BIJZONDERE ZORGPLICHT

Is de zorgplicht nog wel bijzonder?

De Hoge Raad wees recent een arrest dat een interessante vraag inzake de bijzondere zorgplicht oproept. Het gaat om dit arrest: Hoge Raad 22 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:793 (Ondernemers/Deutsche Bank).

Een professionele aanbieder van risicovolle financiële producten en diensten kan een waarschuwingsplicht hebben als de wederpartij geen specifieke deskundigheid heeft noch mag worden verondersteld te hebben. Deze waarschuwingsplicht strekt er volgens de Hoge Raad toe om de wederpartij te beschermen tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. De zin in het arrest die daarop volgt heeft de nodige aandacht getrokken: “Zij volgt uit de zorgplicht die op een dergelijke professionele aanbieder rust in verband met zijn maatschappelijke functie en deskundigheid (in de rechtspraak van de Hoge Raad eerder ook wel aangeduid als bijzondere zorgplicht).”

Een toelichting bij het zinsdeel dat tussen haakjes is geplaatst ontbreekt. Is de bijzondere zorgplicht met deze uitspraak van de Hoge Raad afgeschaft? Over enkele weken verschijnt in Jurisprudentie Onderneming & Recht (JOR, afl. 7/8) mijn analyse van deze uitspraak.

Karel Frielink
(advocaat / rechtswetenschapper)

(29 juni 2026)

.

.

Leave a comment