HERROEPING ONTBINDINGSBESLUIT

Procureur-generaal vraagt informatie

De Procureur-generaal bij de Hoge Raad vraagt informatie van derden voorafgaand aan de voorgenomen indiening van een vordering tot cassatie in belang der wet over de herroeping van een ontbindingsbesluit van een stichting naar Curaçaos recht. Het gaat echter in de kern om meer: de (on)mogelijkheid van de herroeping van een ontbindingsbesluit van rechtspersonen in Aruba, Curaçao, St. Maarten, en op de BES-eilanden.

Het Gemeenschappelijk Hof (Curaçao) heeft bij beschikking van 16 december 2025 uitspraak gedaan over de principiële vraag of een besluit tot ontbinding van een Boek 2 BW-rechtspersoon mag worden herroepen (ECLI:NL:OGHACMB:2025:308). Het antwoord luidt ontkennend.

Inzake de mogelijkheid een ontbindingsbesluit te herroepen heeft de Hoge Raad op 19 december 2014 een beschikking gewezen: HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3677, JOR 2015/33 m.nt. Scholten (Rodenstaal/Kladovo).

Het Gerecht in Sint Maarten heeft bij beslissing van 9 september 2015 voor recht verklaard dat het in die kwestie door de verzoekster genomen besluit tot herroeping van de ontbinding rechtsgeldig is genomen (EJ 115/2015). Het Gerecht in Curaçao oordeelde op 20 maart 2025 anders (ECLI:NL:OGEAC:2025:130 en ECLI:NL:OGEAC:2025:131) en vindt thans het Gemeenschappelijk Hof aan zijn zijde.

Voor de praktijk kan dit grote gevolgen hebben, aangezien het met enige regelmaat voorkomt dat nadat een besluit tot ontbinding is genomen, blijkt dat daaraan een verkeerde afweging en soms een verkeerd (fiscaal) advies ten grondslag ligt. Het is onbevredigend als in dat geval geen herstelmogelijkheid bestaat binnen de door de Hoge Raad geschetste kaders.

Van de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof is geen beroep in cassatie ingesteld.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad onderzoekt de opportuniteit en reikwijdte van een mogelijke vordering tot cassatie in het belang der wet (klik hier).

Het gaat hier om de vraag of een rechtspersoon (in de Caribische delen van het Koninkrijk) een besluit tot ontbinding kan herroepen, en in het bijzonder of de rechter bevoegd is een voorwaardelijk genomen herroepingsbesluit goed te keuren (of eventueel te verklaren voor recht dat het herroepingsbesluit rechtsgeldig is).

Mij lijkt het verstandig om zoveel mogelijk partijen een bijdrage aan het onderzoek te laten leveren. Dat kan door op de link te klikken (klik hier). Zelf zal ik dat doen met een pleidooi om de rechtsvraag aan de Hoge Raad voor te leggen, aangezien het Gemeenschappelijk Hof mijns inziens geen dragende grond voor zijn oordeel heeft aangedragen, terwijl de praktijk er baat bij heeft dat fouten in de sfeer van (het tot stand komen van) ontbindingsbesluiten kunnen worden hersteld. Dit geldt wat mij betreft voor alle Caribische jurisdicties van het Koninkrijk.

De vraag die centraal staat in deze (mogelijke) vordering tot cassatie in het belang der wet is of deze mogelijkheid ook bestaat voor een stichting naar Curaçaos recht. En zo ja, onder welke voorwaarden? In het verlengde daarvan spelen volgens de Procureur-generaal de vragen in hoeverre (i) deze mogelijkheid ook bestaat bij andere privaatrechtelijke rechtspersonen naar Nederlands recht (dan de besloten vennootschap) en naar Curaçaos recht (dan de stichting); (ii) dit zich laat doortrekken naar het recht van de andere landen in het Caribisch deel van het Koninkrijk (Aruba, Sint Maarten) en van Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius, Saba); en (iii) of de voorwaarden waaronder een ontbindingsbesluit herroepen kan worden, dienen af te wijken van de voorwaarden die in Nederland gelden voor een besloten vennootschap. Eenieder wordt uitgenodigd om de Procureur-generaal te informeren over deze onderwerpen.

Karel Frielink
(advocaat / rechtswetenschapper)

(6 juli 2026)

.

.

Leave a comment