SPA IN DE BOARDROOM

Lekker verfrissend!

Er is een enorm aanbod aan cursussen en trainingen die bedoeld zijn om oud en nieuw talent het nodige bij te brengen over het verbeteren van (de werkwijze binnen) organisaties, zodat ze goed of minimaal beter gaan functioneren. In eigentijdse termen hebben we het dan over ‘good governance’, en die kan dan ‘corporate’ of ‘private’ zijn, maar ook ‘public’ of ‘semi-public’. En dan zijn er nog allerlei andere onderverdelingen, zoals governance in het onderwijs, governance in de zorg, en noem maar op.

De programma’s en presentaties zien er doorgaans gelikt uit, de docenten of trainers zijn veelal door de wol geverfd en goed gebekt, en alles wordt gelardeerd met leuke plaatjes, mooie grafieken, groepsparticipatie (ook buiten het leslokaal) en vooral ook veel flitsende termen. Het is de afgelopen jaren een ware industrie geworden, een business model dat voor velen, vermoed ik, mede is bedoeld als marketinginstrument. Want wat is er nou mooier dan een cursist die klant wordt?!

Als ik het aanbod dat meerdere keren per maand via e-mail binnenkomt zo eens bekijk, dan mis ik vaak twee dingen: aandacht voor de juridische basis waarop organisaties functioneren en voor reële uit de praktijk gegrepen (morele) dilemma’s waarmee bestuurders en toezichthouders geconfronteerd kunnen worden. De keren dat ik zelf deelnam aan cursussen bleef dat laatste een beetje hangen op tamelijk abstracte dilemma’s van het niveau: ‘Je partner en je kind dreigen allebei te verdrinken. Je kunt maar één van beide redden. Wie ga je redden en waarom?’. Daar zou ik eens rustig over moeten nadenken bij een kopje koffie… 😉

Wat betreft goed bestuur is al veel te leren van ‘oude’ filosofen. Het stellen van vragen en goed doorvragen kan van Socrates worden geleerd. Dat wordt ook wel het Socratisch gesprek genoemd. Plato heeft een grondige analyse gemaakt van het in zijn ogen niet-functioneren van de stadstaat Athene (zie de dialoog ‘Politeia’, ‘De Staat’). Hij legt een verband tussen, zeg maar, openbaar bestuur en hoe je vorm geeft aan je eigen leven, en vestigt de aandacht op drie belangrijke aspecten bij dit alles: buik, hart en hoofd. Hoewel ook Plato enkele (kardinale) deugden noemt, is de deugdenleer of deugdethiek vooral gekoppeld aan Aristoteles. Hij heeft zeven deugden geformuleerd (waarvan vier zogeheten kardinale deugden) die aan de basis van goed (deugdzaam) handelen liggen.

Om deze filosofen in de juiste relatie van meester tot leerling te onthouden, kan het ezelsbruggetje SPA worden gebruikt. Vandaar de titel ‘SPA in de boardroom’. De drie heren tezamen hebben dus al de methode (het gesprek) aangeleverd, aangegeven dat governance ook iets met de mens zelf te maken heeft (beetje kort door de bocht: hoe zit hij fysiek en mentaal in zijn vel) en een moreel (zij het enigszins abstract) toetsingskader aangeleverd.

Vanuit mijn achtergrond beter ‘beheersbaar’ is de genoemde juridische basis. Daarbij gaat het om hele simpele zaken: wat bepalen wet- en regelgeving, statuten en interne reglementen over bevoegdheden, verplichtingen en te volgen procedures. Om een voorbeeld te noemen: Welke weg moet een aandeelhouder, bestuurder of commissaris volgen als hij een algemene vergadering bijeen wil roepen? Met wie (welke andere organen) moet dit worden afgestemd, welke termijn moet in acht worden genomen, hoe wordt de agenda samengesteld, wie moeten allemaal worden uitgenodigd en op welke wijze, en noem maar op…

Ik heb al zo vaak moeten ervaren dat ondanks gevolgde cursussen en trainingen bij velen de basisregels niet bekend zijn, en mensen maar een potje doen, zowel in de particuliere sector als bij overheidsvennootschappen, dat ik mij daarover niet meer zou moeten verbazen. Maar ‘good governance’ begint wat mij betreft bij een juiste toepassing van de regels. Die zijn er niet voor niets. Die regels scheppen duidelijkheid over wie wat wel en niet mag of moet, en dienen tegelijkertijd ter bescherming van die personen. Zo maken die regels bijvoorbeeld een duidelijk onderscheid tussen de personen die bevoegd zijn een rechtspersoon te vertegenwoordigen en degenen die dat niet zijn. En degenen die de wettelijke en statutaire autonomie van een bestuur niet respecteren, kunnen voor de nadelige gevolgen daarvan aansprakelijk worden gesteld.

Wat mij betreft wordt meer, dan wel meer uitgebreid en indringend, aandacht besteed aan de twee hier besproken onderwerpen. Dat hoeft overigens niet enkel in de vorm van cursussen of trainingen voor groepen deelnemers. Het bestuur of de raad van commissarissen van een organisatie kan er ook voor kiezen een goede, onafhankelijke gesprekspartner in de ‘boardroom’ aan een of meer vergaderingen te laten deelnemen. Zeker bij morele dilemma’s of andere gevoelige of vertrouwelijke kwesties kan het juist van belang zijn die in een gezelschap van beperkte omvang te bespreken. Daar is een mooi Vlaams woord voor: boardroom counseling. Zet de SPA maar klaar!

Karel Frielink
(advocaat / rechtswetenschapper)

(17 januari 2024)

.

Comments are closed.