke benadering. In het bovenstaande is op diverse gronden steun betuigd aan de suggestie van deze auteurs.”

Franx verwijst hierbij naar deze annotatie: Rechtbank Amsterdam 7 mei 2003, JOR 2003/174 m.nt. K. Frielink (Stichting Lipstick Effect e.a./ABN AMRO). Ook na de hernieuwde kennismaking met mijn eigen opvatting, ben ik het met mijzelf eens.

Karel Frielink
(advocaat / rechtswetenschapper)

(9 oktober 2025)

.

.

Comments are closed.