POLITIEK GEMOTIVEERD ONTSLAG COMMISSARISSEN

Gerecht in Aruba schorst de ontslagbesluiten

Op 8 juli 2025 zijn de commissarissen van de dochtervennootschappen van Utilities Aruba N.V. (UA) ontslagen. Van de ontslagen commissarissen hebben er 15 een kort geding aangespannen en onder meer schorsing van de besluiten gevorderd. Het Gerecht in Aruba heeft op 10 oktober 2025 vonnis gewezen en de ontslagbesluiten geschorst totdat in een bodemprocedure bij eindvonnis is beslist over de rechtsgeldigheid van die besluiten (AUA202502258 KG t/m AUA202502272 KG).

Het Gerecht overweegt dat uit de statuten van de vennootschappen blijkt dat ontslagbesluiten met redenen moeten zijn omkleed. Naar het (voorlopig) oordeel van het Gerecht vloeit dat ook voort uit de omstandigheid dat zowel de rechtspersoon als degenen die krachtens de wet en/of de statuten bij de organisatie zijn betrokken zich tot elkaar dienen te gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt vereist. Het is, voeg ik daaraan toe, inmiddels vaste rechtspraak dat een ontslag op louter politieke gronden rechtens geen stand houdt. Zo ook in dit geval.

Het Gerecht:

“4.8.1 Het Gerecht is voorshands van oordeel dat het enkele feit dat er een nieuw aangetreden vertegenwoordiger UA is, onvoldoende is om het ontslagbesluit te onderbouwen. Het ontslagbesluit dient immers, conform de hiervoor omschreven vereisten, met redenen te zijn omkleed. Een verschil van inzicht of een gewijzigde visie op de bedrijfsvoering van een nieuw aangetreden vertegenwoordiger biedt op zichzelf nog geen deugdelijke en concrete motivering die rechtvaardigt dat het vertrouwen in de Commissarissen is weggevallen. Voor een correcte motivering is meer vereist dan slechts een wijziging in de vertegenwoordiging. Het ontslagbesluit moet concrete redenen bevatten die aantonen wat precies het verschil van inzicht of een gewijzigde visie op de bedrijfsvoering van de nieuwe vertegenwoordiger ten opzichte van de vorige vertegenwoordiger behelst en waarom dat verschil met zich brengt dat het vertrouwen in de Commissarissen is verloren. Daarvan zou sprake kunnen zijn als bedoelde raden van Commissarissen op onterechte gronden te kennen hebben gegeven aan (de met de regeringswisseling nieuw aangetreden vertegenwoordiger van) de aandeelhouder dat zij zich niet kunnen vinden in het aan hen kenbare/uitgelegde verschil van inzicht of de gewijzigde visie op de bedrijfsvoering met betrekking tot de Utiliteitsbedrijven en dat zij daaraan geen of onvoldoende medewerking zullen verlenen. Gesteld noch is gebleken in dat verband dat de nieuw aangetreden vertegenwoordiger van de aandeelhouder zich naar aanleiding van gesprekken met de Commissarissen op objectieve gronden heeft overtuigd dat met hen geen werkzame of werkbare relatie mogelijk is (hetgeen overigens iets anders is dan dat zij precies doen wat die vertegenwoordiger wil).”

En het Gerecht vervolgt:

” 4.8.2 Vorenstaande brengt met zich dat de stelling van de Commissarissen, dat de ontslagbesluiten louter omwille van partijpolitieke redenen tot stand zijn gekomen, voorshands aannemelijk wordt geoordeeld. De enkele wijziging van de politieke samenstelling van de regering van Aruba (lees hier tevens: de vertegenwoordiger van de aandeelhouder in UA) levert geen (automatische) grond op om zittende bestuursleden danwel leden van een Raad van Toezicht van aan het Land Aruba gelieerde rechtspersonen die onder een andere politieke signatuur zijn aangesteld te ontslaan. Zij die daar anders over denken miskennen daarmee de zelfstandigheid dat een bestuur danwel een Raad van Toezicht van een rechtspersoon heeft, ook ten opzichte van het Landsbestuur.”

De boodschap is niet nieuw

Zelf pleit ik al meer dan 20 jaar voor good corporate governance wat betreft overheidsvennootschappen en overheidsstichtingen, en in het bijzonder ook als het gaat om de benoeming en het ontslag van bestuurders en commissarissen of toezichthouders. In de tweede druk van mijn boek ‘Kort begrip van het Nederlands Caribisch en Surinaams Rechtspersonenrecht’ (Deventer: Wolters Kluwer 2023) valt, onder meer, het volgende te lezen naar aanleiding van de niet ongebruikelijke praktijk dat een nieuw aangetreden regering de zittende commissarissen collectief vraagt om op te stappen en daarbij aangeeft het voornemen te hebben hen desnoods collectief te ontslaan (par. 13.3.3):

“In meerdere lezingen en publicaties heb ik mij verzet tegen deze politieke benoemings- en ontslagcarrousel (e kabayito di nombramentu polítiko i di retiro). Hoewel een dergelijke gedragslijn van de overheid aanvankelijk door het Gerecht werd geaccepteerd, is er de laatste jaren een duidelijke kentering in de rechtspraak waar te nemen (…). Uitgangspunt van de corporate governance regels is dat aan elk (individueel) ontslagbesluit bij een overheidsentiteit een deugdelijke motivering ten grondslag moet liggen. Daarin verschilt het ontslag van een bestuurder bij een overheidsvennootschap met dat bij een gewone vennootschap: bij een gewone vennootschap is een ontslag (de beëindiging van de organisatierechtelijke betrekking) te allen tijde mogelijk en hoeft een ontslagbesluit ook niet te worden gemotiveerd”.

En verder:

“Een algemene motivering langs de lijn dat de overheid graag haar beleid wil uitvoeren en denkt dat minder goed te kunnen doen met commissarissen die zij niet zelf heeft benoemd is als grond voor ontslag zonder meer onvoldoende. Daaraan wordt toegevoegd dat wat de overheid ‘beleid’ noemt in de regel betrekking zal hebben op haar publieke taken: die taken moet de overheid uitoefenen via publiekrechtelijke wet- en regelgeving en juist niet als aandeelhouder van een overheidsvennootschap. De soms gehoorde opvatting dat er een ongeschreven regel van staatsrecht zou bestaan, die inhoudt dat bij wisseling van de politieke kleur van de regering, de nieuwe regering op grond daarvan bestuurders en commissarissen van overheidsentiteiten mag vervangen, is fundamenteel onjuist. Een dergelijke ongeschreven regel van staatsrecht bestaat in geen van de in deze monografie besproken landen. Bovendien behoren ontslag en benoeming van genoemde entiteiten niet tot het staatsrecht, maar betreffen beleidsbeslissingen. De benoeming en het ontslag van bestuurders en commissarissen van (privaatrechtelijke) overheidsvennootschappen en overheidsstichtingen wordt volledig beheerst door Boek 2 BW. Welke regels en procedures het Land (de regering) intern in acht moet nemen om tot besluitvorming inzake de uitoefening van de aandeelhoudersrechten te komen, is voor een beoordeling van een eenmaal genomen besluit niet relevant. Dat is in politieke kringen wellicht geen populaire boodschap, maar wel een die direct samenhangt met een gezonde opvatting, namelijk dat de regels en beginselen van corporate governance serieus moeten worden genomen. Van de algemene motivering die ik noemde blijft dus niet veel over.”

De boodschap is al die jaren simpel geweest. Door de aandeelhouder, die over benoeming en ontslag gaat, moet rekening worden gehouden met de voorwaarde dat een ontslagbesluit op zorgvuldige wijze dient te worden genomen en dragende gronden moet bevatten. Gaat het om overheidsvennootschappen en -stichtingen dan geldt in dat verband dat een ontslag op bijvoorbeeld de grond dat een nieuwe regering is aangetreden en dat die van een andere politieke signatuur is dan de vorige, niet als dragende grond van een ontslagbesluit kan worden aanvaard. Dat levert immers strijd op met de beginselen van redelijkheid en billijkheid en met de beginselen van good corporate governance.

Karel Frielink
(advocaat / rechtswetenschapper)

(11 oktober 2025)
.

Zie bijvoorbeeld ook mijn presentaties d.d. 22 mei 2025 (Bad Governance: A Joy For Everyone? alsmede Good Corporate Governance: Mission Never Accomplished) en 21 februari 2013 (Terugblik op de toekomst: de verdere ontwikkeling van corporate governance in Curaçao).

.

.

Comments are closed.